Niet bouwen in het groen

Groen is belangrijk. Het houdt ons gezond en maakt ons gelukkig. Tegelijkertijd moeten we bouwen. Er komen alsmaar meer Zuid-Hollanders. Bovendien trekt de economie aan; er is behoefte aan nieuwe bedrijfspanden, industrieterreinen en wegen om die te verbinden. We willen dat er voor iedereen plek is, maar niet ten koste van groen. Daarom kiezen we voor concentratie van nieuwe woningen en bedrijven in bebouwde gebieden, bij voorkeur nabij bestaande OV-knooppunten.

Groen op één

De groengebieden tussen de grote steden zijn de longen van onze provincie. Ze zijn belangrijk voor natuur, landbouw en recreatie. Ze houden ons gezond en gelukkig. En ze bieden werk, bijvoorbeeld
voor mensen die werken in de recreatiesector. Groen heeft dus ook economische waarde. Nu de economie op volle toeren draait, neemt de druk op deze groene ruimte toe. Om Zuid-Holland aantrekkelijk te houden om te wonen én voor investeerders moeten we dit groen beschermen. Dit nemen we op in alle structuurvisies en verordeningen van de provincie. Groen komt op één. Dat betekent ook dat we ruimte moeten maken. Dit heeft consequenties voor de nieuwbouw van woningen en bedrijfspanden en ook voor de land- en tuinbouw. Intensieve vormen van landbouw zijn vooral in gebieden met bodemdaling op den duur niet houdbaar. We bieden boeren verschillende alternatieven: ze kunnen hun bedrijf verplaatsen naar gebieden in andere provincies of overstappen op andere verdienmodellen, die beter passen bij de schaarste aan ruimte en een hogere grondwaterstand, zoals nieuwe inkomsten uit natuurtoerisme en natuurbeheer (zie: beheer door natuurliefhebbers) of overstappen op andere productiemethodes en gewassen (zie: bodemdaling
stoppen).

Sterke dorpskernen en binnensteden

Nieuwe woningen bouwen we zoveel mogelijk in verdichtingslocaties in verstedelijkte gebieden; we kiezen voor inbreiding in plaats van uitbreiding. Zo slaan we twee vliegen in één klap: we hebben
meer ruimte voor groen en werken aan sterkere kernen en binnensteden. Bovendien is het dan eenvoudiger om goede, duurzame OV- en fietsverbindingen aan te leggen. Starterswoningen realiseren we daarom bij voorkeur in de stationsgebieden van Rotterdam, Den Haag, Delft en Leiden. De provincie stuurt hierop in structuurvisies en deelt kennis met de betrokken gemeenten. Het is
belangrijk dat we voor oplossingen ook over de grenzen van provincies heen kijken; dat zijn uiteindelijk niet meer dan lijnen op een vel papier. De provincie stimuleert gemeenten om verdichtingslocaties aan te wijzen. Ook in dorpen is inbreiding het uitgangspunt: we kijken altijd eerst binnen de bebouwde kom naar nieuwbouwlocaties. We spannen ons in om winkels te behouden in de kernen en binnensteden, want winkelplezier maakt kernen en binnensteden aantrekkelijk. Voor reeds genomen besluiten, zoals voor nieuwbouw in de Zuidplaspolder en het vliegveld Valkenburg, stellen we als voorwaarde dat aannemers natuurvriendelijk bouwen (zie: natuurvriendelijk bouwen).

Doorstroming verbeteren

Steeds meer mensen vestigen zich in Zuid-Holland en bovendien neemt het gemiddelde aantal personen per huishouden af. De vraag naar woningen stijgt daardoor enorm: 230.000 extra woningen tot 2030. Rücksichtslos bouwen is niet de oplossing. Iedereen, van starter tot gepensioneerde, moet een passende woning kunnen vinden, want anders stagneert de doorstroming op de woningmarkt. De provincie stimuleert daarom gemeenten om meer koop- en huurwoningen bij te bouwen in het lagere en middensegment. Dat is namelijk de bottleneck. Mensen die nét te veel verdienen voor een sociale huurwoning, moeten we een betaalbaar alternatief bieden. Bovendien is dit een voorwaarde om streng te kunnen zijn tegen zogenaamde scheefhuurders, mensen die in een sociale huurwoning wonen terwijl ze te veel verdienen. In Zuid-Holland wordt één op de acht sociale huurwoningen bewoond door scheefhuurders. Als zij kunnen doorstromen naar het middensegment, komen er woningen vrij voor mensen die het minder breed hebben.

