Bepaal welke mails jij ontvangt

Kies zelf van welke thema's jij op de hoogte blijft en schrijf je in voor een van onze nieuwsbrieven. Je ontvangt dan altijd de laatste updates op basis van jouw interesses. Wil je ook via Whatsapp op de hoogte blijven? Meld je dan direct aan.

Door je e-mailadres in te vullen en op "aanmelden" te klikken geef je ons toestemming om je e-mailadres op te slaan. Dit gebruiken wij om je regelmatig updates te sturen. Hier kun je meer lezen over hoe we omgaan met jouw persoonsgegevens. Hier kun je alle voorkeuren wijzigen.

Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 25 augustus 2015

Opinie: “Privacy, het stiefkind van veiligheid”

Kees Verhoeven

D66-Tweede Kamerlid Kees Verhoeven is woordvoerder privacy. In het NRC Handelsblad van vandaag staat zijn opiniestuk over privacy en veiligheid.

Bron: NRC Handelsblad, 25-08-2015

De verijdelde aanslag op de Thalys afgelopen vrijdag, laat opnieuw zien hoe onze samenleving op de proef wordt gesteld. De behoefte aan veiligheid in publieke ruimten roept al snel om maatregelen. Maar hoe beveilig je een open samenleving? En hoe voorkom je dat juist die openheid en rechtsstatelijkheid die Nederland als zijn kracht beschouwt, door het geweld verloren dreigt te gaan? Bij onveiligheid schiet de politiek al snel in een kramp, roept om ingrijpende maatregelen. Maar schijnveiligheid ligt op de loer en daarbij speelt het ‘Big Brother is watching you’-syndroom ons steeds meer parten.

“Privacy gaat ons allen aan het hart”, zo verdedigde een regeringsparlementariër begin dit jaar nog het coalitievoorstel om bij ernstige datalekken de privacy waakhond juist aan de ketting te leggen. Het is een hypocriete belijdenis aan artikel 10 van de Grondwet die we de afgelopen vier jaar in de Kamer vaker van coalitiezijde hebben gehoord en die zich dit najaar opnieuw doet gelden. Nederland staat namelijk aan de vooravond van een vergaande verruiming van de bevoegdheden van Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Met ingrijpende gevolgen voor alle Nederlanders. De NSA afluisterschandalen, Snowden onthullingen en rechterlijke uitspraken over te vergaande privacyinbreuken door justitie ten spijt wil het kabinet niet minder, maar juist méér toegang tot onze privégegevens. Wat is het privacy grondrecht straks nog waard, als de Staat ongebreidelde toegang tot ons privé domein opeist?  Zonder gedegen onderbouwing en stevige waarborgen kunnen  kabinetsvoorstellen die privacyrechten van burgers ondermijnen,  wat D66 betreft linea recta in de prullenbak.

De spanning tussen privacy en opsporing neemt zienderogen toe. Steeds vaker wordt een verwrongen tegenstelling gecreëerd alsof privacy van onschuldige Nederlanders de opsporing van criminelen in de weg zou staan. Zo wil het kabinet massaal kenteken- en locatiegegevens van alle auto’s opslaan en kwam het kabinet vorig jaar met het plan voor een vakantieregister van alle Nederlanders.  Er ligt een wetsvoorstel waarmee de politie computers mag hacken en  minister Van der Steur wil, ondanks alle kritiek van rechters en deskundigen, doorgaan met de bewaarplicht van al onze telecomgegevens. Ondertussen wil minister Plasterk dat de geheime diensten ‘ongericht’ het internet kunnen aftappen. Al onze emails, facebook pagina’s, chats en nog veel meer, zijn dan niet langer alleen van onszelf. De bevoegdheden van de opsporings- en inlichtingendiensten verschuiven steeds meer van  ‘need to know’,  naar ‘nice to have’

Onschuldige Nederlanders kunnen daardoor in de sleepnetten van de opsporingsdiensten verstrikt raken. Artikel 10 van de Grondwet en ook het onschuldbeginsel dreigen zo steeds meer een holle frase in het wetboek te worden.

