Sigrid Kaag: Na tien jaar is het tijd voor nieuw leiderschap

Lees hier de speech terug die Sigrid Kaag gaf op het 112de D66-congres op 28 november 2020.

Kijk de congrestoespraak van Sigrid Kaag terug.

Foto: Jeroen Mooijman
- Beeld: Sigrid Kaag

Vrienden, democraten, partijgenoten,
 
Ik ben ontzettend dankbaar dat jullie vandaag de moeite hebben genomen digitaal bijeen te komen.
 
Honderden amendementen hebben ons programma nog beter en scherper gemaakt dan het al was. Jullie energie geeft leven aan onze vereniging in een moeilijke tijd.
 
Jullie zijn er. En dat is wat ertoe doet.
 
Partijgenoten, we treffen elkaar op een buitengewoon moment. Een moment waarin het acuut voelbaar is hoe kwetsbaar we zijn als mens en hoe afhankelijk we zijn van elkaar.
 
Wat doe je op zo’n moment? Wat wordt er van je gevraagd? Voor ons als partij lag het antwoord klaar. Wij dienen als regeringspartij het nationaal belang. Maar ik merk ook: nu alles langer duurt ontstaat er ongeloof en ongeduld. Met verruwing van omgangsvormen en een soms giftig maatschappelijk debat tot gevolg.
 
Dat het na horten en stoten steeds beter gaat is te danken aan mensen zelf. Mensen die bereid waren offers te brengen: niet bij dierbaren te zijn in hun laatste dagen, salaris in te leveren, bruiloften uit te stellen.
 
We lijken soms te vergeten dat mensen overlopen van veerkracht. Crisis onthult karakter, en wat we zien is geruststellend en hartverwarmend tegelijkertijd. Mensen vangen de klappen op. Ze zijn niet met zichzelf bezig. Ze gaan voorwaarts, soms struikelend, maar altijd voorwaarts.
 
Hun vertrouwen dat het beter wordt, dat is de echte rijkdom van ons land. We zijn het aan hen verplicht om beter uit deze crisis te komen dan hoe we erin gingen. Om betere bestuurders en politici te zijn, met meer oog voor wat mensen dag in dag uit moeten doorstáán. Want het leven is een uitzonderlijk en kostbaar bezit.
 
Partijgenoten, deze crisis onthult niet alleen menselijke veerkracht maar ook maatschappelijke tekortkomingen. Het legt onrechtvaardigheden en ongelijke sociale omstandigheden bloot die er daarvóór al waren, maar nu scherper zichtbaar zijn.
 
Laat me daar wat meer over vertellen. Laat ik vertellen wat ik zie gebeuren in ons land.
 
In 2017 kwam ik terug naar Nederland. Ik zag overwegend gelukkige mensen in een vrij en veilig land – en geloof me, ik heb anders gezien in deze wereld.
 
Maar ik zag ook meer. En daar schrok ik van.
 
We zijn minder één land dan voorheen. Een periode die ons land zo rijk heeft gemaakt heeft sommigen heel veel gebracht, maar anderen weinig tot niets.
 
De rijkste tien procent bezit inmiddels twee derde van het totale vermogen. Bijna een miljoen Nederlanders leeft in armoede, waarvan 260.000 kinderen. Als je solliciteert kun je nog beter een strafblad hebben dan een buitenlandse achternaam.
 
Het aantal werkenden met burn-outklachten is opgelopen tot één op de zes. De wachttijd voor een woning in de sociale huur is opgelopen tot bijna vier jaar in de Achterhoek en Limburg, en tot bijna negen jaar in de regio’s Amsterdam en Utrecht. Het aantal daklozen is in tien jaar tijd meer dan verdubbeld.
 
Achter die cijfers zitten mensen. Jonge stellen met een prima baan die geen huis kunnen vinden. Studenten in de Schilderswijk die geen stage krijgen. Zelfstandigen die verknocht zijn aan de vrijheid om te ondernemen, maar slecht slapen door zorgen over later.
 
Het zijn allemaal signalen dat een belangrijke pijler onder Nederland aan het wankelen is. De Nederlandse belofte hapert. De belofte dat verdienste en hard werk bepalen hoe ver je komt.

Volgens mij gaat dat in de kern om drie acute problemen.
 
Allereerst: de stokkende sociale mobiliteit. Het model van verdienste heeft erfelijke trekjes gekregen. Vermogen gaat van generatie op generatie. Hoe gelijk is het speelveld als de ene ouder wel de bijles van hun kind kan betalen, maar de andere niet? Hoe eerlijk is het als de één voor z’n kinderen wel een huis kan kopen, maar de andere niet?
 
Ten tweede: de ongelijkheid groeit langs lijnen van opleiding, die weer sterk afhankelijk is van het onderwijsniveau van je ouders. Hoe vrij ben je als je kansen in de samenleving bijna volledig gebaseerd zijn op je onderwijs-succes?
 
