De collectie van Nederland laten zien en laten leven

Nederland heeft een fijnmazig museumbestel met in vrijwel elke stad of dorp een museum. Al die musea samen, groot en klein, tonen de Nederlandse geschiedenis en ons rijke culturele verleden. Om die collectie vitaal te houden, moet het ook mogelijk blijven deze aan te vullen met nieuwe werken. Het Aankoopfonds en het Mondriaanfonds spelen daarin een belangrijke rol. Deze moeten dan ook de slagkracht hebben, om onze collectie levend en toekomstbestendig te houden. Met de musea gaat het goed: ze trekken jaarlijks meer bezoekers, ook uit hetbuitenland. Grote tentoonstellingen, de zogenoemde ‘block-busters’, breken records in bezoekersaantallen. Daar mogen we trots op zijn. Door als overheid garant te staan voor een groter deel van de verzekering voor topstukken kunnen nog meer museumbezoekers in Nederland genieten van de mooiste werken. Daarnaast pleiten wij voor het breder inzetten van de rijkdommen in de depots van de musea elders in de samenleving.

Maar laten we ons tegelijkertijd niet blindstaren op de bezoekersaantallen. En vooral ook oog blijven houden voor de onderzoekstaken van musea. Goed collectiebeheer is wellicht niet meteen zichtbaar voor de buitenwereld, maar wel een kerntaak van een museum en een voorwaarde voor succesvolle tentoonstellingen later. We moeten er dus voor waken dat de bezuinigingen die de sector te verduren heeft gehad ten koste gaan van het aantal conservatoren en de opleidings- en onderzoekstaken van een museum. Die zijn namelijk cruciaal voor de waarde van de collectie.