Blijf op de hoogte!

Steun ons en help Nederland vooruit

Landbouw & Veehouderij

D66 ziet alleen toekomst voor agrarische bedrijven die in evenwicht met hun omgeving produceren, de ecologische landbouw. Het produceren van voedsel heeft namelijk directe invloed op het milieu en onze gezondheid. D66 wil dat voedselproductie op zijn minst neutraal is voor het milieu en bijdraagt aan het behoud van biodiversiteit.  Volgens D66 kunnen agrariërs en natuur heel goed naast en met elkaar bestaan.

Van kwantiteit naar kwaliteit

De macht in de Nederlandse voedselketen is sterk geconcentreerd bij inkoopkantoren en supermarkten. In Nederland hebben we slechts vijf inkoopkantoren voor de supermarkten. Zij bepalen in grote mate wat Nederlanders eten en hoe ons eten geproduceerd wordt, waardoor zij voor een belangrijk deel de werking van het Nederlandse voedselsysteem bepalen. De gemiddelde agrariër zit ‘gevangen’ in een web van contracten met van tevoren gemaakte prijsafspraken en wordt niet zelden gedwongen hun product onder de kostprijs te verkopen. Er is in een aantal opzichten dus amper sprake van een ‘vrije markt’ in de voedselproductiesector. In Europa is de situatie niet veel anders. Sinds de jaren tachtig dalen prijzen en stijgen kosten – bijvoorbeeld voor grond en arbeid. Individuele boeren hebben hierdoor vrijwel geen ruimte om vrijwillig duurzame en diervriendelijke onderdelen toe te voegen aan hun bedrijf. Zij lopen tegen teveel barrières aan. Om hen te helpen zijn meer afzetkanalen en nieuwe verdienmodellen nodig. Daarmee kunnen de meerkosten van duurzame productie worden vermarkt en kan een omslag worden gemaakt van kwantiteit en prijs, naar kwaliteit.

Nederlandse landbouw en de wereld

Voedsel en de aanvoer van landbouwgrondstoffen worden in toenemende mate een geopolitieke zaak. De BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) hebben steeds meer invloed op het mondiale voedselsysteem, al is het maar omwille van de grootte van hun bevolking. Deze landen nemen ook steeds meer maatregelen ten aanzien van de voorzieningszekerheid van voedsel en grondstoffen. Ook Europese en Nederlandse producenten zijn afhankelijk van grondstoffen en producten van buiten de EU. Dit geldt bijvoorbeeld voor soja, fosfaat en cacao. Als gevolg hiervan is de Europese en de Nederlandse voedselproductie kwetsbaar voor leveringsonderbrekingen en andere handelsbelemmeringen. D66 pleit ervoor om systematisch de kwetsbaarheden voor de voedselvoorziening in Europa in kaart te brengen en oplossingen te formuleren. Een voorbeeld is de teelt van eiwitgewassen in Europa, om zo minder afhankelijk te worden van soja uit Zuid-Amerika. Teelt van eiwitgewassen in Europa draagt bij aan vermindering van ontbossing in Zuid-Amerika en verbetert de geopolitieke positie van Nederland en Europa. Het wereldhandelssysteem staat slechts in beperkte mate regionaal afwijkende standaarden toe als het gaat om milieu, duurzaamheid of dierenwelzijn. Desalniettemin moet er ruimte zijn om in Europa een eigen beleid te voeren waar duurzaamheid, kwaliteit en gezondheid centraal staan. Anders zou immers een transitie naar een duurzaam en gezondheidsbevorderend voedselsysteem kunnen worden ondergraven door import uit de rest van de wereld.

Gezonde sector met gezonde dieren

In een beschaafde samenleving behoren dieren netjes behandeld te worden, waarbij de veiligheid voorop staat. D66 vindt dat er sterker ingezet moet worden op het voorkomen van dierziektes en infectieziektes die kunnen worden overgedragen van dieren op mensen (zoönosen). Dit vraagt om een gezonde sector, met gezonde dieren. Een ecologische landbouw die meer gericht is op het welzijn van dieren door onder andere ruimte te bieden aan het natuurlijke gedrag van dieren, is een stap in de goede richting. De verspreiding én het ontstaan van dierziekten kan worden voorkomen door zoveel mogelijk in te zetten op kleinere eenheden of gesloten kringlopen op bedrijven, zoals bij gemengde bedrijven het geval is. D66 wil graag dat de vleesproductie en verwerking zoveel mogelijk lokaal plaatsvindt. Hierdoor zijn er minder diertransporten nodig en wordt het onderlinge contact van grote aantallen dieren beperkt. Hiernaast moet samen met de sector antibioticagebruik verder worden teruggedrongen om het risico op resistente bacteriën bij mens en dier te verkleinen. Het gebruik van antibiotica is weliswaar de afgelopen vijf jaar gehalveerd, maar samen met de sector kan dit nagenoeg tot nul gereduceerd worden. Daarnaast wil D66 dat het risico op het overdragen van ziektes van dieren op mensen letterlijk wordt verkleind door de afstand tussen bedrijven te vergroten.

Toekomstige uitbreidingen veehouderij

In de veehouderij blijft een toenemende trend aanwezig voor schaalvergroting. Een aantal provincies, waaronder Noord-Brabant en Groningen, voert projecten uit om criteria op te stellen met betrekking tot uitbreidingen. Grofweg zijn deze, en andere, provincies geïnteresseerd in hoe zij de duurzame en ecologische veehouderij  ‘voorrang’ kunnen geven op veehouderijen die niet duurzaam of ecologisch zijn. D66 wil dat ook op landelijk niveau meer gestuurd wordt op welke veehouderijen wel mogen uitbreiden en welke niet. Zo zorgen we ervoor dat er niet alleen kwantitatieve groei plaatsvindt, maar ook kwalitatief. Daarnaast is dit een manier om ecologisch goed presterende bedrijven te belonen met meer ontwikkelvrijheid dan niet-duurzame bedrijven. Een voorbeeld is weidegang: melkveehouders die aan weidegang doen, krijgen meer ontwikkelingsruimte. Dit principe zou moeten worden uitgebreid

Laatst gewijzigd op 12 april 2016