Hulst hoeft geen koploper te zijn — maar verder de afhankelijkheid in is geen optie

Vorige week werd duidelijk dat de gemeente Groningen serieus werk maakt van digitale onafhankelijkheid: een pilot voor een alternatief voor Microsoft Office en een onderzoek naar het vervangen van Windows door Linux op de werkplek. De aanleiding is geen idealisme, maar Europees beleid: het Tech Sovereignty Package dat de Europese Commissie op 3 juni 2026 presenteerde, met daarin onder meer de Cloud and AI Development Act (CADA) en het uitgangspunt ‘open source, tenzij’. Overheden worden verplicht hun afhankelijkheid van niet-Europese techgiganten af te bouwen.

Groningen staat niet alleen — de beweging is al begonnen Het zou een vergissing zijn om Groningen weg te zetten als een uitschieter. De beweging is in volle gang. De Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein migreerde ruim 40.000 mailboxen van Microsoft Exchange en Outlook naar open source en zet Linux in als vervanger van Windows. Denemarken laat zijn ministerie van Digitalisering overstappen op Linux en LibreOffice. Ook Frankrijk en het Duitse parlement onderzoeken alternatieven voor Microsoft.

En — belangrijker voor ons — het gebeurt ook gewoon in Nederland. Onder de vlag van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie testen de gemeenten ’s-Hertogenbosch, Zaanstad, Ede en Amsterdam op dit moment een Linux-gebaseerde werkplek, samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en de VNG. Daarop draait MijnBureau, een open source samenwerkomgeving met bouwstenen uit het Franse La Suite, het Duitse OpenDesk en Nextcloud. Die pilot loopt tot eind 2026. Dat is geen toekomstmuziek meer; dat is praktijk van vandaag. Uit onderzoek blijkt overigens dat zo’n 59% van alle gemeentelijke webapplicaties op Amerikaanse cloudinfrastructuur draait — de afhankelijkheid is dus geen randverschijnsel, maar de hoofdregel.

Hulst hoeft niet voorop te lopen Laten we meteen eerlijk zijn: Hulst is geen Groningen, en zeker geen Sleeswijk-Holstein. En dat hoeft ook niet. Hulst is een behoudende, kleine gemeente met beperkte middelen. Een eigen migratie van het kantoorpakket of het besturingssysteem kost geld, kennis en capaciteit die we niet zomaar hebben. Dat wij níét vooroplopen met zo’n pilot is daarom goed te verdedigen. Dat is dan ook niet ons punt.

Ons punt gaat niet over het tempo. Het gaat over de richting. En die richting blijkt, anderhalf jaar na onze motie, gewoon uit de eigen stukken van de gemeente.

De cijfers laten zien: we gaan juist dieper de afhankelijkheid in
In maart 2025 nam de gemeenteraad in grote meerderheid onze motie ‘Digitale Weerbaarheid’ aan. De opdracht was helder: een koerswijziging, wég van de risicovolle afhankelijkheid van een handvol grote techleveranciers. Maar wie het Projectenboek 2026 (onderdeel van de voortgang Informatiebeleidsplan 2024-2028, januari 2026) leest, ziet het tegenovergestelde:

  • De Microsoft 365-licenties zijn in 2025 opgewaardeerd van E3 naar E5 voor de werkplekken. Die opwaardering kostte in 2025 ongeveer €16.120 — een post die niet eens begroot was — en is vanaf maart 2026 een structurele kostenpost van circa €55.000 per jaar.
  • De organisatiebrede uitrol van Microsofts ‘moderne werkplek’ loopt, met voor 2026 een fors bedrag aan begrote middelen.
  • Er wordt een nieuw, structureel beheerproject rond de Microsoft 365-omgeving opgetuigd (zo’n 600 uur per jaar).
  • Het informatiebeleidsplan benoemt ‘Microsoft365’ en de ‘moderne werkplek’ zélf als de leidende technologische ontwikkelingen voor de komende jaren.

Anderhalf jaar na een motie die om mínder afhankelijkheid vroeg, investeert de gemeente dus structureel in méér Microsoft. En elke stap dieper verhoogt niet alleen de jaarlijkse rekening, maar ook de toekomstige kosten en risico’s van loskoppelen. Van de gevraagde koerswijziging is niets te merken — eerder het omgekeerde.

Eerlijk is eerlijk: niet alles is fout
Laten we ook de nuance benoemen. De stap naar E5 is verdedigd vanuit informatiebeveiliging (de BIO 2.0-richtlijnen), en betere beveiliging is geen overbodige luxe. De meest kritische gegevens — burgerzaken, het sociaal domein — staan bovendien in een eigen datacenter, niet in de cloud van een Amerikaanse partij. En niemand bij D66 beweert dat Hulst Microsoft van de ene op de andere dag de deur uit kan doen.

