Eén op de zeven kinderen in Papendrecht zit in de jeugdzorg. Meer dan 10 miljoen euro per jaar. En het blijft elk jaar duurder worden. Tegelijkertijd komen de grondrechten van ouders onder druk te staan. Op 29 januari moet de raad daarom kiezen: blijven doormodderen of durven veranderen.
Door Niels van Heteren, lijsttrekker D66 Papendrecht
De cijfers liegen er niet om
Eén op de zeven kinderen in Papendrecht zit in de jeugdzorg. Meer dan 10% van onze gemeentebegroting – ruim 10 miljoen euro per jaar – gaat erheen. Sinds de decentralisatie, zo’n tien jaar geleden, zijn de structurele kosten met ongeveer een miljoen euro per jaar gestegen. Voor Papendrecht alleen al.
En het wordt niet beter. Meer geld. Meer kinderen. Maar niet meer resultaat.
Deze week schreef de Volkskrant dat het demissionair kabinet de jeugdzorg wil afremmen, maar harde keuzes mijdt. Het kabinet wil dat in 2028 niet meer één op de zeven, maar maximaal één op de tien jongeren gebruikmaakt van jeugdzorg. Maar zonder heldere afbakening blijft het de vraag of gemeenten worden geholpen. Nog steeds dreigen tekorten.
Dit is één van de belangrijkste dossiers waar we als gemeente mee bezig zouden moeten zijn. Toch vrees ik dat het in de verkiezingen niet tot de meest besproken onderwerpen zal behoren. Het was niet zo bij de landelijke verkiezingen, en ook bij de gemeenteraadsverkiezingen zullen andere, meer polariserende onderwerpen waarschijnlijk meer aandacht genereren.
Alle lokale fracties zien in dat het anders moet, beter moet. Iedereen wil grip op het systeem. Alleen verschillen we over hoe. Want wat gebeurt er in Nederland? We leggen de verantwoordelijkheid voor dit systeemfalen bij de ouders en kinderen neer.
Donderdag ligt er een keuze
Op 29 januari beslist de gemeenteraad van Papendrecht over een nieuwe verordening jeugdzorg. Het lijkt technisch, maar het gaat over fundamentele zaken: welke rechten hebben ouders en kinderen? Wanneer krijg je wel of geen hulp? Kunnen ouders bezwaar maken en een PGB krijgen als ze het nodig hebben?
Het college wil grip krijgen op het systeem. Maar de manier waarop plaatst fundamentele grondrechten van ouders en kinderen onder druk – en gaat er soms zelfs aan voorbij. Het wordt ouders met kinderen met langdurige stoornissen, ziektes of een beperking moeilijker gemaakt om zorg te krijgen. Om ondersteund te worden.
Het college verwacht van hen dat ze minder gaan werken, hun sociale leven stopzetten, alles in het teken stellen van zorgen voor hun kind – waarvoor ze niet zijn opgeleid en geen kennis van hebben. En als ouders tegen zo’n besluit in bezwaar willen? Dan wordt dat ook moeilijker gemaakt. Door vage termen in de verordening wordt niet transparant een besluit genomen waar ouders tegen in beroep kunnen. De hoogste bestuursrechter in Nederland heeft de gemeente Papendrecht al kritisch gewezen op een niet deugdelijke verordening. We maken het zo niet beter erop.
Dit speelt niet alleen in Papendrecht. Landelijk trekken advocaten aan de bel over rechtsbescherming in de jeugdzorg. Er wordt gesproken over een nieuwe toeslagenaffaire. Het Europese Hof van Mensenrechten heeft in het voorjaar van 2025 Nederland op de vingers getikt. De Tweede Kamer debatteert alleen over misstanden als het echt misgaat, zoals in Vlaardingen.
De rechtsbescherming, de grondrechten, van ouders en kinderen staat onder druk.
Wat D66 voorstelt betreft de verordening
Donderdag 29 januari dienen wij bij de raadsvergadering, samen met de GroenLinks en PvdA-fracties, zeven amendementen in om de verordening juridisch op orde te krijgen.
• Beslistermijn: Het college neemt tien weken in plaats van de wettelijk voorgeschreven acht weken. Dat is in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
• Toetsbare criteria: De Centrale Raad van Beroep eiste in een uitspraak dat gemeenten concrete criteria opnemen. Nu staan er vage termen waardoor willekeur mogelijk is.
