Blijf op de hoogte!

Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 15 december 2016

Inbreng Pechtold debat verruiming vrijheid van meningsuiting

D66-leider Alexander Pechtold: “Een samenleving waarin beledigen, discrimineren en haat zaaien wordt aangemoedigd, is niet mijn samenleving. Dat moedig je niet aan. Dat pak je aan.” Lees hieronder de hele inbreng tijdens het debat over de initiatiefwet Van Klaveren tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met een verruiming van de vrijheid van meningsuiting.

Voorzitter, allereerst dank ik de initiatiefnemer voor het opstellen van dit wetsvoorstel. Het recht van initiatief is een belangrijk middel van het parlement. Ik heb respect voor Kamerleden die daar gebruik van maken. Zeker Leden uit een kleine fractie. Ik weet uit eigen ervaring hoe druk het dan al is. Des te meer waardering voor het opstellen van een initiatiefwet.

Voorzitter, tot zover de vriendelijke woorden. Over naar de inhoud. Laat ik allereerst stilstaan bij de geschiedenis. Bij de tijd en de context waarin de strafbaarstellingen, waar wij vandaag over spreken, hun oorsprong vinden. Zo werd artikel 137c opgesteld in de jaren ’30 van de vorige eeuw. Een periode waarin de angst voor Jodenhaat in Europa toenam. Haat, die niet veel later in de Holocaust op gruwelijke wijze in daden werd omgezet.

De toenmalig Minister van Justitie, Josef van Schaik, verdedigde zijn voorstel om groepsbelediging toe te voegen aan het Wetboek van Strafrecht, in 1934 als volgt, ik citeer: “Het recht van beleedigen en krenken, zaait haat en wrok in den harten, en dreigt gevaarlijke stemmingen in een deel van de bevolking teweeg te brengen. Zodat weerstand, ja, krachtige weerstand, geboden is.” Hij kon het niet anders kwalificeren, dan “volksvergiftiging”. Ik moet constateren, dat ook vandaag de dag de weerstand, waartoe Minister Van Schaik opriep, – helaas –  nog steeds geboden is.

Voorzitter, Dit debat gaat over de vrijheid van meningsuiting. Wat is daarvan eigenlijk het nut? Je moet kunnen zeggen wat je wilt. Er moet maximale ruimte zijn voor een vrij en open debat over goed en kwaad. Een debat waar ook ruimte is, om het niet met elkaar eens te zijn. Zoals Voltaire het omschreef: “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht het te zeggen, met mijn leven verdedigen.”

Alleen zo komen we tot een debat, waarin alle argumenten tegen elkaar kunnen worden afgewogen, en waarin je uiteindelijk tot de beste oplossing komt, omdat het beste argument overwint. En al sinds 1966 is men, als het gaat om de verruiming van de vrijheid van meningsuiting, ook bij D66 aan het goede adres. Zo schrapte mijn partij enkele achterhaalde wetsartikelen die de vrije meningsuiting onnodig beperken, zoals het verbod op Godslastering. En het voorstel om het verbod op majesteitsschennis te schrappen, ligt klaar voor behandeling.

Maar de vraag die de voorliggende initiatiefwet bij mij oproept, is: is de vrijheid van meningsuiting onbegrensd? Nee. De vrijheid van meningsuiting is een recht. Maar niet het onbegrensde recht op beledigen. Want, zo vraag ik initiatiefnemer, wat is het nut, om haatzaaien, discrimineren en het beledigen van groepen, toe te voegen aan het open debat? Wie wordt daar beter van? Welk probleem lost de initiatiefnemer op, met het schrappen van deze strafbepalingen?

Geeft de vrijheid van meningsuiting, volgens de indiener, iemand het recht, hele groepen weg te zetten, terwijl het ondertussen bijdraagt, aan verdeeldheid in de samenleving? Juist het beschermen van groepen minderheden, of het nu gaat om joden, homoseksuelen of Turkse Nederlanders, is wat mijn fractie betreft, geen overbodige luxe.

We leven niet in een tijd, waarin we mensen zouden moeten aansporen, nog wat méér, nog wat luider, gebruik te maken van hun vrije meningsuiting. Sociale media en andere platforms verworden al te vaak tot een open riool. Zoals Hans van Mierlo zei: “Je moet absoluut niet altijd zeggen wat je vindt.”

In dit land kennen wij normen en waarden, vastgelegd in onze Grondwet en in ons strafrecht. Die zorgen ervoor dat wij fatsoenlijk met elkaar omgaan, met respect voor elkaars opvattingen, en zonder anderen onnodig te kwetsen. Zo proberen we weerzinwekkendheden te verbannen: Jodenhaat. Homofobie. Racisme.

Want voorzitter, wat zijn nou eigenlijk, concreet, de consequenties van het wetsvoorstel, van de heer Van Klaveren? Want een ideologisch debat is interessant én wordt hier terecht gevoerd, maar wat doet dit voorstel voor de samenleving, voor mensen? Dan bekruipt mij toch een unheimisch gevoel. Muren bekladden met hakenkruisen. Zwaaien met IS-vlaggen. Anti-homo-flyers verspreiden.

Antisemitische leuzen in voetbalstadions. Imams die homo’s kakkerlakken noemen. Het wordt allemaal toegestaan. Dat pad wil ik niet op. Nooit. Ik vraag de heer Van Klaveren mij uit te leggen, hoe dit onze samenleving beter maakt? Wat D66 betreft draagt het toestaan, van dit soort verwerpelijke uitingen, op geen enkele wijze bij, aan hoe wij met elkaar omgaan in dit land. 

