Duurzame energie in Bunnik – Over tot actie!

Klein zonneveld, weggewerkt met groen

Beeld: Gemeente Bunnik

D66 Bunnik is overtuigd van de noodzaak van forse maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. Niet voor niets levert D66 de minister van klimaat en energie in het nieuwe kabinet. Wat kunnen en moeten we in onze gemeente doen?

Grote urgentie

In de gemeente Bunnik gaat D66 Bunnik zich maximaal inspannen om in de komende raadsperiode (2022-2026) Bunnik, Odijk en Werkhoven zo ver en zo snel mogelijk richting klimaatneutraal in 2040 te brengen.
 
D66 is voorstander van een slimme energietransitie in de gemeente Bunnik: een energietransitie dat in hoog tempo daadwerkelijk resultaten oplevert, vooruitstrevend is, rekening houdt met de waarden van natuur, landschap en woongenot. Een transitie die niet dichtgetimmerd is, maar dynamisch en flexibel, gebruik makend van nieuwe technologie en inzichten.

Nederland loopt achter

Er is in Den Haag al veel te lang getreuzeld. Zie bijvoorbeeld het rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van juli 2021 dat Nederland vergelijkt met de ons omringende landen. Wat blijkt? Nederland loopt achter, ver achter, iets dat wij al lang weten en aan achtereenvolgende kabinetten te danken hebben. Belangrijke sectoren als industrie, landbouw en transport zijn eerder het hand boven het hoofd gehouden dan aangespoord om te veranderen en vernieuwen.

Wat schrijft het PBL? De uitstoot per hoofd van bevolking is een derde hoger hier dan de EU gemiddelde, twee keer zo hoog als Zweden, op Polen na heeft Nederland de grootste achterstand in de EU om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Reductie van uitstoot in de afgelopen 30 jaar is in het VK drie keer zo groot als hier, in Duitsland, Denemarken, Zweden, twee keer of meer zo groot als in Nederland. Deze achterstanden hebben allemaal consequenties voor beleid op lokaal niveau.

Welke maatregelen in Bunnik, Odijk en Werkhoven?

D66 ziet het meeste in een brede inzet van een combinatie van maatregelen. Energiebesparing in woningen en gebouwen, energieopwekking uit duurzame bronnen, CO2-zuinige nieuwbouw (o.a. houtbouw in plaats van beton), meer duurzame mobiliteit, en klimaat adaptief zijn, onder andere door groen in de gemeente te behouden en versterken.

Energiebesparing

Energiebesparing is één van de meest effectieve manieren om onze klimaatdoelstellingen te bereiken. Helaas hebben wij in deze raadsperiode ons doel (10% besparing) niet gehaald. Onevenredig veel aandacht ging uit naar discussies over zonnevelden en windturbines. Maatregelen om energiebesparing te stimuleren liggen echter wel voor de hand. Wij kunnen onze bewoners ondersteunen met informatie, subsidie, warmtescans en een ‘revolving fund’ voor investeringen. D66 zal zich hiervoor inzetten in de komende raadsperiode.

De gemeente heeft ook grote plannen voor nieuwbouw. Hier valt ook een slag te slaan door in te zetten op houtbouw in plaats van betonbouw. Productie van beton is een van de grote veroorzakers van CO2 uitstoot. Door een hoger percentage houtbouw te eisen kunnen we onze nieuwbouw plannen duurzamer maken.

Verder, in zowel de bestaande wijken als bij nieuwbouw ontwikkelingen, moeten wij bewust zijn van de belangrijke rol die bomen en groen spelen voor koeling tegen alsmaar stijgende zomertemperaturen en in het belang van een klimaat adaptieve omgeving. Behoud en versterken van het groen in de gemeente is een prioriteit.

Zonne-energie in Bunnik

Recent heeft Urgenda aanbevelingen aan gemeenten gedaan voor een reeks acties die snel resultaat kunnen leveren: zon op dak, op bedrijfspanden en boerenschuren, boven parkeerterreinen en fruitteelt, langs snelwegen en spoorlijnen.

Deze aanbevelingen lijken geschikt voor onze gemeente. Even rondkijken en men ziet dat lang niet alle geschikte daken zijn voorzien van zonnepanelen: op woningen, scholen en bedrijfspanden en de boerenschuren in ons buitengebied is er ruimte. Boven de grotere parkeerterreinen, bijvoorbeeld bij Postiljon, zouden ook goede locaties voor plaatsing van panelen kunnen zijn. Interessante experimenten (o.a. in Cothen) lopen nu met zonnepanelen boven fruitteelt die eventueel ook van toepassing kunnen zijn hier in Bunnik boven onze eigen fruitboomgaarden. Een lint van zonnepanelen langs de A12 en/of het spoor is ook denkbaar hier.

Meer zon op dak betekent ook minder windmolens of zonnevelden in het buitengebied. De Rijksbouwmeester en anderen hebben bedenkingen uitgesproken over de huidige aanpak in de Regionale Energie Strategieën vanwege de landschappelijk impact (hagelslag van overal zonnevelden en windmolens).

