Kim van der Aa

Kandidaat-raadslid Kim van der Aa

Kim van der Aa - Beeld: D66 Almere

Kim is maatschappelijk betrokken en organisatorisch sterk met een grote interesse in sport, (mentale) gezondheid en onderwijs. Zij brengt verbindingskracht, praktische wijsheid en een scherp oog voor wat beter kan.

  • 42 jaar
  • Dordrecht
  • Almere
  • Zij/haar

In het dagelijks leven is Kim workflow director bij een groot internationaal media- en advertentiebureau. Zij heeft daar een internationale rol in het digital operations team en houdt zich dus bezig met processen, efficiënt werken, maar ook met standardisering. Hoewel die rol haar veel brengt het gaat om doelgericht werken, efficient werken en economisch inzicht, had zij ooit andere ambities: “Ik vond en vind het nog steeds belangrijk om terug te geven aan de maatschappij, maar hoewel mijn werk belangrijk is voor een gezonde en sterke ecomie, staat het soms op gespannen voet met meer maatschappelijke thema’s die mij aan het hart gaan waaronder duurzaamheid. Vanuit de wens daar meer balans in aan te brengen en zowel aan onze economie als onze maatschappij bij te dragen stel ik mij kandidaat.”

Kim ziet de democratie onder druk staan door toenemende polarisatie, desinformatiecampagnes en een uitholling van instituties en de rechtstaat: “Het is niet alleen aan de overheid om die trends te stoppen, maar aan ons allemaal. Ik vind dat we allemaal daar een rol in hebben te spelen. Meedoen is essentieel. De manier waarop is eenieders keuze, en voor mij is het lid zijn van een poltiieke partij en actief zijn voor die partij. Via de partij en hopelijk in de raad kan ik mijn stem vaker laten horen dan eens per vier jaar en bovendien opkomen voor anderen die dat misschien lastig vinden of niet zien zitten. Dat is dan ook een taak die ik zeer serieus zal nemen.”

Naast democratie en participatie, is Kim geïnteresseerd in duurzaamheid en klimaatverandering. “Het is één van de grote problemen van onze tijd en ik denk dat we in Almere als jonge stad kansen hebben die elders moeilijker zijn of niet bestaan.” Zij ziet dat Almere is al ingericht op veel fietsen en een goede OV-infrastructuur heeft, maar dat tegelijkertijd is het lokale stroomnet vol is, wat de energietransitie bemoeilijkt. “Ook hier geldt weer: we moeten niemand laten vallen. Ik vind mezelf geen klimaatfanaticus, maar ik leef wel zo bewust mogelijk. Ik ben ervan ovetuigd dat als we allemaal meedoen en ons steentje bijdragen (en daar horen bedrijven, woningcorporaties, industrie en landbouw ook bij), helpen we de wereld enorm vooruit.”

Behalve dat Kim begaan is met met een aantal grote thema’s zoals hierboven benoemd, vind zij het belangrijk dat iedereen mee kan doen. “Ik heb denk ik enorm veel geluk gehad met de plaats van mijn wieg en met ouders die uit het onderwijs komen en alles in het werk hebben gesteld om voor een brede opleiding te zorgen met niet alleen school, maar ook muziek, dans en sport. Maar ik realiseer me dat dat lang niet voor iedereen is en dat de groeiende inkomenskloof steeds meer bepaalt hoe oud je wordt of wat je kansen zijn. Wat mij betreft gaan we daarmee terug in de tijd naar een periode waarin dat nog veel sterker was.” Zij ziet dat overheden een sleutelrol hebben in het creëren van een rechtvaardige, solidaire en sociale samenleving waarin iedereen mee kan doen en kan blijven doen. Zij wil zich via de Almeerse gemeenteraad inzetten voor een solidaire stad waarin hard gewerkt wordt om te zorgen dat iedereen een betaalbaar dak boven het hoofd heeft, kan leren, kan bewegen en in zijn/haar/hun levensonderhoud kan voorzien.

