Schone mobiliteit

Onze bewegingsvrijheid om meerdere keren per dag forse afstanden te overbruggen naar werk, school, vrienden en familie, theater en sportveld is niet (langer) vanzelfsprekend. Steeds
meer steden weren auto’s uit de binnenstad, om verstopping te voorkomen. Heel anders is de situatie in de dunbevolkte Krimpenerwaard, Alblasserwaard en op de Zuid-Hollandse Eilanden: daar is goed openbaar vervoer steeds lastiger te organiseren. Voor beide uitdagingen hebben we slimme, innovatieve en schone oplossingen nodig. De fietser krijgt bij ons voorrang. We investeren in een fijnmazig vervoersnetwerk, zodat reizigers eenvoudig kunnen switchen tussen vervoersmiddelen. We stimuleren emissievrije en stillere alternatieven voor auto,
vrachtverkeer en luchtvaart.

Sterk vervoersnetwerk, één vervoersauthoriteit

We moeten beter gebruik maken van de bestaande infrastructuur, door het eenvoudiger te maken om tijdens de reis over te stappen, van fiets naar tram naar (elektrische) auto of trein en weer terug
naar (water)bus of (deel)fiets. Daarom investeren we in een fijnmazig vervoersnetwerk, met goede overstapmogelijkheden en betrouwbare reizigersinformatie. We concentreren bedrijven en woningen zoveel mogelijk in de buurt van verkeersknooppunten (zie: kiezen voor concentratie). Samen met vervoerders ontwikkelen we bijpassende vervoersproducten, zodat reizigers met één abonnement gebruik kunnen maken van trein, (water)bus, Randstadrail en huurfiets. Bij dit sterke vervoersnetwerk hoort één vervoersautoriteit mét democratische legitimiteit. We maken regionale wegen veiliger. Bij onderhoud en vervanging maken we energieneutrale keuzes. We bereiden het wegennetwerk voor op de introductie van zelfrijdende en emissievrije voertuigen.

We investeren ook in OV. Samen met de NS en ProRail pakken we knelpunten op het spoor aan, om de trein aantrekkelijker te maken als alternatief voor de auto op trajecten tussen steden. Ook buiten de steden, bijvoorbeeld in de Bollenstreek, het Groene Hart en op de eilanden, willen we mensen een schoner alternatief bieden. Daarvoor moet de provincie een integraal vervoersplan opstellen voor (emissievrije) snelbustrajecten en lightrail. Ook bij verbetering van vervoersnetwerken zoekt de provincie samenwerking over de regiogrenzen heen. Veel werknemers, scholieren en studenten reizen dagelijks over provinciegrenzen heen.

Ruim baan voor fietsers

Steeds meer mensen kiezen voor de (elektrische) fiets, als alternatief voor auto of openbaar vervoer, ook voor woon-werkverkeer. De fiets heeft grote voordelen. Fietsen is schoon en gezond.
Fietsers nemen bovendien weinig ruimte in. Daarom maken we ruim baan, met fietssnelwegen op trajecten als Noordwijkerhout-Noordwijk-Voorhout, Lisse-Sassenheim, Zoetermeer-Rotterdam,
Hellevoetsluis-Spijkenisse en Hoeksche Waard-Rotterdam. We willen dat de fiets een aantrekkelijk alternatief is voor afstanden tot 30 kilometer. Daarom maken we fietspaden veiliger, door gelijkvloerse kruisingen met N-wegen te vermijden en door betere verlichting. We investeren in doorstroming en aansluiting, met fietsenstallingen op overstapplaatsen, laadvoorzieningen voor de elektrische fiets en betere meeneem- en overstapmogelijkheden. Om deze plannen te realiseren maken we structureel extra middelen beschikbaar, met cofinanciering van gemeenten en Rijk.

De fietser op 1

D66 maakt ruimte voor de fietser. We hebben de afgelopen tijd 7 miljoen extra geïnvesteerd in fietsstallingen bij de stations en bijna 10 miljoen extra uitgetrokken voor de aanleg van zogenaamde fietssnelwegen, onder meer Leiden en Katwijk en tussen Zoetermeer en Rotterdam. Zo kunnen fietsers zich sneller en veiliger verplaatsen en hun fiets veilig stallen.

