Betrokken bij en realistisch over vluchtelingen

Migratie is van alle tijden. Al eeuwenlang komen er mensen uit alle windstreken naar Nederland. En in de loop van de geschiedenis hebben veel Nederlanders hun geluk elders beproefd – op de vlucht voor oorlog, armoede of om elders een beter bestaan op te bouwen. Door de vele brandhaarden in de wereld is op dit moment het grootste aantal mensen op de vlucht sinds de Tweede Wereldoorlog. Het oorlogsgeweld in Syrië, de dictatuur in Eritrea en de acties van de Taliban in Afghanistan verdrijven onschuldige burgers uit hun land. Zij vluchten om zichzelf in veiligheid te brengen en om hun kinderen te beschermen tegen oorlog en geweld. Ook in de komende jaren zullen er veel mensen naar Europa blijven komen. Dat zegt vooral iets over de ernst van de huidige onrust elders in de wereld. Het achterlaten van huis, familie, vrienden en je geboortegrond is immers geen kleine stap. Maar soms wint de vrees voor lijf en leden of het juk van onderdrukkende regimes het van de onzekerheid en ongewisse lotsbestemming die migratie onvermijdelijk met zich meebrengt. Voor die mensen willen en moeten wij er zijn.


Tegelijkertijd vertelt de migratie richting Nederlands ons ook iets over de omstandigheden hier. De vrijheid en economische voorspoed zijn momenteel zo groot dat zij aantrekkingskracht uitoefent op andere delen van de wereld. En dat is bijzonder in de nasleep van de grootste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Die positie moeten we koesteren. Maar zij komt ook met een verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid om zoveel mogelijk mensen de kans te geven een menswaardig bestaan op te bouwen – het liefst in de regio van herkomst, maar waar nodig ook in onze eigen samenleving. Het recht op individuele vrijheid is immers niet gebonden aan de plek waar je wieg heeft gestaan.


De afgelopen jaren is er een heftig, en soms te heftig, maatschappelijk debat over vluchtelingen gevoerd. Voor mensen die in eigen land hun leven niet zeker zijn staat onze deur altijd open – dat is onze dure medemenselijke plicht. Maar wij hebben ook begrip voor mensen die willen ontsnappen aan uitzichtloze armoede, voedselgebrek, onbetaalbare gezondheidszorg, corrupte overheden of decennia durende schaduwlevens in kampen voor ontheemden. Het gaat om mensen die verbetering van hun lot – vaak tegen de klippen op – in eigen hand nemen. Daar geldt dat het aanpakken van de oorzaken door meer ontwikkelingssamenwerking en effectiever buitenlands beleid verreweg de voorkeur geniet boven symptoombestrijding door opvang in de regio of in Europa. Wij respecteren de menselijke wens aan het noodlot te ontsnappen en herkennen de drang naar een beter bestaan – gesteld voor dezelfde situatie zouden velen van ons dezelfde aspiraties hebben. En in een ideale wereld zou bewegingsvrijheid niet langer beperkt zijn door grenzen. Maar hoewel onze vitale samenleving meer nieuwkomers kan verwerken dan sommigen denken, dreigen onderling vertrouwen en sociale cohesie bij al te grote migratieschokken af te kalven. Dat vergt een duidelijk beleid om legale routes te creëren voor vluchtelingen en een selectief blue cardsysteem voor economische migranten waarbij de potentiële bijdrage aan de Nederlandse samenleving voorop staat.