Blijf op de hoogte!

Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 11 april 2017

Maidenspeech Tweede Kamerlid Ingrid van Engelshoven

Vandaag hield Tweede Kamerlid Ingrid van Engelshoven haar eerste speech in de plenaire zaal van de Tweede Kamer bij het debat over de ‘verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering van de Grondwet, strekkende tot het opnemen van een algemene bepaling’. Lees haar maidenspeech hier terug.

Voorzitter,
Zo’n eerste keer het woord voeren vanaf dit spreekgestoelte is bijzonder. Dat vraagt om overdenking. Wat is dan de eerste boodschap die je hier wil meegeven?

Op het Haagse stadhuis werd ik nogal gekarakteriseerd als “bedachtzaam”. Iets minder van de instant oneliner en iets meer van de goed doordachte woorden. Ik hoop dat ook in dit huis vol te houden. Omdat ik vind dat in onze samenleving woorden betekenis hebben, zeker als ze door politici worden gebruikt. En daarom dus altijd zorgvuldig gekozen moeten worden.

Wat dat betreft val ik met de behandeling van dit wetsvoorstel met mijn neus in de boter. De discussie gaat vandaag juist over de vraag of de bewoording goed gekozen is. Ik kom daar straks in mijn bijdrage op terug.

Onze Grondwet speelt een opvallend kleine rol in het dagelijks leven van de meeste Nederlanders. Ik kan mij de eerste keer dat ik mij bewust werd van de Grondwet en haar betekenis in ons dagelijks leven nog goed herinneren. Ik groeide op in België en had daar toen ik 18 werd lang genoeg gewoond om de Belgische nationaliteit te krijgen. Maar dan moest ik de Nederlandse opgeven. Dat heb ik toen maar niet gedaan. Ik had graag beide gehad. Een jaar later studeerde ik in Nijmegen en verdiepte ik me in onze Grondwet en ons staatsrecht. Het handboek van Van der Pot, bewerkt door Donner, siert nog steeds mijn boekenkast.

Voorzitter,
Feit blijft dat de meeste Nederlanders zich niet dagelijks bewust zijn van de Grondwet en haar betekenis. Meer dan de helft van de Nederlanders kan niet benoemen wat in artikel 1 van de Grondwet staat. Een op de vijf Nederlanders heeft zelfs geen idee welk recht in dat artikel zou kunnen staan. Terwijl dat artikel – over het gelijkheidsbeginsel – juist om symbolische redenen vooraan gezet is.

Dan zit er dus iets mis. En moeten wij oplossingen zoeken. Als bekend ziet D66 daarbij heil in constitutionele toetsing. Niets maakt de Grondwet levendiger en relevanter dan er een beroep op te kunnen doen in de strijd voor rechtvaardigheid en gelijkheid.

Het is toch van de zotte dat wie nu wetgeving aanvecht zich enkel kan beroepen op Europese rechten, niet op onze eigen Grondwet? En dat discussies in dit parlement daarom vaker gaan over strijd van een wet met het EVRM dan met onze eigen Grondwet.

Een ander element in die afstand tot de Grondwet zit in de zware en langdurige wijzigingsprocedure. Zo zitten we nog steeds met een telegraafgeheim. Maar als de Grondwet gemakkelijk te wijzigen zou zijn, welke waarborg biedt het dan nog?

De discussie komt dan al snel op een preambule of algemene bepaling. Opvallend genoeg benoemt de Grondwet namelijk niet het meest voor de hand liggende: dat Nederland een democratische rechtsstaat is. Waarom dat niet het geval is, weet ik niet. Wellicht heeft de Minister er historisch onderzoek naar gedaan?

Ondertussen bestaat de behoefte om de Grondwet met zo’n preambule of algemene bepaling in te leiden wél. De Staatscommissie Grondwet deed daar in 2010 een voorstel voor. Aan de hand van een motie-Engels is de regering aan de slag gegaan. Wonderlijk genoeg is daarbij de suggestie van de Staatscommissie terzijde geschoven. En is de regering zelf met een voorstel gekomen.

De Staatscommissie stelde voor op te nemen: “Nederland is een democratische rechtsstaat.” Uitgewerkt met vervolgzinnen waarin vastgelegd werd
–  dat de overheid de menselijke waardigheid, de grondrechten en de fundamentele rechtsbeginselen eerbiedigt en waarborgt.
– En dat openbaar gezag alleen kan worden uitgeoefend krachtens de Grondwet of de wet.

De regering stelt als alternatief voor: “De Grondwet waarborgt de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten”. Waarom deze eigen formulering? De Raad van State zag geen goede reden voor het niet volgen van de Staatscommissie, en ik zie dat vooralsnog ook niet. Het roept namelijk meer vragen dan antwoorden op.

Allereerst, hoezo kan de Grondwet dit waarborgen? Vormen wij – alle 17 miljoen inwoners van Nederland –  niet tezamen die democratische rechtsstaat?

Bestaat een democratie niet alleen bij gratie van democratische deelnemers? Van mensen die zich laten leiden door democratische principes en – al dan niet gedwongen door het openbaar gezag – binnen de lijnen van de rechtsstaat blijven?

Moet het normadressaat, de groep tot wie de algemene bepaling zich richt, dan niet groter zijn dan de Grondwetgever? Niet stellen dat de Grondwet een en ander waarborgt, maar gewoonweg voor eenieder neerzetten dat Nederland een democratische rechtsstaat is.

Wordt de Grondwet, en ook onze democratische rechtsstaat, er niet levendiger van wanneer iedereen – niet alleen regering en parlement – betrokken zijn bij die opgave om Nederland een democratische rechtsstaat te laten zijn?

Waarom zou in dat geval de waarborgfunctie van de Grondwet ontbreken, zoals de regering in de toelichtende stukken stelt? Is het stellen dat de overheid de grondrechten waarborgt, en dus actief de grondwet naleeft, onvoldoende? Dat lijkt mij niet.

En als de minister zich echt zorgen maakt om die waarborgende rol van de Grondwet, kan daaruit steun van de regering worden afgeleid voor het voorstel om constitutionele toetsing mogelijk te maken? Meer dan een algemene bepaling in de Grondwet, zou dat pas echt de waarborgfunctie vergroten. Dan een ander element ter waarborging van grondrechten. De voorwaarden voor inperking ervan. Mensenrechtenverdragen kiezen vaak voor inhoudelijke beperkingsgronden: noodzakelijk in een democratische samenleving, niet verder gaand dan noodzakelijk het lichtst beschikbare middel kiezen. Het EVRM is er een goed voorbeeld van.

Onze Grondwet kiest een andere weg. Het belangrijkste vereiste is dat de beperking bij wet geschiedt. Is zo’n procedurele vereiste wel voldoende om in materiele, feitelijke, zin grondrechten te waarborgen? Ik twijfel of het een democratische stress-test zou doorstaan.

Voorzitter,
Ik kom tot een afronding. Zoals u wellicht gezien heeft, heb ik een amendement ingediend om de aanbeveling van de Staatscommissie in grote lijnen alsnog over te nemen. Daarmee geef ik eigenlijk ook uitvoering aan al genoemde motie Engels c.s. die verzocht een algemene bepaling op te nemen die benadrukt dat Nederland een democratische rechtsstaat is, aangevuld met nadere voorschriften. Die motie werd destijds gesteund door de PVV, PvdA, ChristenUnie, SP, GroenLinks, PvdD en 50PLUS. Daarmee kan een ruimte meerderheid in deze Kamer ontstaan, geef ik de minister maar alvast mee.