Een keerpunt is nodig! Het kabinet komt dit najaar met drie wetten die de privacy van Nederlanders ernstig kunnen aantasten: de bewaarplicht telecomgegevens, ongericht internettappen en de ‘hackpolitie’. Drie voorstellen die de bevoegdheid van de opsporingsdiensten vergroten. Maar wat  is de noodzaak om bevoegdheden nog verder te verruimen? Wat leveren zulke vergaande schendingen van privacy precies op? En zijn bestaande mogelijkheden die minder ingrijpend zijn, wel ten volle benut? Uit WODC onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat aftappen zelden direct bewijs oplevert voor misdaad, daarnaast is tappen een tijdrovende bezigheid.  Opsporingsdiensten tappen in Nederland nu al zo veel telefoons en dataverkeer af dat het ten koste gaat van de opsporingscapaciteit. Bij ingrijpende bevoegdheden is ook onafhankelijk toezicht noodzakelijk. Dat kan alleen als het College bescherming persoonsgegevens en de toezichthouder op de inlichtingendiensten (CTIVD) de capaciteit en mogelijkheden krijgen om dat toezicht ten volle uit te voeren. Hoe wordt daarin voorzien? Bovendien, bij aanslagen zoals eerder dit jaar in Parijs en onlangs verijdeld in de Thalys, blijkt dat het niet gaat om het gebrek aan informatie. Verdachten waren bekend bij de veiligheidsdiensten.

Minister Van der Steur berichtte de Kamer deze zomer dat hij niet kan aantonen wat de bewaarplicht precies oplevert aan veiligheid en wat er mis gaat als die gegevens niet langer beschikbaar zijn. Wel meent hij dat het niet kunnen inbreken op de privacy van alle Nederlanders betekent dat grotere inbreuk op de privacy van verdachten zal plaatsvinden en dat onderzoeken langer zullen duren. In de plaats van een stevige onderbouwing kiest het kabinet daarmee voor de omgekeerde wereld. Niet rechtsstatelijke waarborgen voor de bescherming van onschuldige burgers, maar gemakzucht bepaalt het beleid. Dat zien we ook bij het wetsvoorstel van minister Plasterk om de inlichtingendiensten ongericht al het internetverkeer te laten tappen. Het helpt cyberaanvallen en digitale spionage te bestrijden stelt de minister, maar de verhouding tot privacy van onschuldige burgers wordt daarin nauwelijks meegenomen. Het kabinet negeert met deze voorstellen de uitspraken van de rechter en adviezen van de Raad van State en het College bescherming persoonsgegevens.

Met deze houding creëert het Kabinet schijnveiligheid en loopt Nederland achter op landen die de grondrechten van hun staatsburgers wel serieus nemen. Hoe kan het dat de privacy van Duitsers beter beschermd is dan van Nederlanders? Duitsland heeft geen bewaarplicht telecomgegevens zodat telefoon en internetgegevens daar niet ongebreideld worden bewaard. Het Duitse parlement mag jaarlijks de tapoverzichten van het ministerie van Justitie inzien met gedetailleerde informatie over hoeveel mensen via telefoon en internet zijn afgeluisterd, hoelang en waarom. Voor een goede parlementaire controle een must have. Nederland zou hier een voorbeeld aan moeten nemen.

Onze open samenleving is onze kracht. Te vergaande maatregelen onze zwakte. Dit najaar behandelt de Tweede Kamer de gehekelde drie wetsvoorstellen. Het is hoogtijd dat een meerderheid voor de privacy van Nederlanders gaat staan. “Privacy gaat ons allen aan het hart”, zei een regeringsparlementariër begin dit jaar. Geen woorden, maar daden zeggen wij!

Nu is het moment.

D66 zal altijd blijven strijden voor een vrije en open samenleving. Waarin het niet uitmaakt waar je vandaan komt, van wie je houdt of waar je in gelooft. Wij vechten voor respect voor elkaar. Voor tolerantie. En dat zullen we altijd blijven doen. Dit is het moment, meer dan ooit, om je uit te spreken. Steun het optimisme.

Word nu lid
Rob Jetten

Hi,
Heb je een vraag? Neem dan contact op met mijn collega's via WhatsApp of ga naar onze contactpagina.
Groet, Rob

Whatsapp ons 06 11 91 25 48