• Nederlands-eis: Dove ouders en anderstalige ouders worden nu uitgesloten van een PGB. Dat is discriminatie en in strijd met het VN-Verdrag Handicap.
• Beschikking: Het college erkent zelf dat er eigenlijk altijd een beschikking moet worden afgegeven, maar doet het niet wegens “te veel administratief werk”. Zonder beschikking kunnen ouders geen bezwaar maken.
• Gebruikelijke zorg: Er staat nergens wat ‘gebruikelijke zorg’ is. Hierdoor kan het college willekeurig bepalen dat ouders alles zelf moeten doen.
• Lokaal team: In de verordening staat dat het lokale team jeugdhulp levert, maar ook dat wie adviseert geen zorg mag leveren. Dit is een tegenstrijdigheid. De slager mag niet zijn eigen vlees keuren.
• Ouder-PGB: Door een onhandige formulering worden per ongeluk alle ouder-PGB’s uitgesloten – terwijl dit juist de meest gangbare vorm van PGB in de jeugdzorg is.
Ook wij willen grip op het systeem. Maar niet zo. Niet door de rechtsbescherming van onze inwoners te ondermijnen.
D66 Papendrecht pleit voor een andere aanpak
1. Maak een definitie van wat Jeugdzorg is
We moeten als gemeenteraad een definitie van Jeugdzorg maken. Met toetsbare criteria, waarin we politieke keuzes maken. Hierin mogen we kritisch zijn. Maar wees transparant, leg het duidelijk vast en biedt ouders de kans om er tegen in beroep te gaan.
2. Investeer in echte preventie
Stop met het medicaliseren van het opvoeden. Wij erkennen dat er te veel kinderen en jongeren in de jeugdzorg zitten die daar niet thuishoren. Die kortdurende uitdagingen hebben waarvoor geen therapieën nodig zijn. Kinderen krijgen nu professionele jeugdhulp voor sociale vaardigheden, tandenpoetsen en gezonde voeding – dingen die vroeger in het gezin werden gedaan.
Investeer in plaats daarvan in wat werkt: sport, cultuur, verenigingen, gemeenschapsgevoel. “It takes a village to raise a child” – dat gezegde bestaat niet voor niets.
3. Laagdrempelige voorzieningen voordat we medicaliseren
• Gezinswerkers in de wijk: een luisterend oor voordat problemen escaleren
• Praktijkondersteuners bij huisartsen: kortdurende hulp dichtbij huis
• Schoolmaatschappelijk werk: hulp op de plek waar kinderen zijn
• Wijkteams die echt bereikbaar zijn
Niet elke opvoedvraag is een medisch probleem. Niet elk kind hoeft een diagnose. Bied korte, laagdrempelige zorg voordat er naar jeugdzorg wordt gekeken.
4. Strak contractmanagement met gecertificeerde instellingen
Gemeenten die grip krijgen op jeugdzorg doen één ding anders: ze nemen verantwoordelijkheid. Er zijn talloze voorbeelden van gemeenten die bezig zijn met oplossingen. Werkbare oplossingen.
a. Schouwen-Duivenland – SGP wethouder Paula Schot
“‘We zijn begonnen om bij zo’n 25 gezinnen te kijken waarom de kosten zo hoog waren,’ vertelt wethouder Paula Schot (SGP), die sinds een half jaar wethouder sociaal domein is. Een data-analist dook de gegevens in en kwam erachter dat er veel dubbelingen in de verleende zorg zaten, die ook nog eens door heel veel verschillende hulpverleners werd gegeven. ‘Zo was een gezin met acht verschillende trajecten bezig,’ vertelt Schot.”
b. Zutphen – preventiebudget 15% naar 30%
“Ook Zutphen gooit het roer om. ‘Te veel kinderen belanden in jeugdzorg die daar niet horen, waardoor kinderen met zwaardere problemen te lang op de juiste hulp moeten wachten’, stelt wethouder Annelies de Jonge (jeugd, PvdA). […] Daarnaast gaat Zutphen vol op preventie inzetten. De komende jaren wordt het budget daarvoor verdubbeld: van vijftien naar dertig procent van het jeugdbudget in 2025.”
