Vorig jaar was Teun Toebes de headliner op het VNG Jaarcongres. Ik zat toen in de zaal en wist meteen: dit verhaal moet ook in Hulst gehoord worden. Op zondagmiddag 6 september sprak Teun in een volle zaal van Theater Koning van Engeland over dementie, over zorg en vooral over ons als samenleving. Wethouder Tom Willaert opende de middag. Het werd een bijzondere, inspirerende en bij vlagen emotionele bijeenkomst, met na afloop volop ruimte voor vragen en persoonlijke gesprekken.
Wie is Teun Toebes?
Teun Toebes (27) is verpleegkundige en noemt zichzelf zorgvernieuwer. Op zijn 21e besloot hij vrijwillig te gaan wonen op de gesloten afdeling van een verpleeghuis, tussen mensen met dementie. Drieënhalf jaar lang. Wat hij daar zag en meemaakte, vormde de basis voor zijn boeken VerpleegThuis en Een Wereld te Winnen, en voor de documentaire Human Forever, waarvoor hij met filmmaker Jonathan de Jong drie jaar door elf landen reisde om te zien hoe andere samenlevingen omgaan met dementie. De film won in 2024 het Gouden Kalf en is inmiddels in meer dan dertig landen vertoond. Inmiddels spreekt hij over de hele wereld, van Oxford tot Seoul.
Meer over Teun en zijn missie: teuntoebes.com Zijn speech op het VNG Jaarcongres 2025 is terug te kijken op YouTube.
Een systeem uit de beste bedoelingen
De kern van Teuns boodschap is ongemakkelijk, juist omdat hij niemand de schuld geeft. Nederland heeft, met de beste bedoelingen, een zorgsysteem gebouwd dat elk risico wil uitsluiten. Iemand eet een paar dagen wat minder: de diëtist komt. Iemand valt een keer: valpreventie. Tienduizenden mensen leven achter een codeslot en komen soms dagenlang niet buiten. Alles is veilig, alles is geregeld, en ondertussen is het leven eruit gehaald.
Teun noemt dat de sociale dood: vanaf het moment van de diagnose gaan we ons anders verhouden tot iemand. Niet meer als buurman, lid van de fanfare of oma, maar als patiënt. Zijn pleidooi is even simpel als radicaal: blijf de mens zien. Accepteer dat een leven met risico’s een leven is. Zorg voor mensen met dementie hoort niet achter gesloten deuren, maar midden in de gemeenschap.
Anders kijken is anders doen, zegt hij. Als we mensen met dementie echt als mens zien, veranderen vanzelf de regels en protocollen waarmee we het systeem hebben ingericht.
Waarom dit een gemeentelijk thema is
Het is verleidelijk om dementie te zien als iets van de zorg: van verpleeghuizen, verzekeraars en het Rijk. Maar Teun maakte op het VNG-congres precies het omgekeerde punt: dementie is geen exclusief zorgthema, het is een samenlevingsthema. En de samenleving, dat zijn onze dorpen en kernen. Dat zijn wij.
Ook de cijfers dwingen ons ernaar te kijken. Hulst vergrijst sneller dan het landelijk gemiddelde en het aantal mensen met dementie groeit de komende jaren fors. Verreweg de meesten van hen wonen thuis, in Clinge, Kloosterzande, Vogelwaarde of de binnenstad, met een partner, kinderen of buren die mantelzorg geven. Dat zijn geen patiënten in een instelling; dat zijn inwoners van onze gemeente.
Wat kunnen we in Hulst doen?
Een gemeente bouwt geen verpleeghuizen en bepaalt niet hoe de langdurige zorg wordt gefinancierd. Maar juist op het terrein waar Teun het over heeft, de samenleving rond mensen met dementie, heeft de gemeente veel meer in handen dan we vaak denken. Een paar richtingen die D66 Hulst de komende tijd wil inbrengen:
1. Dementievriendelijke gemeente, maar dan echt. Veel gemeenten hebben het predicaat, weinig gemeenten hebben het waargemaakt. Het gaat niet om een bordje, maar om mensen: baliemedewerkers, boa’s, buurtbuschauffeurs, verenigingen en ondernemers die herkennen wat er gebeurt en weten hoe ze kunnen helpen. Die trainingen bestaan en zijn goedkoop. Laten we ze structureel aanbieden, te beginnen bij de gemeente zelf.
