Blijf op de hoogte!

Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 19 april 2017

Maidenspeech Tweede Kamerlid Antje Diertens

Tweede Kamerlid Antje Diertens hield vandaag haar maidenspeech, haar eerste speech in de plenaire zaal van de Tweede Kamer bij het debat over de ‘Wijziging van de Wet publieke gezondheid’. Lees haar inbreng hier terug.

 

 

Voorzitter,
Dit is voor mij een bijzonder moment.

Als 59-jarige maak ik de overstap, van maatschappelijke verantwoord ondernemen, naar werken als Kamerlid voor de D66-fractie. Een functie met een bijzondere verantwoordelijkheid, waar ik me vol voor in wil zetten. Mijn persoonlijke drijfveer, en ook die van mijn partij, is het tegengaan van de tweedeling, die zich in onze maatschappij aftekent. Het werken aan een samenleving, waarin mensen gelijke kansen krijgen. Als dochter van een vrachtwagenchauffeur en als zogenaamde ‘stapelaar’ weet ik dat onderwijs de sleutel is om je verder te ontwikkelen, ongeacht je afkomst. Mijn ouders moesten de gemeente vragen om een lening zodat ik naar het CIOS – een sportopleiding –  én op kamers kon. Ik werkte vervolgens vooral in de sport, maar ook in de zorg en het onderwijs. Daarnaast ben altijd blijven studeren. Een praktijkvoorbeeld dus, van ‘een leven lang leren’. Ik voel me een wereldburger, ben geboren en woonachtig in Groningen en fan van Bob Dylan.

Voorzitter,
Een inclusieve samenleving waarin iedereen telt en meedoet, is helaas nog niet bereikt. Tolerantie, verdraagzaamheid en de vrijheid om te zijn wie je bent zijn de pijlers voor een rechtvaardige samenleving. Graag citeer ik de filosoof Jan Vorstenbosch: “Een rechtvaardige samenleving relativeert de strenge, zogenaamd eerlijke opvatting van rechtvaardigheid die iedereen volstrekt gelijk en eerlijk behandelt volgens vaste wetten, procedures en regels. De relativering wordt ingegeven door mededogen, compassie met unieke individuen en hun bijzondere situatie en lot.” Einde citaat.

Voor mij betekent dit een overheid die inspireert, faciliteert en daar waar nodig reguleert. Een overheid die oog houdt voor de specifieke context, voor individuen en dus altijd voorbij wetten en regels kijkt. Zo leerde ik als gymjuf op school de veilige methodiek van koprol naar salto. Weliswaar goed voor de Sanne Wevers in spé maar niet toepasbaar in mijn klas, met kinderen met een meervoudige handicap. De klas was ingedeeld op cognitieve en niet op motorische vaardigheden. Op zo’n moment is een creatieve invulling van je vak essentieel, en heb je weinig aan die eerder aangeleerde methodiek. De ruimte om in een specifieke situatie, zelf te kiezen en te handelen, moeten professionals krijgen. Minder regels, maar meer vertrouwen.

Voorzitter,
Kenmerkend voor de beleidsterreinen die ik tot mijn portefeuille mag rekenen is dat een integrale aanpak noodzakelijk is. Naast preventie bestaat mijn portefeuille ook uit sport en bewegen, MBO en leven lang leren, GGZ en Koninkrijkrelaties. Mensen willen gezond oud worden en blijven. Daarvoor is het nodig om een gezonde leefstijl te promoten, zoals bewegen, sporten, gezond eten en het voorkomen van chronische stress. Veel mensen zijn zich hiervan bewust en proberen gezond te leven, anderen kunnen daar nog meer hulp bij gebruiken. Veel gezinnen, bijvoorbeeld in Groningen en Caribisch Nederland leven onder de armoedegrens of kampen met chronische stress. Uitzichtloze omstandigheden leiden vaak tot apathisch gedrag en fysieke en mentale klachten. Vooral jongeren zijn kwetsbaar en kunnen tussen wal en schip vallen, wanneer wetten onvoldoende op elkaar aansluiten. Professionele behandelaars en begeleiders worden soms belemmerd door procedures en regels om goed te kunnen helpen.

Ik wil me er deze Kamerperiode voor inzetten, om deze problemen integraal te benaderen. De samenhang te blijven zien, en niet de praktijk uit het oog verliezen. Mijn leeftijd en opgedane praktijkervaring heb ik mee. En verder geldt ook: niemand is ooit te oud om te leren. Ik kijk dan ook erg uit naar mijn werk in de Kamer, te beginnen met deze eerste wetsbehandeling, de Wet op de publieke gezondheid, die vandaag voorligt.