In haar vrije tijd sport Kim graag; ze loopt hard bij Almere ’81, gaat naar de sportschool en heeft een jaar geleden ballet weer opgepakt. “Alles bij elkaar gaat daar best veel tijd in zitten, maar als ik thuis ben, lees ik graag en vind ik het leuk om te handwerken, te koken en te bakken. Ik doe een cursus imkeren en kijk ernaar uit dat ik na de zomer bijen kan houden.”

Kim is alleenstaand en woont in Almere Buiten met haar twee katten.

Ik loop op mijn hardlooprondjes graag in de natuur. Op één of andere manier voelt het altijd minder zwaar dan. Ik kom dan ook graag bij de Lepelaarsplassen of Oostvaardersplassen. Ieder seizoen is het er weer anders en stiekem zie je nog behoorlijk wat dieren.

Daarnaast voel ik mij erg thuis in het centrum van Almere-Buiten. Toen ik ruim 10 jaar geleden vanuit Frankrijk naar Almere verhuisde en voor het eerst op het Globeplein kwam, zag ik me daar al koffie drinken op zaterdagochtend. Ik voelde me er direct thuis en dat is inmiddels 10 jaar later nog steeds zo. In het weekend bij het boodschappen doen, loop ik graag even rond en ik vind het fantastisch hoeveel activiteiten er dan georganiseerd worden voor jong en oud. Er staan kramen, op donderdag is het markt, er is regelmatig muziek of er wordt van alles gedaan voor kinderen. Het draagt bij aan de gezelligheid, maar laat ook zien hoeveel de stad te bieden heeft.

Als raadslid wil ik net als in mijn werk doelgericht werken. Helder voor ogen hebben wat we doen, voor wie en niet alleen kijken naar wat het kost, maar ook wat we bereiken. Uiteindelijk gaat het erom dat we met z’n allen vooruit gaan en de gemeente voor alle bewoners een steeds prettiger plaats maken om te wonen en te leven.

Daarbij wil ik me in het bijzonder hard maken voor goed en vooral inclusief sportbeleid. Niet omdat alle Almeerders topsporter moeten worden, maar omdat sport ons samenbrengt. In het stadion of bij de sportvereniging stappen we even uit onze eigen bubbel en ontmoeten we mensen met verschillende achtergronden. We bewegen samen, moedigen samen onze club, onze kinderen of onze clubgenoten aan en komen elkaar tegen. Dat versterkt de samenhang in onze stad.

Iedere week dezelfde mensen ontmoeten en daar dankzij een gezamenlijke interesse een band mee opbouwen maakt ook dat mensen zich onderdeel kunnen voelen van een gemeenschap en er niet alleen voor staan. Essentieel in het tegengaan van eenzaamheid maar ook voor het versterken van onze locale democratie. Door de uitwisseling met elkaar, beleven we onze vrijheid en versterken we onze democratie. Participatie beperkt zich niet tot de raadzaal, maar moet beleefd worden door de gemeente.

Daar komt natuurlijk bij dat bewegen en sport belangrijk zijn om zo gezond mogelijk te blijven. Daarin zijn allerlei gradaties; sommigen hebben meer geluk met de genen en het gestel dan anderen, maar binnen de mogelijkheden doet bewegen de overgrote meerderheid goed. Dat is van groot belang omdat de gezondheidszorg, ook in Almere, onder druk staat en de kosten steeds hoger worden. Als we die trend willen doorbreken terwijl ook de bevolking van Almere ouder wordt, zullen we via subsidies moeten investeren in inclusief sportbeleid wat toegankelijk is voor iedereen. Daarbij geldt dat mensen met bescheiden middelen aanspraak kunnen maken op steun.

Niet alleen omdat het goed is voor gezondheid en welzijn, de begroting van de stad op termijn, maar ook omdat het net als goed onderwijs rechtvaardig. De plaats van je wieg of financiële middelen moet niet bepalend zijn voor kansen in het leven, levensverwachting of hoeveel pijn je gaat leiden. Door mogelijkheden te onderzoeken voor een verlengde schooldag en samenwerkingen tussen scholen, de muziekschool, sportverenigingen, dansscholen en CKV Almere wil ik drempels verlagen voor de jongsten onder ons, want jong geleerd is oud gedaan. Ook al beweeg je misschien een periode in je leven wat minder, de kans is groot dat als je als kind sportte, je dat als volwassene ook weer gaat doen of blijft doen.