Investeren in bestaande bedrijventerreinen

Bedrijventerreinen aan de randen van de stad liggen er soms al binnen enkele jaren verlaten bij. Dat is zonde van het geld, de ruimte en de bouwmaterialen. En bovendien zijn er voldoende bestaande
locaties die we kunnen herontwikkelen. Denk aan de Binckhorst in Den Haag, het Brainpark en de Stadshavens in Rotterdam, de Dordtse Kil in Dordrecht en de Kromme Gouwe in Gouda. Hier stuurt de provincie met structuurvisies en door te ondersteunen met de doorvertaling in gemeentelijke bestemmingsplannen. We houden bij herontwikkeling rekening met bedrijven in hoge milieucategorieën. Voor nieuwe bedrijventerreinen is enkel ruimte als die in een zeer specifieke behoefte voorzien, zoals Unmanned Valley in Valkenburg. We spannen ons in voor het behoud van winkels in kernen en binnensteden. Het Rotterdamse havengebied is een uitdaging op zichzelf. De provincie brengt daarom de behoefte aan bedrijfsruimte in dit gebied in kaart en faciliteert de dialoog tussen alle betrokken gemeenten om tot een goede inpassing te komen.

Natuurvriendelijk bouwen

We willen dat (project)ontwikkelaars rekening houden met de omgeving, voor de eerste heipaal de grond in gaat. We willen schade voor de biodiversiteit voorkomen, bijvoorbeeld met het aanleggen
van groene daken, waterpartijen en egelpaden. Natuurvriendelijk wil ook zeggen duurzaam. De provincie legt in structuurvisies doelen vast voor circulair bouwen, gasloze woningen en toevoeging van groen in bouwplannen. Tot slot willen we dat nieuwbouw bestand is tegen klimaateffecten, zoals hittestress of wateroverlast door hevige buien. Ook bij de aanleg en vervanging van wegen maken we groene keuzes: we leggen groene taluds aan, beplanten bermen met struiken en bomen en plaatsen ecoducten en ecotunnels om het leefgebied van dieren intact te houden.

Inpassen zon en wind

We moeten nieuwe windmolens toestaan om Zuid-Holland klimaatneutraal te maken. We willen dat windmolens het landschap niet verstoren, maar juist accentueren. Dit vereist regie van de provincie in de vorm van een provinciaal windplan. We gaan niet – zoals voorheen – vooraf gebieden aanwijzen voor de plaatsing van windmolens, maar ieder voorstel accepteren en toetsen op geschiktheid, om ook onbenutte plukjes grond, bijvoorbeeld langs water- en snelwegen, beschikbaar te maken. Zonnecellen op daken verkiezen we boven zonneweides, omdat we dan optimaal gebruik
maken van de schaarse ruimte. Ook gaan we onderzoeken of we zonnecellen kunnen plaatsen op ongebruikte provinciegrond, zoals de veiligheidszone langs provinciale wegen. We ondersteunen
bewonersinitiatieven om collectief zonnepanelen en andere vormen van duurzame energie te installeren, zoals GroenGouda, onder meer door hen te ondersteunen met het opzetten van financieringsconstructies. Want samen energie organiseren zorgt voor meer betrokkenheid van mensen bij hun buurt, en maakt investeren in schone energie ook bereikbaar voor mensen die geen koophuis hebben of wat minder te besteden hebben. Daarnaast willen we onderzoeken of we door een aanscherping van de regels voor dakconstructies meer bedrijfsgebouwen geschikt kunnen maken
voor zonnecellen.

Onder de grond

Ook de wereld onder onze voeten wordt steeds drukker, vooral met leidingen. Het is niet altijd duidelijk welke leidingen waar precies lopen. Die kennis hebben we nodig om te verduurzamen; denk aan de bescherming van het grondwater en het gebruiken van aardwarmte. Daarom willen we een driedimensionale structuurvisie, met bodem en diepere ondergrond. Dan kunnen we bovendien werkzaamheden aan verschillende kabels en leidingen beter plannen, zodat de straat minder vaak open hoeft en bewoners minder overlast ervaren. Bij alles wat we boven de grond doen, moeten we ook meer rekening houden met de ondergrond. Bij het inzetten van aardwarmte staat vanzelfsprekend de stabiliteit van de ondergrond voorop.

Landschapstafels

Op initiatief van D66 zijn de Landschapstafels opgestart. Aan deze tafels maken overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven in de regio een gezamenlijk programma voor versterking van het landschap, de recreatie en de biodiversiteit. De provincie bepaalt niet langer zelf hoe het landschap er uit moet zien, maar doet dit in nauw overleg met alle relevante partijen. Er is meer ruimte voor ideeën uit de samenleving. Zo is recreatiepark Lammetjeswiel in Alblasserdam duurzaam heringericht door studenten van het Wellant College en het Da Vinci College, en wordt in de Krimpenerwaard met gemeenten, het waterschap, een bank en met boeren gewerkt aan een duurzame transitie van de melkveehouderij.