We zien dat steeds meer mensen te maken hebben met armoede en (beginnende) schulden. Dit is enorm belemmerend en betekent meer dan ‘weinig geld hebbenʼ. Het betekent: amper of niet mee kunnen doen in de
samenleving zoals je dat zou willen. Het betekent: het gevoel hebben dat je overal buiten staat.
In de gemeente Groningen leefde 10% van de kinderen en meer dan 5% van de totale bevolking in 2022 onder de armoedegrens. Ruim 15% moest het doen met een inkomen dat net boven het sociaal minimum lag.
De gevolgen zijn voor hen ook fysiek en mentaal merkbaar: vanuit armoede goed gezond blijven is een flinke klus. Net als het ontwikkelen van de eigen kennis en vaardigheden, ontbreekt het geld en vaak de tijd, energie of juiste informatie. Van kansengelijkheid is dan weinig merkbaar. Ook vergroot het opgroeien in armoede de kans dat kinderen later zelf ook te maken krijgen met (de gevolgen van) geldzorgen.
Zelf de spiraal van armoede doorbreken lukt vaak niet. Daar moet de gemeente de helpende hand bieden. D66 steunt daarom de gerichte aanpak van de gemeente, waarbij minimaregelingen fungeren als ‘trampolineʼ: een voorziening om op terug te vallen maar ook om zelf weer grip te krijgen op het leven.