Opinie: Waarom het tijd is voor afscheid van de plastic grasmat

Iedere voetballiefhebber kent het gevoel. De zaterdagochtend, de dauw die optrekt van het veld, en die onmiskenbare, frisse geur van gemaaid gras. Het is de geur van nostalgie, van strijd, van het pure spel. Maar wie de afgelopen twintig jaar een willekeurig sportpark in Nederland op liep, werd steeds vaker begroet door een heel andere sensatie: de penetrante walm van rubber op een warme dag, de zwarte korrels die zich na de wedstrijd in je sokken, je sporttas en je doucheputje nestelden, en een onnatuurlijk felgroene mat die in de winter nooit bruin wordt.

De opmars van kunstgras leek rond de eeuwwisseling de ultieme oplossing voor het capaciteitsprobleem van de Nederlandse amateurclubs. “Altijd kunnen spelen,” was de belofte. Geen afgelastingen meer, geen modderpoelen, en een veld dat 24 uur per dag bespeelbaar is. Het klonk als een droom. Maar nu, ruim twee decennia later, ontwaken we uit die droom en zien we de werkelijkheid: we hebben onze sportparken veranderd in chemische stortplaatsen. De tijd van de pragmatische keuze voor plastic is voorbij. Het is tijd voor een fundamentele herwaardering van echt gras. Niet uit nostalgie, maar uit pure noodzaak voor onze gezondheid, onze financiën en onze planeet.

De ecologische tijdbom
Het meest urgente argument tegen de voortzetting van kunstgrasvelden is de milieuschade. Een standaard kunstgrasveld wordt ‘ingestrooid’ met duizenden kilo’s rubbergranulaat (SBR), vaak gemaakt van vermalen oude autobanden. Jarenlang werd ons verteld dat dit veilig was. Inmiddels weten we beter. Deze korrels zijn een van de grootste bronnen van microplastics in onze directe leefomgeving.

De cijfers zijn schrikbarend. Per veld verdwijnt er jaarlijks honderden kilo’s rubbergranulaat ‘in de natuur’. Het waait weg, spoelt weg met regenwater, of wordt via kleding mee naar buiten genomen. We hebben het hier niet over een onschuldig product, maar over een cocktail van zware metalen, weekmakers en PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). De Europese Unie heeft niet voor niets ingegrepen: de verkoop van dit soort ‘opzettelijk toegevoegde microplastics’ wordt vanaf 2031 definitief verboden. In een wereld vol met PFAS, Staalslakken en microplastics, is dit bij uitstek een vervuilingsbron dicht bij huis die we zelf kunnen oplossen.

Als we nu nog investeren in nieuwe kunstgrasvelden, investeren we in een technologie die feitelijk al failliet is verklaard door de regelgevers. We creëren een erfenis waar onze kinderen letterlijk mee opgescheept blijven zitten. Want wat doen we met die matten als ze na tien jaar versleten zijn? De ‘recycling’ van kunstgras blijkt in de praktijk een wassen neus; de afvalbergen met oude, niet-verwerkbare kunstgrasmatten groeien wereldwijd tot in de hemel. Doorgaan met kunstgras is dweilen met de kraan open, terwijl de vloer al blank staat van de microplastics.

De gezondheid en veiligheid van de speler
Naast de gezondheid van de planeet, is er de gezondheid van de sporter zelf. De discussie over mogelijke kankerverwekkende stoffen in rubbergranulaat laait telkens weer op. Hoewel het RIVM stelt dat het risico bij sporten “verwaarloosbaar” is, blijft de maatschappelijke onrust – terecht – bestaan. Waarom zouden we onze kinderen laten sporten op een ondergrond waarover ook maar de geringste twijfel bestaat, als er een natuurlijk alternatief is?

Maar er is een directer, voelbaarder gevaar: hitte. In stedelijke gebieden en op sportparken fungeren kunstgrasvelden in de zomer als enorme hitte-eilanden. Waar natuurgras door verdamping verkoeling biedt, absorbeert kunstgras de warmte. Op een zomerse dag van 30 graden kan de temperatuur op een kunstgrasveld oplopen tot wel 60 of 70 graden Celsius. De geur van smeltend rubber en de hitte die van de mat slaat, zorgen voor een onveilige sportomgeving. Hittestress en uitdroging liggen op de loer. In een tijd waarin klimaatverandering zorgt voor hetere zomers, is het aanleggen van een plastic hitte-oven midden in een woonwijk of sportpark een stedenbouwkundige blunder van de eerste orde.

