Het leenstelsel. Hoe zit het nu precies?

Het leenstelsel is een veelbesproken onderwerp geworden de afgelopen tijd. Blijft het leenstelsel in de huidige vorm bestaan? Of gaat er iets veranderen? Hier lees je alles er over.

Studenten in de collegezaal tijdens de D66 Onderwijstour – Eigen beeld

Iedereen moet kunnen studeren

Jongeren voelen steeds meer druk van onze prestatiemaatschappij. Ze willen een vaste baan, een betaalbaar huis en het beste CV. Toch is dat niet het geval. Veel jongeren ervaren stress en onzekerheid. En belangrijker: ze bouwen een schuld op. Er is kritiek op het leenstelsel. Vooral kritiek vanuit studenten zelf. Er is een stapel uitdagingen voor deze groep, zoals een vaste baan vinden en een huis. Het is voor D66 de reden om te kijken hoe het huidige leenstelsel beter kan.

We gaan niet wachten tot de volgende kabinetsformatie en dan pas kijken hoe de toekomst van het leenstelsel eruitziet. We moeten nú samenwerken om te kijken waar de kern van dat probleem zit, en ook bereid zijn samen een oplossing te vinden.

We hebben vooraf één voorwaarde voor het gesprek over de toekomst van het leenstelsel: het geld mag niet gehaald worden bij het onderwijs. Geen cent, wat ons betreft. Als we dat doen zou het een sigaar uit eigen doos worden.

“Het huidige leenstelsel voor studenten moet beter.”

Jan Paternotte, Tweede Kamerlid

03.07.2020

Nieuwe studiebeurs

Jan Paternotte presenteert het plan om een nieuwe studiebeurs in te voeren voor studenten. Zodat iedereen die wil studeren, de studie kan volgen die je wilt.

Niet terug naar de basisbeurs

De basisbeurs was er voor iedereen. Dus ook voor kinderen van ouders die het prima konden betalen. En dat terwijl er maar een beperkt budget is voor onderwijs. Als het aan D66 zou liggen, zou er meer geïnvesteerd worden in onderwijs. Maar het moet ergens vandaan komen. We willen het niet weghalen bij de investering in kwaliteit van ons onderwijs. Want dat is de sleutel naar een mooie toekomst.

Waarom is het leenstelsel ingevoerd?
In 2015 is het leenstelsel, ook wel studievoorschot genoemd, geïntroduceerd. Het belangrijkste argument om dit in te voeren, was dat we het geld wat hiermee vrijkomt hard nodig hebben. We investeren dit in de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.

Er zitten gunstige voorwaarden aan de lening vast: hij wordt alleen afgelost als je een baan hebt en minimaal het minimumloon verdient. De aflossing is maximaal vier procent van je maandinkomen. Hier krijg je 35 jaar de tijd voor. De aanvullende beurs is bij de invoering van het leenstelsel gewoon gebleven. Als je ouders niet of weinig kunnen meebetalen, heb je nog steeds recht op de aanvullende beurs. Deze is maximaal €396,39.

Wat dan wel?

We gaan dus spreken over een verandering van het huidige leenstelsel. Samen met andere politieke partijen en het jongerenplatform van de Sociaal-Economische Raad (SER) gaan we kijken naar alternatieven voor het huidige leenstelsel. Wat moet er voor het leenstelsel in de plaats komen: een basisbeurs, of weer iets heel anders? We houden je hier op de hoogte van de voortgang.