Van koesteren naar versterken: het tekort aan zendamateurs raakt ook Hulst

Eerder vroegen wij aandacht voor onze zendamateurs: de vrijwilligers die ons verbonden houden als de stroom uitvalt of digitale netwerken plat gaan. Wat wij toen lokaal signaleerden, klinkt nu door in het landelijke nieuws. De boodschap is helder én zorgwekkend: juist op het moment dat we deze mensen het hardst nodig hebben, dreigt een tekort. Voor D66 Hulst is dat geen reden om af te wachten, maar om door te pakken. Van koesteren naar versterken.

Wat wij lokaal zagen, ziet nu heel Nederland
In februari schreven wij over het belang van onze zendamateurs en pleitten we voor de menselijke maat in de regelgeving rond hun antennes en masten. In ons bredere pleidooi voor een weerbaar Hulst noemden we hen niet voor niets de onzichtbare ruggengraat van onze communicatie. Het landelijke nieuws bevestigt nu wat wij in onze grensregio al langer aanvoelden: deze vorm van burgerkracht is geen nostalgische hobby, maar een serieus vangnet voor crisistijd. En dat vangnet staat onder druk.

Een vangnet dat dunner wordt
Bij een grote calamiteit — een langdurige stroomstoring, een overstroming, een cyberaanval op vitale systemen — kunnen onze reguliere netwerken uitvallen. Precies dan komen radiozendamateurs in beeld, bijvoorbeeld die verenigd in DARES (Dutch Amateur Radio Emergency Service), een organisatie die erkend is door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hun kracht is hun onafhankelijkheid: eigen apparatuur, eigen stroomvoorziening, eigen kennis. Zij blijven communiceren als niets anders het meer doet.
Maar dat vangnet weeft zichzelf niet. Een zendamateur slaagt eerst voor een staatsexamen, traint vervolgens regelmatig en behaalt een eigen certificering — vrijwillig, maar zeker niet vrijblijvend. Het is een vak dat jaren kost om op te bouwen. En juist daar wringt het: de aanwas blijft achter, de gemeenschap vergrijst, en kennis die wegvalt is niet één-twee-drie terug te halen. Een vangnet dat dunner wordt, merk je niet op een rustige dag. Je merkt het pas op de dag dat alles tegelijk uitvalt — en dan is het te laat.

Koesteren is een begin, geen eindpunt
Onze eerdere oproep om bevlogen vrijwilligers niet weg te jagen met starre regels blijft onverkort gelden. Maar wie het landelijke signaal serieus neemt, ziet dat we een stap verder moeten. Het is niet langer genoeg om wat er is te behouden; we moeten actief investeren in wat er bíj moet komen. Dat past bij hoe D66 naar weerbaarheid kijkt: niet als een defensieve houding, maar als een offensieve strategie van vooruitgang. We versterken onze veerkracht voordat de crisis zich aandient, niet erna.

Concreet voor Hulst
D66 Hulst ziet een aantal stappen die onze gemeente, samen met de Veiligheidsregio Zeeland en de lokale verenigingen, kan zetten:
1. Geef ruimte aan techniek. Behoud de menselijke maat bij antennes en masten, met oog voor overgangsrecht en de maatschappelijke functie. Wie deze vrijwilligers serieus neemt, jaagt ze niet weg om een paragraaf.
2. Verbind het vangnet aan onze crisisplannen.
Borg de inzet van zendamateurs en DARES expliciet in de regionale rampenbestrijding, zodat back-upcommunicatie geen toevalstreffer is maar een vaste schakel.
3. Investeer in de volgende generatie.
Maak techniek zichtbaar en aantrekkelijk voor jongeren — via scholen, scouting en initiatieven zoals de Jamboree on the Air. Wie nu jeugd enthousiasmeert, bouwt het vangnet van 2040.
4. Erken en faciliteer — en zet ze in het zonnetje.
Geef onze vrijwilligers een gezicht, een plek en oprechte waardering. Een pluim op een gemeentelijk podium, een interview in de lokale krant, een uitnodiging op de open dag: het kost weinig en het levert veel op. Burgerkracht die zich op eigen kosten inzet voor onze veiligheid verdient een gemeente die meedenkt in plaats van tegenwerkt.

Waardering is het beste fundament onder een antenne
Dat laatste punt verdient extra aandacht, want het raakt precies aan waar het in de praktijk misgaat. Antennes en masten verdwijnen nu vaak om één reden: de buurt vindt ze lelijk. En dat is begrijpelijk, want wie er langsloopt ziet een paal met wat draad — en heeft meestal geen idee wat er werkelijk aan hangt. Wat onzichtbaar blijft, krijgt geen waardering. En wat geen waardering krijgt, verdwijnt zodra iemand erover klaagt.

Maar het tegenovergestelde geldt net zo goed. Op het moment dat een buurt wéét dat die antenne de verbinding is die overeind blijft als de stroom, het internet en het mobiele netwerk wegvallen — dat dáár de buurman zit die in een crisis contact houdt met de meldkamer — verandert het beeld volledig. Dan is het geen sta-in-de-weg meer, maar een geruststelling. Dan kijk je er anders naar. Precies daar ligt de sleutel: zichtbaarheid en erkenning zijn niet alleen een aardigheid voor de vrijwilliger, ze zijn het stevigste fundament onder het draagvlak voor zijn antenne. Wie de mens achter de mast zichtbaar maakt, hoeft de mast zelf veel minder vaak te verdedigen. Voorlichting en waardering zijn zo niet de zachte kant van dit dossier, maar de meest effectieve vorm van behoud die we hebben.

De kracht van een verbonden Hulst
Wij wonen in een grensregio, onder de zeespiegel, met de lessen van 1953 in ons collectieve geheugen. Verbonden blijven als het erop aankomt is hier geen abstractie, maar een deel van onze geschiedenis — en van onze toekomst. Het tekort aan zendamateurs is een waarschuwing die we kunnen negeren of aangrijpen. D66 Hulst kiest voor het laatste. Laten we onze technische mantelzorgers niet alleen koesteren, maar hun gelederen versterken. Juist nu het nog kan.
Bent u zendamateur in onze gemeente, of overweegt u het te worden? Loopt u tegen problemen aan of wilt u meedenken? Laat het ons weten — wij houden u graag verbonden.

Zendamateur in Sint Jansteen, antenne die boven de daken van huizen uit steekt

Beeld: D66 Hulst

Flinke zendmasten woonhuis bij Walsoorden

Beeld: D66 Hulst