Maar dat is precies het punt: wie zijn beveiliging op orde brengt dóór nóg dieper in één leverancier te integreren, maakt een richtingkeuze. Een veilige overheid en een soevereine overheid zijn niet hetzelfde — en de eerste mag niet als excuus dienen om de tweede uit het oog te verliezen.

Het is niet langer alleen D66 dat dit ziet
Het goede nieuws: het besef groeit. Bij de behandeling van het Projectenboek in de commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken van 9 februari 2026 uitten ook andere fracties — onder meer ABGH en CDA — hun zorgen over de afhankelijkheid van Microsoft. Er werd zelfs gesproken over een organisatorische en financiële ‘strop’ van een externe partij, en over het idee dat digitale overheidsinfrastructuur eigenlijk een nutsvoorziening zou moeten zijn. De waarschuwing die wij anderhalf jaar geleden gaven, wordt nu breed in de raad herkend.

“We wachten op de VNG” is geen koerswijziging
Het college verweert zich begrijpelijk: Hulst kan Microsoft niet zomaar loslaten, het VNG-alternatief is nog niet klaar, en zodra dat eindproduct er is, gaat Hulst dat implementeren.

Maar zoals hierboven bleek, is dat alternatief geen vaag voornemen meer — het wordt op dit moment al getest, mét de VNG, door vier Nederlandse gemeenten, en die pilot loopt tot eind 2026. Afwachten tot iets ‘af’ is, en ondertussen wél structureel dieper investeren, is dan geen verstandig geduld maar meevaren met de stroom. De motie vroeg juist om actief bijsturen. En de momenten waarop je de koers écht kunt verleggen, zijn precies de momenten die nu voorbijkomen: een licentievernieuwing (E3 → E5), de uitrol van een nieuwe werkplek, een aanbesteding. Op die kruispunten is de afgelopen anderhalf jaar steeds dezelfde kant op gekozen.

Wat D66 Hulst vraagt
Wij vragen het college niet om van Hulst een digitale koploper te maken. Wij vragen om iets veel bescheideners — en veel logischers:

  • Maak ‘minder afhankelijkheid’ een toetssteen bij élke ICT-investering. Niet ‘geen Microsoft meer’, maar: weeg bij elke licentie, elke werkplek en elke aanbesteding expliciet of de stap de lock-in vergroot of verkleint. Dat is de kern van de motie die de raad zelf aannam.
  • Lever eindelijk de afhankelijkheids- en risicoanalyse op. De raad vroeg er anderhalf jaar geleden al om. De ‘architectuurplaat’ uit het Projectenboek is een begin — maak daar een echte soevereiniteitsanalyse van.
  • Maak ‘open source, tenzij’ het vertrekpunt bij de eerstvolgende verlengingen en aanbestedingen. Dat is geen luxe meer, maar straks een Europese verplichting.
  • Gebruik de toegezegde halfjaarlijkse stoplichtrapportage óók om de afhankelijkheid van Big Tech te volgen — niet alleen de projectvoortgang. Zo houdt de raad er grip op.
  • Doe het samen — op Zeeuws-Vlaamse schaal. Een kleine gemeente hoeft dit niet alleen te dragen. Trek samen op met Terneuzen en Sluis — een wens die in de raad breed leeft — en haak aan bij het landelijke traject van de VNG en het Rijk (de Linux-werkplek met MijnBureau). Zo liften we mee op wat al ontwikkeld en getest wordt, in plaats van zelf het wiel uit te vinden. Juist omdát onze middelen beperkt zijn, is dat de goedkoopste én verstandigste route.

Tot slot
Digitale weerbaarheid is geen ICT-feestje en geen ver-van-mijn-bed-show. Het raakt de veiligheid van de gegevens van onze inwoners, de kosten voor onze gemeente en de zeggenschap over onze eigen dienstverlening. Wij vragen Hulst niet om Groningen te zijn. Wij vragen alleen dat de gemeente doet wat de raad anderhalf jaar geleden zélf besloot: de koers verleggen.

De cijfers in ons eigen Projectenboek laten zien dat we op dit moment het tegenovergestelde doen — en dat kunnen we ons, klein en behoudend als we zijn, juist het mínst veroorloven.

Meer lezen over dit dossier: Een jaar lang strijden voor onze digitale veiligheid · Maak werk van digitale weerbaarheid · Raad Hulst kiest voor digitale onafhankelijkheid