Iedereen moet mee kunnen doen

Vrij leven in een gemeente waar iedereen mee kan doen

Gemeenschapszin, elkaar ontmoeten

Dat is altijd belangrijk geweest, maar nu misschien wel meer dan ooit. Onze gemeente moet een plek, een gemeenschap zijn waar iedereen mee kan doen vanuit de eigen identiteit. Daar heeft de gemeente een grote verantwoordelijkheid, dus maakt D66 zich sterk voor dorpen en wijken die de gemeenschapszin bevorderen. Zodat mensen – wie dan ook – elkaar (weer) kunnen ontmoeten, samen kunnen leven en (daardoor) mee kunnen doen.

Wat gaan we doen en wat merk jij – als Groninger – daarvan?

  • Elk dorp en elke wijk krijgt een huiselijke ontmoetingsplek.
  • Dorpen en wijken krijgen eigen regie op de sociale ontwikkeling, onder andere door middel van een wijkbudget. De bestedingsvrijheid van dit budget ligt bij de bewoners, het is niet de gemeente die bepaalt waar het geld aan wordt uitgegeven.
  • We dichten de krantenkloof: buurthuizen worden voorzien van gratis regionale kranten, om onderlinge uitwisseling te stimuleren en informatieachterstanden te verkleinen.
  • In meerdere dorpen en wijken is het voor bewoners mogelijk om tijdens aanschuifdiners mensen te ontmoeten (gefaciliteerd door de gemeente).
  • Gemeenschappelijk wonen wordt toegankelijker, zonder onnodig belemmerende regels.
  • De gemeente ondersteunt bewonersinitiatieven die de gemeenschapszin bevorderen.
  • De gemeente stimuleert de inzet van ervaringsdeskundigen in de strijd tegen eenzaamheid. Dit kan eenzame Groningers in belangrijke mate helpen om stappen te zetten om uit de eenzaamheid te komen.

Stad en voorzieningen
bereikbaar voor iedereen

De stad wordt goed bereikbaar voor wie minder mobiel is, voor wie zich bijvoorbeeld voortbeweegt met rolstoel, scootmobiel, kinderwagen of blindenstok. Dat betekent dat de WMO-taxi alle voorzieningen kan blijven bereiken en obstakels in de openbare ruimte uit de weg zijn geruimd. Datzelfde geldt voor wie in de Groninger dorpen woont, waar elke inwoner met het openbaar vervoer een bezoek aan vrienden, concert of ziekenhuis kan
afleggen.

Wat gaan we doen en wat merk jij – als Groninger – daarvan?

  • De binnenstad is goed bereikbaar en toegankelijk voor iedereen. Obstakels zijn uit de weg geruimd en alle voorzieningen blijven bereikbaar met de WMO-taxi.
  • Voor de fietsers zijn er in de stad, naast de officiële fietsenstallingen, ook mogelijkheden om ‘kort te parkerenʼ. Zonder dat deze fietsen obstakels vormen voor anderen.
  • De inwoners van alle dorpen en wijken in de gemeente Groningen zijn in staat om de voor hen belangrijke voorzieningen te bereiken.

Basisvaardigheden &
geletterdheid

We denken misschien dat in de huidige tijd vrijwel iedereen ‘gewoonʼ kan lezen, schrijven en rekenen. Toch is het – vaak verborgen – probleem van laaggeletterdheid aanzienlijk. In de gemeente Groningen zijn naar schatting 15.000 mensen tussen de 18 en 65 jaar laaggeletterd, wat neerkomt op ongeveer 9% van de volwassen bevolking.2 Opvallend daarbij is dat dit relatief vaak voorkomt bij jongeren onder de 30 jaar. Er ligt een taboe op het niet goed kunnen lezen en schrijven. Dat maakt de oplossing van het probleem lastig, maar zeker niet onmogelijk. Vanwege de impact ervan – mensen raken sociaal geïsoleerd – is het een onderwerp waar
we hoe dan ook iets aan moeten doen.

