Kleurt Landsmeer blauw?

Beeld: bnn vara

Waterbedeffect

Sinds in Amsterdam-Noord betaald parkeren is ingevoerd, slaapt Landsmeer op een waterbed. In Landsmeer is het parkeren namelijk nog gratis en daarom heel aantrekkelijk voor forensen, taxichauffeurs en klusbedrijven. En onze eigen inwoners van Luijendijk-Zuid hebben het daar maar mee te doen. Of niet?

Parkeeroverlast; verkeerschouw

Parkeeroverlast. Het klinkt als een klein ongemak, maar het is vaak het begin van grote irritatie. Te weinig plekken. Teveel auto’s. En vooral teveel ‘vreemde’ auto’s en busjes. Voor je het weet is een rustige straat een dagelijks strijdtoneel geworden van passief-agressieve briefjes onder ruitenwissers en eindeloze appgroep-discussies.

Aanleiding genoeg voor de gemeenteraad om eens een kijkje te nemen in de wijk. Hoe vol staat het er eigenlijk? En welke overlast ervaren omwonenden precies? En wanneer? De schouw door de wijk leverde verschillende antwoorden op. De een kan zijn auto niet kwijt als hij ‘s avonds laat thuiskomt, de ander vindt het vooral vervelend dat er busjes en auto’s staan van onbekenden. Sommigen merkten dat de ergste drukte alweer voorbij was, waar anderen vonden dat de parkeerdruk altijd al hoog was. Soms is het gewoon irritatie, soms een praktisch probleem. Maar dat er overlast ervaren wordt, staat wel vast. En dat we daarvoor naar een oplossing moeten zoeken ook. Het is alleen nog steeds de vraag welke? Blauwe zone? Betaald parkeren? Alleen parkeren met ontheffing? Amsterdam op het matje roepen?

Oplossingen

Als parkeerdruk een wiskundige vergelijking is, is de oplossing simpel: meer auto’s dan vakken, dus bouw meer vakken. Toch? Niet helemaal. Want elke nieuwe parkeerplaats trekt nieuwe auto’s aan. Elke verruiming bevestigt het idee dat ruimte onbeperkt is. Terwijl ruimte in een wijk misschien wel het meest schaarse bezit is.
Willen we straten vol met stilstaand blik? Of straten waar kinderen kunnen spelen, buren elkaar ontmoeten en groen de ruimte krijgt?

De blauwe zone en betaald parkeren worden ook snel gezien als slimme oplossingen voor bereikbaarheid en leefbaarheid. Maar een blauwe zone heeft alleen zin als iedereen zich eraan houdt en er op gehandhaafd wordt. Maar diezelfde handhaver moet er ook op toezien dat er op andere plekken geen gevaar en overlast wordt veroorzaakt. Wat heeft dan prioriteit? Extra handhavers brengt ook extra kosten met zich mee. Wie gaat dat betalen?

Betaald parkeren gaat nog een stap verder: het maakt van publieke ruimte een verdienmodel. Waar straten eerst simpelweg toegankelijk waren, verschijnt nu een digitale meter die per minuut rekent. Voor bewoners betekent het extra kosten bovenop toch al stijgende woonlasten. Voor ondernemers betekent het drempels voor klanten. Wie twee keer nadenkt over parkeerkosten, rijdt soms liever door naar een gratis alternatief verderop.

Bovendien raakt het beleid niet iedereen even hard. Wie voldoende inkomen heeft, betaalt en parkeert zonder veel nadenken. Wie dat niet heeft, voelt elke euro. De wijk wordt minder vanzelfsprekend van iedereen.

Daar komt bij dat handhaving ook steeds strenger en technischer wordt. Scanauto’s, naheffingen, weinig coulance. Het systeem is efficiënt – maar ook onpersoonlijk. Een menselijke vergissing wordt automatisch een boete.

Natuurlijk zijn er argumenten vóór regulering van parkeren. Maar als blauwe zones en betaald parkeren vooral draaien om inkomsten en controle, dan dreigt de balans zoek te raken. De vraag is niet óf parkeren gereguleerd moet worden, maar hoe. Want een gemeente die haar inwoners voortdurend op de klok en op de portemonnee jaagt, riskeert iets kostbaars te verliezen: het dorpse karakter.

Parkeeroverlast los je volgens ons dus niet zomaar op met (blauwe) verf op asfalt.
De vraag is dus hoe dan wel? Wie het gouden ei heeft, weet ons te vinden!