Blijf op de hoogte!

Steun ons en help Nederland vooruit

Mijn eerste congres

Bij het schrijven van dit artikel is redacteur Jasper Simons (25) al twee jaar lid van D66, maar bezocht hij nooit eerder een partijcongres. Waarom niet? Tja, waarom niet eigenlijk? Op zaterdag 18 april nam hij de proef op de som tijdens Congres 101 in de Van Nelle fabriek in Rotterdam. “Elke motie leidt tot zachte commotie in de plenaire zaal.”

Vanuit stadsbus 38 zie ik de witte Van Nelle Fabriek opdoemen. Werelderfgoed, waar vroeger tabak, koffie en thee werd geproduceerd. Als ik uitstap, blijkt dat ik niet de enige congresganger in de bus was. In een groepje lopen we wat onwennig richting het enorme complex, op zoek naar de ingang. Bij de garderobe geven we onze jassen af en bij de registratiebalie krijg ik een groen polsbandje, een congreskrant en een lichtblauwe stemkaart mee. Er zullen vandaag ruim 1400 polsbandjes worden uitgereikt, hoor ik later.

Eerst: stemmen!

Ik neem een kijkje in de grote plenaire zaal, waar gestemd gaat worden op organisatorische en politieke moties. Er zitten zo’n driehonderd mensen, allen verdiept in de congreskrant waar de moties in staan beschreven. Boven het podium – waar de drie congresvoorzitters achter een lange tafel zitten – hangt een scherm waarop de indieners van de moties en sprekers uit de zaal in beeld gebracht worden. Ik ga zitten en laat het over me heen komen. Ik verbaas me over het uiteenlopende karakter van de politieke moties. Van het partijstandpunt over Zwarte Piet tot armoedebeleid voor kinderen, tot een fonds om vastliggende investeringen voor duurzame ontwikkeling te activeren. Elke motie leidt tot zachte commotie in de zaal, maar de voorzitters zitten er bovenop; evenveel spreektijd voor elk lid en geen minuut langer. Over veel van de besproken onderwerpen heb ik eerlijk gezegd nooit eerder of lang nagedacht. Geen idee wat ik precies vind, dus ik voel me wat bezwaard om mijn stem uit te brengen. Mijn lichtblauwe stemkaart blijft ongebruikt in mijn notieblok…

Thema-afdelingen

Op het grote horecaplein loop ik wat gedesoriënteerd rond. Zal ik naar de Nieuwe Leden Lounge gaan? Daar vind ik vast wat aanspraak. Maar dan zie ik de stands van de thema-afdelingen, waaronder Economie. Als student internationale politieke economie had ik al eens overwogen om lid te worden. Toch eens kijken dus. Ik raak in gesprek met Taco Dankers, lid van de thema-afdeling. Hij vertelt over zijn interesse in Europese problematiek. “Eigenlijk moeten we ervoor zorgen dat investeringen in groene energieprojecten sneller op gang komen. Waarom laten we de Europese Centrale Bank geen ‘duurzaamheidsobligaties’ uitgeven? Aantrekkelijk voor banken, en ze leveren geld op om te investeren. Zo worden balansen sterker en de economie groener!” Geënthousiasmeerd door zijn ideeën en ons interessante gesprek besluit ik het aanmeldformulier maar meteen in te vullen.

Sessie: Familie van nu

Gedurende de dag worden er in verschillende subzalen inhoudelijke sessies en themabijeenkomsten gehouden. Vergezeld door de redactiefotograaf neem ik plaats bij ‘Familie van Nu’, ingeleid door Tweede Kamerlid Vera Bergkamp. Weer luister ik naar allerlei zaken waar ik als student van 24 jaar nooit echt over heb nagedacht: gedeeld ouderschap, samengestelde gezinnen, erf- en schenkrecht, huwelijksvermogensrecht. Maar ik raak al snel gefascineerd door de interessante vragen die worden opgeworpen, zoals: “Waarom kunnen twee mannen met een kinderwens dit niet via ivf realiseren?” Veel van de aanwezigen blijken persoonlijk betrokken bij de besproken onderwerpen en kunnen op heldere manier verwoorden wat er anders kan en moet. Erg leerzaam.