Datzelfde geldt voor de digitale vaardigheid van onze bewoners. 23,3% van de inwoners tussen de 12 en 75 jaar heeft geringe of geen digitale basisvaardigheden. Ook dit leidt tot kansenongelijkheid en sociale uitsluiting. Wij zetten ons ervoor in dat iedereen ook op dit vlak mee kan doen.

Wat gaan we doen en wat merk jij – als Groninger – daarvan?

  • Professionals, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen (o.a. onderwijs, vroege en vroegschoolse educatie, GGD) zijn goed in staat om problemen met basisvaardigheden en geletterdheid te signaleren en ter sprake te brengen. De gemeente faciliteert dit. Een brede en vroegtijdige
    gezinsaanpak kan bijvoorbeeld een taalachterstand bij kinderen voorkomen.
  • In elk dorp en elke wijk zijn laagdrempelige voorzieningen om bewoners te begeleiden in het ontwikkelen van hun taalvaardigheid.
  • De basis voor digitale vaardigheid is op orde: bewoners hebben de beschikking over 1) internet en 2) ondersteuning bij het vergroten van hun digitale vaardigheden.
  • Elke basisschool in de gemeente beschikt over de mogelijkheid om kinderen met een lage taalvaardigheid buitenschools te ondersteunen.
  • De gemeente geeft het goede voorbeeld en geeft eigen medewerkers de mogelijkheid om, waar nodig, scholing te volgen voor het verder ontwikkelen van basisvaardigheden.
  • De gemeente sluit zich aan bij het landelijke LLO-collectief (Leven Lang Ontwikkelen voor laaggeletterden en mensen zonder startkwalificatie) en start een pilot in onze regio. Doel is om scholing toegankelijker te maken
    voor wie moeite heeft met basisvaardigheden en geletterdheid. De bibliotheken fungeren hierbij als aanjager, coördinator en huiskamer.

Nieuwkomers

In de gemeente Groningen worden momenteel op meerdere locaties
vluchtelingen (nieuwkomers) opgevangen. Voor deze inwoners is ‘kunnen meedoenʼ van belang. Want actief deelnemen aan de samenleving (via werk, onderwijs, vrijwilligerswerk of sociale activiteiten) vanaf dag één helpt hen om sneller de taal en gebruiken te leren. Dit bevordert hun welzijn, verkleint de kans op sociale isolatie en vergroot de zelfredzaamheid. Ook versterkt een vroege deelname van nieuwkomers de samenhang tussen inwoners (en daarmee het draagvlak).

Daarnaast brengen nieuwkomers kennis, talent en werkervaring mee. Hun bijdrage is waardevol voor henzelf en de plaatselijke economie, zeker in sectoren met personeelstekorten. Ook dit bevordert een goede integratie, dat heeft bijvoorbeeld de opvang van Oekraïners bewezen. Mede doordat velen van hen snel aan de slag konden, verliep de integratie positief.

Wat gaan we doen en wat merk jij – als Groninger – daarvan?

  • Nieuwkomers doen vanaf dag één mee in onze gemeente: ze krijgen taalles aangeboden, worden geholpen met het zoeken naar werk en worden actief betrokken bij dat wat er in stad en dorpen gebeurt.
  • Sociale ontmoetingsruimtes – in dorpen en wijken – zijn plekken waar nieuwkomers contact kunnen leggen en de ruimte krijgen mee te doen.
  • Er zijn meer taalbuddyʼs beschikbaar, doordat inwoners zijn gefaciliteerd in het geven van taallessen. Of door taalprojecten te stimuleren zoals het Rotterdamse initiatief Walking & talking, een project dat wij willen
    overnemen.
  • Samen met werkgevers worden arbeidskansen gecreëerd voor nieuwkomers. Deze werkgevers worden ondersteund in de begeleiding.