Beleid voor zonnevelden

De raad heeft een plafond afgesproken van 40 ha in deze raadsperiode en wij zijn nog volop bezig met vergunningverlening voor die 40 ha aan zonnevelden. Twee velden van ieder 15 ha zijn (zo goed als) goedgekeurd en een derde veld van 10ha staat 10 maart op de agenda.

Bij het vaststellen (enigszins onder druk vanwege de wens om snel over te gaan tot vergunningverlening voor de eerste velden) van de beleidsregels zonnevelden werd vastgelegd dat er spoedig een evaluatie van de regels zou komen, binnen 1 jaar (uiterlijk januari 2021). De evaluatie is niet gebeurd en gaat deze periode helaas niet meer gebeuren.

Het college zelf spreekt nu over evaluatie in 2022 en behandeling door de nieuwe raad. Dit moet inderdaad zo snel mogelijk gebeuren. Uitbreiding van het aantal hectare onder de huidige regels kan een averechts effect hebben: een voorbeeld van waar de regels knellen is het hanteren van 1,50 meter hoog als uitgangpunt. De ervaring leert dat deze hoogte niet voor alle locaties praktisch is en kan het rendement van het zonneveld onnodig beperken.

Windenergie in Bunnik

Urgenda pleit voor een verdubbeling van wind op zee en stelt dat grootschalig wind op land niet nodig is. Midden Nederland is sowieso minder geschikt voor grote windturbines, hier waait het minder hard dan aan zee of langs de kust wat betekent dat de opbrengst gewoon lager is.

Grote windturbines in de gemeente zijn niet aan de orde tot dat de gemeenteraad gesproken heeft over de parameters en de kaders voor windenergie heeft kunnen vaststellen. Vroeg in de huidige raadsperiode (2018-2022) heeft het college de raad beloofd dat na vaststelling van de kaders voor zonnevelden, we vervolgens over zouden gaan tot bespreking van kaders voor windenergie.
Dit was aan het begin van deze periode, wij zijn nu aan het einde van de periode en achtereenvolgende wethouders energie (beide P21) hebben het debat afgehouden. Verschillende pogingen, onder andere van mijzelf, vanuit de raad om deze discussie op gang te brengen heeft het college pas laat opgepakt: de eerste echte discussie staat nu voor 24 februari op de agenda, minder dan een maand voor de verkiezingen.

In de zoektocht naar geschikte locaties voor windturbines op Bunniks grondgebied wordt tot nu toe een minimale afstand van 400 meter tot woonlocaties gehanteerd. Hiermee komt leefbaarheid en gezondheid in het geding. Gebruik maken van internationale normen, bijvoorbeeld WHO-normen, of de praktijk in landen om ons heen, zoals in Denemarken en Duitsland, waar afstanden als tien keer turbinehoogte, of 1000 meter of meer worden gehanteerd, zou beter zijn. De recente uitspraak van de Raad van State (juni 2021) zet sowieso (voorlopig) een streep door wind op land: naar verwachting gaat het zeker nog een jaar of meer duren voordat er nieuwe landelijke regels zijn voor wind op land.

Zoekgebied windenergie in Zeist op de grens met Odijk

Recent heeft de gemeente Zeist besloten onderzoek niet voort te zetten rondom de plaatsing van grote windturbines op de grens met Odijk. Dit is een begrijpelijk besluit. Het betreft een recreatiegebied met veel landschappelijke waarde. Het Utrechts Landschap (en anderen) hebben zich uitgesproken tegen plaatsing van grote windturbines in deze locatie. De optie voor een zonneveld hier staat nog wel open. En voor deze locatie, net bij andere locaties in de regio, speelt een overbelast elektriciteitsnetwerk een belemmerende rol. Politiek Den Haag is bezig met nieuwe regels, die landelijke van toepassing zullen zijn, om hinder en gezondheidsrisico’s tegen te gaan.

Duurzame mobiliteit

De twee sectoren die het meest bijdragen aan de CO2-uitstoot in onze gemeente zijn gebouwen en verkeer. De uitstoot van doorgaand verkeer op de A12 en provinciale wegen, waaronder de N229, wordt aan de gemeente Bunnik toegerekend. Wij hebben echter geen zeggenschap over de snelheidslimieten op deze wegen en al helemaal niks te zeggen over keuzes die men maakt over grootte van auto’s of brandstof.
 
Onze lijsttrekker, als wethouder in deze periode, heeft wel met succes gepleit bij de provincie voor verlaging van de snelheid (van 80 tot 60 km/uur) op een deel van de N229, de provinciale weg bij Odijk en Werkhoven. Dit is belangrijk voor de verkeersveiligheid en heeft ook positieve effecten op de uitstoot.
 
Het ligt ook binnen de macht van de gemeente om in te zetten op allerlei maatregelen die duurzame mobiliteit kunnen stimuleren. Meer laadpalen, ruimte voor deelauto’s, snelfietsroutes, verbeteringen in de openbaar vervoer-verbindingen en dienstregelingen en meer.
 
Kortom, een veelheid van mogelijkheden om Bunnik, Odijk en Werkhoven richting klimaat neutraal te brengen. Daar zet D66 zich ervoor in. Stem 16 maart D66 Bunnik.