Ten derde: steeds minder wordt erkend dat iedereen een waardevol onderdeel is van onze samenleving. Wie toevallig goed is met programmeren wordt rijkelijk beloond, wie waardevol werk doet voor de samenleving in de jeugdzorg, komt nauwelijks vooruit.
 
Iedere serieuze poging om wat gebroken is te lijmen begint met de erkenning dat politiek Den Haag daar te weinig oog voor heeft gehad.
 
We praten veel over het belang van gelijke kansen, maar een gelijke kans garandeert geen rechtvaardigheid. We praten veel over het belang van verbinding, maar als we daar echt werk van willen maken is meer nodig.
 
De politiek heeft hier een grote verantwoordelijkheid.
 
Dat begint bij een nieuwe houding. Bij het zelfvertrouwen om politiek meer te laten zijn dan dag-tot-dag management of gevechten op de vierkante meter. Bij de bereidheid om verder te kijken dan de crisis van vandaag.
 
We kunnen niet blijven hangen in de coronamalaise. Want die crisis overwinnen we. Die crisis krijgen we onder controle. Daar ben ik van overtuigd.
 
Maar waar is de politieke wil verder te kijken dan de horizon van deze crisis alleen? Waar is de politieke wil een nieuwe koers te bepalen? Is het niet bij uitstek de taak van politiek leiders om perspectief te bieden in crisistijd?
 
Met de lessen van de coronacrisis scherp voor ogen, zet ik vandaag drie stippen aan de horizon:
 
Een hechter sociaal fundament.
Een schone economie.
En een rechtsstaat die ook echt recht doet aan mensen.
 
We moeten ons sociaal fundament herstellen en versterken. Ongelijkheid is funest voor het vertrouwen van mensen in de overheid en tussen mensen onderling.
 
We investeren daarom in gelijke kansen met de beste scholen en met leraren die weer tijd hebben voor ieder kind. We investeren in gratis kinderopvang. We investeren in vaste banen. En we investeren ook in mensen die werken voor de publieke zaak. In vertrouwde zorg dichtbij huis. En in betaalbare huizen voor iedereen.
 
Deze ambitie vergt keuzes. Scherpe keuzes. En dan kun je niet de kool en de geit blijven sparen. Dan moet je niet terugschrikken wanneer consequenties in zicht komen. Want meer bouwen betekent minder megastallen. Daar zit de pijn. En daar wordt geen keuze gemaakt. En dan blijven mooie ambitieuze plannen gratuit.
 
We gaan de klimaatcrisis zo stevig aanpakken dat we eraan gaan verdienen. Alleen met een nieuwe economie zullen we floreren in een tijd van technologische en industriële revolutie. Alleen met een kenniseconomie zullen we voorop lopen.
 
Wij investeren in schone energie, in waarden gedreven en groen ondernemerschap. Want wat we al wisten sinds Hans van Mierlo en de Club van Rome: klimaatverandering is de grootste bedreiging wereldwijd. Nederland en Europa doen veel, maar lang niet genoeg. De geschiedenis kent zo nu en dan momenten waarop een samenleving zich radicaal hervormt. Dit is zo’n moment.
 
Voor uitstel is geen tijd meer. Voor weifelende politici die weglopen als het erop aankomt hebben we de luxe niet meer. De coronacrisis kan een keerpunt zijn. We hebben de techniek. We hebben de overtuiging én de mensen. We hebben de kans om onze manier van leven drastisch te verbeteren. En we weten wat we kunnen bereiken.
 
De vliegtuigen van Fokker domineerden met veel lawaai en uitstoot het luchtruim. Nou, dan kunnen de Flying-V’s uit Delft stiller en schoner het stokje overnemen. DAF en Spyker konden Nederland veroveren. Dan kunnen de schone auto’s van Lightyear en Luca uit Brabant dat ook.
 
We hebben de deltawerken gebouwd. Dan kan Groningen toch ook de groene waterstoffabriek van Europa worden? Onze molens waren de motor van een nieuw land. Dan kunnen onze windmolens toch de motor worden van een nieuwe wereld?
 
Zo investeren we in een sociaal Nederland én een schoon Nederland. Maar onze ambities kunnen alleen wortel schieten in een sterke rechtsstaat. Daarom investeren we ook in een rechtvaardig Nederland. In het herstellen en bewaken van ieders rechtsgevoel.
 
We verdedigen de Europese rechtsorde, omdat het mensen beschermt tegen de grillen en de nalatigheid van de overheid. Een overheid die naast mensen moet staan in plaats van tegenover mensen. We hebben het deze week weer gezien, in de parlementaire ondervraging, hoe belangrijk het is om af te rekenen met het wantrouwen.
 
We pakken racisme en discriminatie aan, zodat iedereen die hier woont ook echt thuis is. We investeren in politie, rechters en sociale advocaten. Dat is bittere noodzaak. Want de rechtsstaat ligt onder vuur. Ik verzet me dan ook tegen plannen voor inperking van de rol van de Nederlandse rechter en het degraderen van het Europees recht.
 