Voorzitter,
de voorliggende wet, heeft als doel ziekten voorkomen en kinderen gezond laten opgroeien. Door middel van bevolkingsonderzoek kunnen we ziekten opsporen, zodat deze in een vroeg stadium te behandelen zijn. Met deze wetswijziging komt er een nieuwe taakverdeling, en worden enkele tijdelijke artikelen, structureel verankerd. Mijn partij kan zich vinden in de ingeslagen weg, en heeft hierover nog een aantal vragen.

De verantwoordelijkheid voor de inhoud, regie en coördinatie van het rijksvaccinatieprogramma, blijft een verantwoordelijkheid van de rijksoverheid, belegd bij het RIVM. Ook de oproep voor de vaccinatie, het voorlichtingsmateriaal de registratie en de kwaliteitswaarborging blijven uitgevoerd door het RIVM. Hiernaast krijgen ook gemeenten een formele rol. Op welke wijze wordt gezorgd dat de overdracht per 1 januari 2018 goed verloopt? Zo las ik in de nota naar aanleiding van het verslag dat er dit jaar ‘indien nodig’ nog regionale informatiebijeenkomsten worden georganiseerd. Hoe wordt bepaald óf dit nodig is?

Voorzitter,
het rijksvaccinatieprogramma werkt goed, de vaccinatiegraad is met 95% procent hoog. De afgelopen tijd waren er echter ook kritische en onjuiste geluiden te horen over het nut van vaccineren. Berichten die zich soms zeer snel verspreiden en zo een groot publiek bereiken. Hoe wordt hiermee omgegaan door het RIVM? Een goede werking valt en staat immers met het vertrouwen dat de ouders in het programma hebben. Graag een reactie.

Voorzitter,
bekend is dat in bepaalde religieuze gemeenschappen, minder wordt gevaccineerd. Voor reformatorische ouders is een aparte brochure opgesteld, met religieuze argumenten voor en tegen vaccinatie. Ook is er een brochure voor medewerkers van de jeugdgezondheidszorg, met tips hoe zij reformatorische ouders kunnen helpen bij de besluitvorming. Het gebruik van de brochures wordt geëvalueerd. Wanneer vindt deze evaluatie plaats? En worden er ook specifieke brochures voor andere doelgroepen overwogen?

Voorzitter,
met deze wet krijgt bevolkingsonderzoek, een structurele plaats in de wet. Momenteel gaat het alleen nog om de hielprik, en het prenatale onderzoek bij zwangere vrouwen. Klopt het dat hier in de toekomst mogelijk nog andere bevolkingsonderzoeken onder zullen vallen? Welke afwegingen zullen hierbij worden gemaakt?

Voorzitter,
bij de hielprik worden ouders alleen geïnformeerd, als er iets mis is. Ik kan me echter voorstellen, dat mensen het ook fijn vinden om de bevestiging te ontvangen, dat alles goed is. Ik begrijp dat momenteel wordt onderzocht of het mogelijk is ouders óók bij een gunstige uitslag te informeren. Waar hangt dit nog vanaf, vraag ik de staatssecretaris?

Voorzitter,
tot slot ziet de wetswijziging ook toe op de zogenoemde exotische vectoren. Verschillende muggen, zoals bijvoorbeeld de tijgermug en de gelekoortsmug, – ik zal u de Latijnse namen besparen – zijn aangetroffen bij bedrijven die handelen in gebruikte banden geïmporteerd uit landen waar deze muggen leven. Gebleken is dat niet alle bedrijven die deelnemen aan het convenant Volgens het zich aan de afspraken hielden. Ik begrijp dan ook dat een wettelijke basis gewenst is, zodat de NVWA bestrijding kan afdwingen, en kan handhaven.

Voorzitter,
dit voorstel richt zich op bedrijven, die importeren uit risicogebieden. Maar dit weekend trok een bioloog uit Wageningen aan de bel. Het leefgebied van de tijgermug breidt zich uit, en de mug heeft zich al in veel Zuid-Europese landen permanent gevestigd. Daarmee zou de mug ook mee naar Nederland kunnen liften, in de caravan van een gezin dat op vakantie was in Zuid-Frankrijk, Spanje of Italië. Hoe ziet de staatssecretaris dit risico? Graag een reactie.

Voorzitter,
Ik kom tot een afsluiting. Zoals gezegd vragen mijn portefeuilles, om een integrale aanpak. Maar ook de verbanden tússen mijn portefeuilles wil ik niet uit het oog verliezen. Daarom ook als woordvoerder Koninkrijkrelaties een laatste vraag. De wetgeving met betrekking tot het voorkomen van exotische vectoren zal niet gelden voor het Caribisch deel van Nederland, omdat de muggen daar al zijn. Kunnen wij op het gebied van preventie en bestrijding, nog leren van de ervaringen in Caribisch Nederland, vraag ik de staatssecretaris?

Ik dank u wel.

Mascha danki.