Zo wil ik me inzetten voor een rechtvaardige, inclusieve en actieve gemeente waar iedereen kan bewegen: van rustig wandelen en woon-werkverkeer op de fiets tot topsport en alles daar tussenin.

Inmiddels zo’n 15 jaar geleden werd ik lid van D66 omdat democratie en rechtstaat kernwaarden waren binnen de partij. Het is niet perfect, maar de democratische rechtstaat is het beste politieke systeem wat we als mensen tot dusver hebben bedacht. Alle andere bekende alternatieven leiden tot grote ongelijkheid, onvrijheid, willekeur en discriminatie. Maar het is ook een systeem wat actieve participatie nodig heeft van alle burgers. Voor mij hoorde daar lidmaatschap van een politieke partij bij en dan één die zich (onder andere) tot taak stelt het democratisch systeem te beschermen, te verbeteren en te verdedigen.

Bovendien voelde ik mij thuis bij de plaats van D66 in het politieke spectrum: in het midden. Het biedt de ruimte voor een veelheid aan meningen en is bijna per definitie inclusief. Er is begrip voor andermans zienswijze en genuanceerd beleid. Vanuit het midden is het bovendien makkelijk compromissen sluiten; je kunt meebewegen. Niet omdat je niets vindt, maar omdat je ruimte ziet om te geven en nemen. Ik vind dat belangrijk in de Nederlandse democratie die valt of staat bij juist de mogelijkheid om tot elkaar te komen in een coalitie en de wil om samen goed beleid te maken. Dan moet je een beetje kunnen laveren en soms iets naar links en soms iets naar rechts te schuiven afhankelijk van het onderwerp.

Nog niet zo lang geleden las — of beter gezegd: beluisterde — ik The Road to Unfreedom van Timothy Snyder. Het boek bevindt zich op het snijvlak van onderzoeksjournalistiek en geschiedschrijving en laat met heldere, concrete voorbeelden zien hoe autoritaire leiders desinformatie, mythevorming en angstzaaien gebruiken om feiten langzaam vervangen door een alternatieve realiteit. De wereld die gecreëerd wordt, is er één waarin burgers constant worden opgezet tegen fictieve vijandbeelden. Het boek hielp mij gevoelens van onbehagen ten aanzien van een aantal politieke leiders in de wereld beter te duiden. Het laat heel duidelijk de kwetsbaarheden van onze democratie zien en welke taak we als burgers hebben om dat systeem te beschermen. Wat mij betreft bijna verplichte kost in de geopolitieke context waar we ons momenteel in bevinden.

Naast informatieve boeken over politiek, internationale betrekkingen of geschiedenis lees ik ook graag romans. Eén van de mooiste boeken die ik ooit las en absoluut kan aanraden is A Gentleman in Moscow van Amor Towles over een graaf die in de jaren 1920 door het Sovjet regime veroordeeld wordt door huisarrest in een hotel. Zijn grote, luxe suite moet hij inruilen voor een klein kamertje op de zolder. Naar buiten mag hij nooit. Op de kaft staat “Hij kan niet weg, en u wilt niet weg.” En dat is ook echt zo. Het is een prachtig verhaal over veerkracht, waardigheid en het vermogen om, zelfs als je vrijheid wordt beperkt, betekenis en schoonheid te blijven vinden in kleine dingen.

Tot mijn schande moet ik bekennen dat het al even terug is dat ik een theater of museum van binnen zag. Ook ben ik geen fervente festivalganger. Vorig jaar ben ik alleen naar Doornroosje van We call it Ballet’, inmiddels ‘Ballet of Lights’ geweest.

Zes balletdansers dansen in het donker in verlichte kostuums. De voorstelling duurt een uur dus niet een al te lange zit en de combinatie van klassieke dans met moderne technologie is fantastisch.