Dat is gevaarlijk. Want het afbreken van de rechtsstaat gaat in stapjes. Sluipenderwijs. Maar uiteindelijk is daar dan het failliet. De mensen in Polen en Hongarije hebben er ervaring mee.
 
Partijgenoten, eerlijk delen in een schoon en sterk land. Dat is de droom die lonkt achter de horizon van deze crisis.
 
We hebben een lange weg te gaan. Ongetwijfeld met veel vallen en weer opstaan. We doen het niet alleen voor het nu. Onze agenda is er een voor generaties.  
 
Na jaren van te kleine, behoudzuchtige politiek, is het tijd voor een nieuw begin. Nieuw elan.
 
Daar hebben jullie mij met het verkiezingsprogramma de bouwstenen voor gegeven. Dat is de basis voor ons verhaal. Het fundament onder onze campagne.
 
Ik doe geen beloftes die ik niet kan waarmaken. Maar deze doe ik wel: ik ga voor jullie het vuur uit mijn sneakers lopen! 
 
Partijgenoten, we kunnen het nieuwe Nederland al door onze oogharen zien. Een land waar menselijke waarden worden gekoesterd: fatsoen, tolerantie en empathie. Een land waar jonge mensen de kans krijgen die ze verdienen, en oude mensen de waardigheid die hen toekomt. Een groots Nederland dat respect en gezag verdient in Europa en ver daarbuiten.
 
Wat we nodig hebben is moed. Moed die de leegte kan vullen met een wenkend perspectief. Moed die we kunnen putten buiten onze landsgrenzen, uit de verkiezing van Joe Biden en Kamala Harris. Moed die voor het oprapen ligt in ons verleden.
 
Dan heb ik het niet over makkelijke slogans die het verleden verheerlijken. ‘Nederland weer van ons’, bijvoorbeeld. Of: ‘Nederland moet Nederland blijven’. Dat zijn de slogans van een politiek zonder toekomst. Een politiek die teert op angst, maar mensen geen perspectief biedt.
 
Daar moet nu een einde aan komen. Er staat bij deze verkiezingen te veel op het spel. De vraag is niet of Nederland nog Nederland kan blijven. De vraag is of Nederland weer Nederland kan worden.
 
Ik geloof dat dat kan. En het is nodig.
 
Want wat op het spel staat is het klimaat, de dreiging van de eindigheid van onze planeet. Wat op het spel staat is mensen aan het werk te krijgen en te houden in een goedbetaalde, vaste baan. Wat op het spel staat is dat iedereen hier veilig over straat kan. Wat op het spel staat is een rechtvaardigere samenleving waarmee je het land bij elkaar houdt.
 
Wat we óók nodig hebben is een rechte rug. En die hebben we.
 
Wij buigen niet voor de nationaal-populisten met hun jodenhaat, moslimhaat en vrouwenhaat. En in tegenstelling tot VVD en CDA werken wij principieel nooit met hen samen. Er zijn grenzen aan pragmatisme.
 
Wij buigen ook niet voor radicale socialisten die uit de euro willen en onze banen op het spel zetten, juist nu zoveel mensen verlegen zitten om werk. En in tegenstelling tot de linkse partijen klinken wij ons niet aan hen vast.
 
Wat Nederland nodig heeft is gematigdheid.
 
Wij vertrouwen op de kracht van de mensen. Wij streven naar saamhorigheid. Want wat we doen voor de ander en voor de gemeenschap is wat ons mens maakt. In de woorden van de Rotterdamse dichter Jules Deelder: de omgeving van de mens is de medemens. De mens is ons sociale fundament.
 
In het land van Erasmus en Spinoza kunnen we het geduld en de tolerantie opbrengen voor nieuwe inzichten. In het land van Aletta Jacobs en Antoni van Leeuwenhoek stellen we vertrouwen in vooruitgang door wetenschap. In het land van Anton de Kom en Hannie Schaft kunnen we ons verzetten tegen haat.
 
Democraten, we kunnen de belofte van Nederland alleen inlossen als de kiezers ons die opdracht toevertrouwen. Nooit eerder werden we de grootste bij nationale verkiezingen. Maar gelukkig: in het verleden behaalde resultaten zijn geen garantie voor de toekomst.
 
Wij zijn er klaar voor. Nederland is er klaar voor. Na tien jaar is het tijd voor nieuw leiderschap.
 
Het begint met overtuiging. Het begint met jullie.
 
Als jullie ervoor gaan staat er geen maat op wat wij samen kunnen bereiken. Het is tijd voor een Nieuw Nederlands perspectief!

Correctie: in de oorspronkelijke versie stond het woord ‘elektrisch’ waar dat niet had moeten staan. Het woord is weggehaald en de zin is vervangen.