Emissievrij rijden

Bijna nergens in Europa is de lucht zo vervuild als in Zuid-Holland. Dat is ongezond en onprettig. Daarom werken we er samen met het rijk en gemeenten aan om emissievrij rijden zo aantrekkelijk mogelijk te maken, zodat het aantal emissievrije voertuigen op de weg fors kan groeien. Dat vermindert ook meteen de geluidshinder voor omwonenden. We maken ruimte voor en investeren in snellaad- en waterstofstations. We stimuleren kennisuitwisseling tussen gemeenten, om zo te sturen op harmonisatie in de aanbesteding van laadpunten. Steeds vaker kiezen bedrijven slimme en schone oplossingen voor bevoorrading van winkels en horeca in de steden, bijvoorbeeld met elektrische rolcontainers. We faciliteren deze ontwikkeling, door aan de randen van de steden ruimte te maken voor logistieke overslagpunten. We verleiden gemeenten tot afspraken over lagere parkeertarieven voor (elektrische) deelauto’s. We richten testlocaties in om innovatieve mobiliteitsoplossingen van zogenaamde Mobility Labs te toetsen. Tot slot lobbyen we actief bij het Rijk voor extra belasting op CO2-uitstoot, bijvoorbeeld met een kilometerheffing. Zolang dat niet is geregeld, gaan de provinciale opcenten niet omlaag.

Duurzame binnenvaart

We maken te weinig gebruik van de mogelijkheden van het water voor personenvervoer en vooral goederentransport. Met een binnenvaartschip halen we tot wel 60 vrachtwagens van de weg; dat
scheelt enorm in ruimte en vervuiling. We stimuleren binnenvaart door waterwegen op diepte te houden, goede aanlegplaatsen en kwalitatief hoogwaardige overslaglocaties, in samenwerking met
andere provincies en het Rijk. We ondersteunen in de aanleg van binnenhaventerminals, op voorwaarde dat het aantal vrachtwagens op de weg substantieel afneemt. Om de binnenvaart concurrerender te maken, passen we sluizen en bruggen aan, zodat schepen minder lang hoeven te wachten en zonder bemanning kunnen passeren, maar ook om te voorkomen dat forenzen in de spits lang voor een open brug staan. We verduurzamen de binnenvaart, met walstroom, afspraken over ontgassing en door over te stappen op schone(re) aandrijving zoals CNG, waterstof of zelfs accuaandrijving. We steunen tot slot ook de ontwikkeling van de overslagterminal in Bleizo, om het aantal vrachtwagens verder terug te dringen door verplaatsing naar het spoor.

Minder vluchten

Vliegtuigen stoten veel vervuiling uit en maken veel lawaai. Veel inwoners hebben hier last van. Daarom willen we minder vliegverkeer boven Zuid-Holland. De overlast van de luchtvaart voor inwoners van de provincie Zuid-Holland neemt al jaren toe tot een niveau dat een risico begint te vormen voor een goede nachtrust en daarmee voor de gezondheid. Stiltegebieden en natuur worden verstoord door vliegtuiglawaai en vervuiling. Er is geen ruimte voor verdere groei van Rotterdam The Hague Airport (RTHA) buiten de bestaande geluidsruimte. Als in de toekomst een andere locatie wordt gevonden voor helikoptervluchten in de regio Rotterdam, willen we dat de totale geluidshinder voor omwonenden per saldo met minstens 30% afneemt. Daarnaast moet de provincie een actievere rol opeisen in de discussie over Schiphol en de herinrichting van het Nederlandse
luchtruim. Door het grote luchtruim van Schiphol worden vluchten op RTHA omlaag gedwongen. Voor kortere afstanden, naar Londen, Frankfurt, Düsseldorf, Berlijn, Brussel en Parijs, willen we
betere treinverbindingen. Hiervoor gaan we lobbyen op nationaal niveau. We steunen het onderzoeken van kansen voor een nationale luchthaven op de Noordzee.

Het welzijn van mensen komt voor economische belangen. Langs die maatstaf heeft D66 beslissingen genomen over het luchtruim in Zuid-Holland. Daarom hebben we op voorhand strikte voorwaarden verbonden aan de eventuele komst van een helihaven in de regio Haaglanden. De beoogde groei van Rotterdam The Hague Airport is voorlopig van de baan, zolang er geen oplossing is gevonden voor de toegenomen overlast.