Voorzitter, de heer Van Klaveren gaat er  vanuit, dat net als hij, iederéén weerbaar en bestand is, tegen discriminerende uitlatingen. Maar, voorzitter, dat is niet zo. Niet iedere jonge, net uit de kast komende homo, kan beledigingen tegen hem om wie hij is, plaatsen in een context, zoals mondige politici dat misschien kunnen.

Ik breng maar in herinnering, dat het suïcidecijfer onder jonge LHBT’ers, vier keer zo hoog ligt, vergeleken met hun heteroseksuele leeftijdsgenootjes. Het recht is hier bedoeld, om die mensen in onze maatschappij te beschermen, die net wat minder mondig zijn, en net wat minder goed voor zichzelf kunnen opkomen. Hoe wil de heer Van Klaveren, deze kwetsbare groepen, beschermen?

Voorzitter, de Verenigde Staten, kennen veel minder grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. Ik zag bij de voorbereiding van dit debat maar steeds de beelden voor me uit dat land, van demonstraties van  de Westboro Baptist Church, een anti-homo-kerkgenootschap, dat met protestborden op begrafenissen van willekeurige gesneuvelde soldaten staat, omdat Amerika homoseksualiteit in het leger accepteert. Net zoals deze Christelijke homohaters protesteerden, bij begrafenissen van de slachtoffers van de massamoord in een homoclub in Orlando, afgelopen zomer. Met teksten die er niet om liegen. Zoals, en ik citeer: “Thank God for dead soldiers” en “God hates fags”.

Voorzitter, dit is een exces in een “beschaving”. Dit is een uitwas  van de vrijheid van meningsuiting. Dit kan nooit de bedoeling zijn van de vrijheid van meningsuiting. Maar het is wel het gevoel bij de stelling, “er hoeft geen grens te zijn aan de vrijheid van meningsuiting”. Vrijheid van meningsuiting, is weliswaar een groot goed. Maar als ik de beelden zie van de nabestaanden van deze Amerikanen prijs ik me gelukkig, dat ik in een land woon, waar we wel grenzen stellen, aan die vrijheid.

Voorzitter, dit debat roept  nog een andere vraag op: hoe gaan wij om met de rechterlijke macht? In Nederland kennen we, de drie gescheiden machten, met hun oorsprong in de Franse Revolutie. Montesquieus Trias Politica, die elkaar op gelijkwaardige wijze, in evenwicht houden.

Dit waarborgt stabiliteit, voorkomt machtsmisbruik, en maakt dat Turkse praktijken, waar rechters in opdracht van een dictator het veld moeten ruimen, in Nederland niet mogelijk zijn. Als sluitstuk van de rechtsstaat, is het essentieel dat de rechter, onafhankelijk kan opereren, en het vertrouwen daartoe krijgt van de samenleving.

Oók als hij een oordeel velt, dat sommige mensen misschien niet goed uitkomt. Dat onafhankelijk instituut wordt onder vuur genomen door nota bene een democratisch gekozen volksvertegenwoordiger, die spreekt van: een ‘neprechtbank’, juridische beunhazen, OM-handlangers van terroristen, vooringenomen D66-rechters, een ‘politiek proces’. Woorden waarmee deze volksvertegenwoordiger ook anderen een vrijbrief geeft om onze rechters en ons bevoegd gezag te negeren, te beledigen en onderuit te halen.

Dat accepteren we toch ook niet als het gaat om politieagenten, ambulancebroeders en verplegers? Ik verafschuw die grove aanval op onze onafhankelijke rechters. Niet alleen omdat de scheiding der machten het fundament onder onze samenleving is, maar vooral omdat de boodschap van de heer Wilders verdeeldheid en discriminatie zaait.

De vrijheid van meningsuiting werd hier niet ingeperkt.  De heer Wilders ging zélf naar het oordeel van de rechter over de schreef. Voorzitter, ook in het voorstel van de heer Van Klaveren, klinkt de kritiek op de rechterlijke macht, luid en duidelijk door. Natuurlijk is het goed, de houdbaarheid van het Wetboek van Strafrecht, zo nu en dan in dit Huis tegen het licht te houden.

Maar de heer Van Klaveren draait in zijn voorstel, de zaken om: hij beschuldigt de rechterlijke macht van ‘willekeur’, en baseert daar het belang, van zijn wetsvoorstel op. Maar in het ene geval veroordelen, en in het andere geval vrijspreken, is geen willekeur.

Dat is een logisch gevolg van de belangenafweging die de rechter in iedere unieke situatie steeds opnieuw maakt. Op deze manier, uit politiek opportunisme zagen aan de derde macht van onze Trias Politica, brengt de rechtsstaat in gevaar. Dus voorzitter, kan de heer Van Klaveren, zijn visie op de Trias Politica toelichten, en de rol die hij de rechterlijke macht, hierin toebedeelt? 

Voorzitter, Ik rond af. De vrijheid van meningsuiting, is en blijft een van onze belangrijkste rechten. En altijd in beweging. Het moet geen deur zijn die op slot is en waarvan de sleutel zo ver weggegooid is dat je er nooit meer bij kan. Maar het is en blijft ook een begrensd recht.

Ik hou maar steeds die beelden in mijn hoofd van die Amerikaanse begrafenissen. Een samenleving waarin beledigen, discrimineren en haat zaaien, wordt aangemoedigd, is niet mijn samenleving. Dat moedig je niet aan. Dat pak je aan. Het is een vrijheid die een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Voor ieder individu. Voor mensen onderling. En waar nodig voor de politiek als wetgevende macht. Het is die verantwoordelijkheid die mij ertoe brengt mijn fractie te adviseren tegen dit wetsvoorstel te stemmen.