2. Ontmoeting in de kernen: van leugenhoek tot inloop. Het begint klein. Bij de basiliek in Hulst zit dagelijks een groepje op het bankje, de ‘leugenhoek’. In Clinge ook, al is het bankje daar hard aan vervanging toe. D66 Hulst pleit al langer voor zo’n ontmoetingsplek in elke kern: een goed bankje op een logische plek, waar je elkaar blijft tegenkomen. Voor iemand met beginnende dementie is dat precies het verschil tussen erbij horen en langzaam uit beeld verdwijnen. Een stap verder is een plek waar mensen met dementie en hun naasten gewoon binnen kunnen lopen, zonder indicatie en zonder wachtlijst; elders heten dat Odensehuizen of ontmoetingscentra. Onze dorpshuizen en gemeenschapscentra zijn daar een logische plek voor.
3. Wonen: eerst de dorpen, dan pas het slot op de deur. Kleinschalig wonen voor ouderen in de eigen kern moet het uitgangspunt zijn: geclusterd, met zorg dichtbij, maar midden in het dorp en niet erbuiten. Daarom zetten wij in op ouderenhofjes en woningsplitsing: senioren een fijne plek in hun eigen dorp geven, zodat er ook gezinswoningen vrijkomen. En mantelzorgwoningen moeten in Hulst eenvoudig te realiseren zijn, geen gevecht met de regels.
4. Een openbare ruimte en mobiliteit die niemand buitensluiten. Herkenbare looproutes, voldoende bankjes, openbare toiletten, duidelijke bewegwijzering en een oversteek waar je de tijd voor krijgt. Dat helpt iedereen, maar voor mensen met dementie is het het verschil tussen naar buiten durven of thuis blijven. Hetzelfde geldt voor de haltetaxi en de buurtbus: wie de weg even kwijt is, moet zonder gedoe mee kunnen. Het sluit naadloos aan op waar D66 Hulst al jaren voor knokt: een inclusieve gemeente zonder vrijblijvendheid, met harde doelen in de inclusieagenda in plaats van goede voornemens. Concreet: sneller werk maken van toegankelijke bushaltes, en bij evenementen betere voorzieningen voor bijvoorbeeld slechthorenden. Toegankelijkheid is geen vinkje, maar een doorlopende opdracht.
5. Mantelzorgers als partner, niet als vergeten schakel. Achter iedere thuiswonende inwoner met dementie staat iemand die het zwaar heeft. Respijtzorg, een goed vindbare casemanager en een gemeente die niet pas in beeld komt als het misgaat: daar ligt een directe verantwoordelijkheid via de Wmo.
6. Durven accepteren dat het leven risico’s heeft. Misschien wel het lastigste punt, en het meest wezenlijke. Ook als gemeente hebben we de neiging om bij ieder incident een nieuwe regel te maken. Teuns oproep aan gemeenten was juist: accepteer een samenleving met risico’s. Dat vraagt om bestuurlijke moed, ook van onszelf.
Het moment is nu
Toevallig of niet: precies nu werken Hulst, Sluis en Terneuzen aan een nieuwe regionale nota volksgezondheid. De kaders daarvoor komen in december in de gemeenteraad, de uitvoeringsagenda volgt in 2027. D66 Hulst zal in onze inbreng dementie en een dementievriendelijke samenleving nadrukkelijk op de agenda zetten. Niet als apart hoofdstukje, maar als toets voor hoe we het hele beleid inrichten: zien we de mens, of zien we het risico?
De vraag die Teun ons meegaf, laat zich niet in één raadsvergadering beantwoorden. Wat voor samenleving willen we zijn? Maar hij laat zich wel elke dag een beetje beantwoorden, in de keuzes die we maken. Dank aan Teun voor een middag die ons daaraan herinnerde, en aan iedereen die erbij was.
Met dank aan
De bijeenkomst werd mogelijk gemaakt door de gemeente Hulst, Stichting CineLive Scheldemond, Hulst voor Elkaar en Stichting Vrienden van ZorgSaam.
Pieter de Bruijn, fractievoorzitter D66 Hulst
Beeld: D66 Hulst