Q&A: Vrijhandelsverdrag

Toch ben ik opgelucht als daarna de q&a over Transatlantic Trade & Investment Partnership (ttip) begint. Eindelijk iets waar ik wél over heb nagedacht. Ik ben niet de enige; de zaal zit overvol. En ik blijk ook nog eens naast een oud-studiegenoot te zitten! Ineens voel ik me helemaal thuis op dit congres. Veel aanwezigen lijken nogal ongerust over het voorgestelde vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Europarlementariër Marietje Schaake en Tweede Kamerlid Kees Verhoeven zullen de vele vragen beantwoorden. Dat blijkt nog een flinke kluif. “Hoe zit het met ons standpunt aangaande genetisch gemodificeerd voedsel; behouden we ons systeem dat veel strenger is dan het Amerikaanse?”, vraagt iemand uit de zaal. Een ander vraagt of het omstreden dispuutsysteem (isds) er zal komen en of we zullen accepteren dat onze democratische regels door belangen van multinationals kunnen worden uitgehold. “Het isds staat in de ijskast. We hebben inderdaad een betere oplossing voor het systeem nodig”, reageert Schaake.

Lunchpauze & speech

Tijdens de lunchpauze nemen mijn oud-studiegenoot Jan Willem Visser (29) en ik plaats achterin de plenaire zaal, zodat we niemand storen met onze knisperende broodzakjes. “Het is ook mijn eerste congres”, zegt hij, nadat we zijn bijgepraat en ik hem vertel wat ik hier doe. “Ik denk erover om actief voor de partij te worden, dus ik dacht: laat ik eerst eens naar het congres gaan. Een kijkje in de keuken, zeg maar.” Samen luisteren we naar de speech van partijvoorzitter Fleur Gräper. Ze vertelt over de Provinciale Statenverkiezingen van 18 maart, precies een maand geleden. Over het harde werken, en over de twijfels: “De twijfel of het ons zou lukken – opnieuw – voor de achtste keer op rij verkiezingen winnen.” De zaal wist inmiddels dat die twijfels ongegrond bleken.

Congresveteraan

Nu wil ik weleens iemand spreken die vaker naar een partijcongres is geweest. Ik verzamel al mijn moed en spreek een oudere heer aan, die zich voorstelt als meneer Kolkman, geboren in 1931. Meteen raak: deze D66’er uit IJsselstein is een echte congresveteraan en al vanaf het prille begin actief voor de partij in diverse functies, o.a. als voorzitter van de regio’s Utrecht en Limburg en binnen zijn eigen afdeling in IJsselstein. Hij werd lid na het zien van het inmiddels beroemde campagnespotje uit 1967, waarin D66-lijsttrekker Hans van Mierlo over de Amsterdamse grachten loopt en in een voiceover de kijker indringend toespreekt over de noodzakelijke verjonging en vernieuwing van de politiek en de democratie. Kolkman: “Mijn eerste congres was in 1968 in Leiden. Sindsdien ben ik actief voor de partij en woon ik bijna elk congres bij. Ik vind het altijd een erg mooie dag. Niet alleen is het interessant om met verschillende mensen te discussiëren over verschillende onderwerpen; het is ook heel fijn om oude vrienden en collega’s weer te zien. Jammer genoeg zijn veel van mijn oude partijgenoten inmiddels overleden. Maar: het saamhorigheidsgevoel blijft sterk. Daarom kom ik elke keer weer.”

Een biertje met Pechtold

Ik ben onder de indruk. Wat een betrokkenheid! Kan en zal mijn generatie dit ook opbrengen, of zijn de tijden veranderd – zoals je zo vaak hoort? Dit congres stemt in elk geval positief: ik zie veel jonge leden, en ze zitten vol ideeën en ambitie. Zo ook Mark Spoor (24) uit Utrecht, werkzaam in de horecabranche. Hij is pas een half jaar lid van D66 en net als ik voor het eerst op het congres. “Ik kom hier om een beter beeld van de standpunten van D66 te krijgen. En ik wil mijn ideeën over onderwijs graag met anderen bespreken; ik ben ervan overtuigd dat kinderen veel meer kunnen leren als ze meer vrijheid krijgen om hun creativiteit te ontwikkelen dan in het huidige, nogal schoolse systeem.” Er staan nog twee zaken op het programma: de traditionele afsluitingsspeech van partijleider Alexander Pechold en de borrel. We besluiten het om te draaien: eerst een biertje. Met ons glas in de hand, lopen we naar de inmiddels overvolle plenaire zaal. Er schalt opzwepende muziek uit de boxen, de sfeer is opgetogen. Pechtold opent zijn speech met een verwijzing naar de crisissfeer in het kabinet naar aanleiding van de Bed Bad Brood-discussie: “Congres. Mocht er het komend half uur nieuws zijn, willen jullie mij dan waarschuwen, want wees gerust: ik heb een reservespeech bij me…” De zaal lacht en sommigen kijken voor de zekerheid op hun telefoon. Maar de reservespeech blijkt niet nodig.

 

Laatst gewijzigd op 7 oktober 2017