c. Leeuwarden – 17 Friese gemeenten
“Veel gemeenten zijn al bezig met veranderingen. […] Bij andere gemeenten, zoals Leeuwarden, vooral vanuit een intrinsieke motivatie om de jeugdzorg te verbeteren en tegelijkertijd te zorgen dat gemeenschapsgeld zo goed mogelijk wordt besteed. ‘We hebben het geld voor vooral de meest kwetsbare kinderen nodig’, vertelt wethouder Hilde Tjeerdema (jeugd, D66). Al tijden wacht de wethouder met smart op de begrenzing van vooral de specialistische jeugdzorg, maar omdat ‘Den Haag’ dat nog niet heeft gedaan, doet Leeuwarden dat alvast maar zelf. Samen met zeventien andere Friese gemeenten, die de inkoopregio Sociaal Domein Fryslân vormen. […] De regio heeft nu een aanbesteding in voorbereiding waarbij de gemeenten met minder aanbieders in zee gaan, die vooral verantwoordelijkheid nemen voor de zwaardere jeugdhulp.”
d. Kampen – gezinswerkers, schoolmaatschappelijk werk en experimenteren
Begin januari was de SGP-wethouder in de gemeente Kampen, Bernard van Belt, te gast in een beeldvormende commissie. Ook hij vertelde hoe zijn gemeente met Jeugdzorg worstelde. Maar ook dat zij wél grip op de kosten hebben gekregen. Door inzet van gezinswerkers, schoolmaatschappelijk werk en door een vrijheid om te experimenteren met diverse oplossingen. Oplossingen met snelle evaluaties, als iets niet werkt dan direct stoppen en ergens anders mee aan de slag. Dit heeft ervoor gezorgd dat in Kampen er veel minder jongeren in de Jeugdzorg terecht zijn gekomen en dat er meer vrijheid is om de Rijksbijdrage van enkele miljoenen vrijer te besteden.
5. Eén wethouder, fulltime, met mandaat
Jeugdzorg is te belangrijk om een bijzaak te zijn. We hebben een wethouder nodig die zich fulltime met dit dossier bezighoudt. Die resultaten boekt. Die de vrijheid krijgt van raad en college om het systeem op orde te brengen.
Niet alleen met de hand op de knip. Ook met investeringen in wat werkt. Met de moed om te stoppen met wat niet werkt. Met de overtuiging dat het anders kan.
Het kan wél
We hebben voorbeelden van gemeenten waar het wél lukt. Waar minder jongeren in de jeugdzorg zitten. Waar de kosten dalen. Waar grip op het systeem is. En waar toch rechtszekerheid wordt geboden.
Dat moet in Papendrecht ook kunnen.
Op donderdag 29 januari ligt er een keuze voor de raad. We kunnen de verordening aannemen zoals die is – wetende dat het juridisch niet klopt, hopend dat niemand bezwaar maakt. Of we kunnen kiezen voor verandering.
Wij kiezen voor verandering. We dienen amendementen in om de verordening juridisch robuust te maken. En als die worden afgewezen, stemmen we tegen. Dat is ongebruikelijk. Maar soms moet je ‘nee’ zeggen tegen een verordening die niet deugt.
Dit moet op de agenda in de verkiezingen
Over twee maanden zijn er verkiezingen. Er zullen debatten komen over veiligheid, een opvanglocatie, woningbouw.
Maar laten we ook praten over jeugdzorg.
Eén op de zeven kinderen zit erin. Meer dan 10 miljoen euro per jaar gaat erheen. Elk jaar komt er structureel meer geld bij. En het systeem werkt niet. Van het huidig demissionair kabinet kunnen we helaas geen concrete maatregelen verwachten. Dus we moeten het lokaal oppakken.
Dat verdient een wethouder die er fulltime mee bezig is. Dat verdient investeringen in preventie. Dat verdient een raad die durft te veranderen.
Het gaat niet alleen om kosten. Het gaat om kinderen die hulp nodig hebben. Om ouders die vastlopen. Om gezinnen die het systeem niet begrijpen.
Het gaat over hoe we als gemeenschap met elkaar omgaan.
Wij geloven dat het beter kan. Wij geloven dat het anders moet.
Het kan wél.
Niels van Heteren is lijsttrekker D66 Papendrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026. Op 29 januari beslist de raad over de Verordening Jeugdhulp 2026.
Beeld: Lijsttrekker Niels van Heteren