Daarnaast is er de fysieke belasting. Vraag het aan de fysiotherapeuten en de orthopeden: de manier waarop een lichaam draait, keert en landt op kunstgras is wezenlijk anders dan op natuurgras. De ‘grip’ is vaak te perfect, waardoor gewrichten (enkels, knieën) de klap opvangen in plaats van de ondergrond. Het aantal kruisbandblessures wordt vaak in verband gebracht met de stroefheid van kunstgras. En dan hebben we het nog niet eens over de beruchte schaafwonden – de ‘brandplekken’ – die elke verdediger die ooit een sliding heeft gemaakt op kunstgras, zich pijnlijk kan herinneren.

De financiële schijnwerkelijkheid
Vaak wordt kunstgras verdedigd met de portemonnee in de hand. “Natuurgras is duur in onderhoud, kunstgras ligt er altijd.” Dit is een boekhoudkundige misvatting. De aanschaf van een kunstgrasveld is astronomisch hoog (vaak tussen de 3 en 4 ton). De levensduur is beperkt (na 10 tot 12 jaar is het ‘op’). En dan komt de rekening: de verwijderingskosten. Omdat vervuilde kunstgrasmatten steeds lastiger te verwerken zijn, stijgen de stortkosten explosief.
Gemeenten en clubs hebben zich jarenlang rijk gerekend door de afschrijvingskosten te onderschatten en de milieu-externaliteiten niet mee te rekenen. Als we de werkelijke kosten – inclusief de verplichte milieumaatregelen zoals kantplanken, uitlooproosters en de toekomstige verwerkingskosten – meenemen, is kunstgras helemaal niet de voordelige optie die het leek.

Innovatie als weg vooruit: High-Tech Natuur
Betekent het afschaffen van kunstgras dat we terug moeten naar de modderpoelen van de jaren ’80? Naar afgelastingen bij elk regenbuitje? Nee. Dat is het valse dilemma dat voorstanders van kunstgras vaak schetsen.

De keuze is niet tussen “ouderwets gras” en “modern kunstgras”. De keuze is tussen “vervuilend plastic” en “high-tech natuur”. De technologie heeft niet stilgestaan. In de landbouw en in de topsport zien we de opkomst van precisiebeheer. Met de inzet van GPS-gestuurde robotmaaiers die dag en nacht kunnen werken, en volautomatische, computergestuurde beregeningsinstallaties die per vierkante meter de vochtigheid meten, kan de capaciteit van een natuurgrasveld enorm worden opgeschroefd.

Een goed aangelegd natuurgrasveld, ondersteund door moderne drainagetechnieken en slim onderhoud, kan veel meer speeluren aan dan de velden van vroeger. En voor de clubs die écht een extreem hoge bezettingsgraad hebben, is er de tussenoplossing: hybride gras. Een natuurlijke grasmat, versterkt met een klein percentage kunstvezels, die de voordelen van beide werelden combineert zonder de enorme ecologische nadelen van een volledig kunstveld.

Terug naar de ziel van het spel
Tot slot is er het sportieve argument. Nederland was jarenlang ‘koploper’ kunstgras in Europa, en dat was geen eretitel. Het technisch niveau van ons voetbal heeft eronder geleden. Het spel op kunstgras is anders: de bal stuitert anders, rolt anders, en het spel wordt gehaaster.

Niet voor niets hebben de Eredivisieclubs gezamenlijk besloten: vanaf 2025 is kunstgras verboden op het hoogste niveau. Als Ajax, Feyenoord en PSV – maar ook clubs als Heracles en PEC Zwolle – concluderen dat echt voetbal op echt gras gespeeld moet worden, welk signaal geven wij dan af aan onze jeugd? Waarom zouden wij onze amateurs opleiden op een ondergrond die in het professionele voetbal in de ban wordt gedaan?

Conclusie
Het kunstgrasveld was een product van zijn tijd: een tijd van grenzeloos geloof in kunststoffen en maakbaarheid, zonder oog voor de lange termijn. Die tijd is voorbij. We staan op een kruispunt. Kiezen we voor de gemakzuchtige route van plastic, met alle milieurisico’s, gezondheidszorgen en toekomstige kosten van dien? Of tonen we leiderschap en kiezen we voor een duurzame, toekomstbestendige sportinfrastructuur?

De fractie van D66 Hulst kiest voor het laatste. Wij kiezen voor investeringen in robotisering, in watermanagement en in levend groen. Wij kiezen voor sportparken die bijdragen aan de biodiversiteit in plaats van deze te verstikken. Wij kiezen voor velden die verkoeling bieden in de zomer.

Laten we stoppen met het uitrollen van tapijten en weer gaan tuinieren. Laten we de modder, de geur en de echtheid van de sport omarmen, ondersteund door de beste technologie van de 21e eeuw. Kunstgras is uit de gratie. Lang leve het gras.