Van “rot schrikken” naar daadkracht: D66 Hulst pleit voor een gezonde toekomst van onze jeugd

In de gemeente Hulst lijkt een hardnekkige kloof te bestaan tussen politieke intenties en de realiteit op de werkvloer van onze lokale evenementen. Jaren geleden uitte voormalig burgemeester Jan Frans Mulder al zijn diepe bezorgdheid over de naleving van de alcoholregels; hij was zich indertijd “rot geschrokken”. Inmiddels heeft burgemeester Ilona Jense-van Haarst het stokje overgenomen, maar de signalen uit de samenleving laten zien dat de uitdagingen van toen nog steeds actueel zijn.

De bevindingen dat jongeren in Zeeland nog steeds kinderlijk eenvoudig aan alcohol komen, zijn erg zorgelijk volgens D66 Hulst. We kunnen de gezondheid van onze jongeren niet laten verwateren in een cultuur waar handhaving bij publieke evenementen naar de achtergrond verdwijnt.

1. De feiten: Zeeland als negatieve koploper
D66 baseert beleid op feiten en data. De rapportages van de GGD Zeeland (2023) laten een ongemakkelijke waarheid zien: Zeeuwse jongeren drinken vaker, meer en beginnen op jongere leeftijd dan hun landgenoten. Met 33% maandelijkse drinkers en een hoog percentage binge drinkers scoort onze provincie aanzienlijk slechter dan het landelijk gemiddelde. Wanneer we als gemeente toelaten dat evenementen in onze kernen feitelijk handhavingsvrij worden, dragen we direct bij aan deze zorgwekkende statistieken.

2. Een integrale aanpak voor alle kernen
Het gemak waarmee minderjarigen toegang krijgen tot alcohol is geen probleem van één specifiek dorp; het is een uitdaging die we in de gehele gemeente Hulst moeten aanpakken. Het ontbreken van consequent toezicht en de sociale druk waarbij volwassenen drank doorgeven aan 14-jarigen, tast de geloofwaardigheid van ons lokale preventiebeleid aan. Een evenementenvergunning is een afspraak tussen de overheid en de organisatie: de ruimte om feest te vieren in ruil voor het waarborgen van de publieke gezondheid. D66 vindt dat de burgemeester, als hoeder van de openbare orde, deze basisafspraak scherper moet bewaken.

3. De overheid als bondgenoot van de ouder
Ouders die thuis de NIX18-norm proberen te hanteren, voeren een ongelijke strijd als de publieke ruimte een tegenovergesteld signaal afgeeft. Voor D66 is preventie en educatie de kern, maar toezicht is het noodzakelijke sluitstuk. Als de sociale norm bij festiviteiten is dat “iedereen gewoon drinkt”, dan faalt de overheid in haar beschermende taak. We moeten een omgeving creëren waarin de gezonde keuze voor jongeren ondersteund wordt door de omgeving waarin zij opgroeien.

4. Onze inzet: Helder beleid en effectief toezicht
De tijd van enkel concluderen dat we “geschrokken” zijn, moet plaatsmaken voor actie. D66 Hulst roept het college en de burgemeester op om:
Nalevingscontroles uit te voeren: Maak gebruik van de beschikbare instrumenten, zoals onaangekondigde controles en de inzet van toezichthouders in de verschillende kernen tijdens piekmomenten.
Vergunningsvoorwaarden serieus te nemen: Zorg dat afspraken over ID-checks en polsbandjessystemen niet alleen op papier staan, maar ook in de praktijk worden nageleefd.
De dialoog met verenigingen te intensiveren: Werk samen met organisatoren om de verantwoordelijkheid van volwassenen scherp te krijgen. Het faciliteren van alcoholgebruik door minderjarigen is niet ‘sociaal’, het is schadelijk.

Conclusie
Vrijheid en lokale tradities zijn waardevol, maar ze mogen nooit een vrijbrief zijn voor het beschadigen van de volksgezondheid van onze jeugd. De burgemeester heeft de taak om de wet niet langer als een vrijblijvende suggestie te zien, maar als een essentiële ondergrens. Onze jongeren in alle kernen van Hulst verdienen een overheid die onvoorwaardelijk kiest voor hun gezonde ontwikkeling. NIX18 is de norm, handhaving is de garantie.