Blijf op de hoogte!

Door uw mailadres in te vullen en op "verstuur" te klikken geeft u ons toestemming om uw mailadres op te slaan. Dit gebruiken wij om u regelmatig updates te sturen. Hier kunt u meer vinden over hoe wij omgaan met uw persoonsgegevens.

Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 12 december 2017

Inbreng Eerste Kamerfractie bij Algemene Financiële Beschouwingen

Lees hier de inbreng van Eerste Kamerlid Alexander Rinnooy Kan en Joris Backer bij de Algemene Financiële Beschouwingen.

Deel Alexander Rinnooy Kan over Algemene Financiële Beschouwingen

Voorzitter,
Naar het imago van Nederland is veel onderzoek verricht. De resultaten zijn even voorspelbaar als teleurstellend. Kaas, tulpen en windmolens voeren het klassement van de associaties aan, met het adjectief “vriendelijk” op een teleurstellende zesde plaats, net boven “plat”. Aan de negatieve kant domineren de drugs, zelfs boven het weer. De voornaamste bron van ongenoegen voor Franse bezoekers blijkt te zijn dat Nederlanders een andere taal spreken dan zij. Dat gevoel is, meen ik, wederzijds.

Ik zou de Minister van Financiën, wiens rentree in deze zaal door mijn fractie zeer wordt verwelkomd, en zijn al even welkome staatssecretaris niet willen uitdagen deze buitenlandse beeldvorming met een gerichte campagne te verbeteren. Maar mochten zij de verleiding niet kunnen weerstaan, dan kan het door henzelf twee weken geleden hier achtergelaten blauwe boekje heel goed als basismateriaal worden benut. Het bevat een geserreerd overzicht van de Nederlandse begroting en economie in grafieken en tabellen. Wie het bestudeert, kan maar één conclusie trekken: het gaat, ondanks de onbegrijpelijke taal en het matige weer, heel goed met Nederland.

Dat laat zich op vele manieren illustreren. De economische groei bedraagt 3,3% in 2017 en 2,5% in 2018, en dat is al vele jaren niet vertoond. Nederland staat op de vierde plaats in de Global Competitivenes Index, de beste score binnen de EU. De werkloosheid daalt in rap tempo naar 4,3% in 2018; veel lager kan het nauwelijks worden. De economische voorspoed brengt het nieuwe kabinet ruimte om te investeren, en dat doet het ruimhartig in onder andere zorg, onderwijs, wetenschap en defensie. Daarnaast worden de lasten, met name op arbeid, fors verlicht. Het CPB heeft berekend dat iedere inkomensgroep er minstens 0,5% in koopkracht op vooruit gaat. Nederland komt er, negen jaar na de crisis, sterk uit.

Er is reden tot tevredenheid. Van zelfgenoegzaamheid zijn de verder ook volgens de Fransen zo vriendelijke Nederlanders echter niet gediend. ‘Het kan slechter’ is hier de hoogste lof, ‘het kan beter’ het meest gehoorde beleidsadvies. Het bevoorrechte Nederland uit het blauwe boekje is een enclave van voorspoed in een onrustige wereld, en daarenboven is regeren in de eerste plaats vooruitzien en niet teruggenieten. In mijn bijdrage wil ik de twee nieuwe bewindslieden uitnodigen een blik te werpen op het steeds minder verre buitenland en op de ook al niet meer zo verre toekomst.

Voorzitter,
Het Nederlandse buitenland begint in Europa. Het regeerakkoord wijdt daaraan meer lovende woorden dan precieze voornemens. Maar juist deze minister heeft al een eerste aanduiding gegeven van waar hij zelf zijn Europese grenzen trekt. Ik zou hem willen uitnodigen om deze Kamer nog eens duidelijk te maken welke bevoegdheden op zijn brede werkterrein hij wel en welke hij juist niet op Europees niveau versterkt zou willen zien. Mijn fractie onderschrijft met hem de noodzaak van voortgaande economische hervormingen binnen de lidstaten, in het bijzonder binnen hun financiële sectoren. De vraag is welke vorm van Europese regie daaraan het best kan bijdragen, bijvoorbeeld op het moment dat zogenaamde asymmetrische schokken de ene lidstaat meer treffen dan de andere. Zou een toekomstig EMF binnen Europa dan de rol kunnen gaan spelen die het IMF nu wereldwijd speelt? De brieven van de minister van 27 november over dit onderwerp kunnen als uitgangspunt dienen, maar laten nog veel ruimte, bijvoorbeeld waar hij schrijft over zijn mogelijk toekomstige Europese ambtsgenoot of over de vormgeving van Europese solidariteit op lidstaatniveau. Waar de twee brieven recht in de leer zijn, lijken ze bovendien nu al te botsen op de opvattingen in Berlijn. Het zou mij tenslotte ook nog interesseren hoe de minister en de staatssecretaris aankijken tegen het evenwicht tussen voortschrijdende Europese fiscale harmonisatie en lang gekoesterde Nederlandse vestigingsplaatsvoordelen.

De complexe Europese relatie met het Verenigd Koninkrijk heeft voor Nederland een bijzondere historische en economische betekenis. Er staat ook na het tussenakkoord voor Nederland politiek en economisch veel op het spel; de reactie van de minister op de schriftelijke inbreng voorafgaand aan deze beschouwingen bevestigt dat nog eens. Wat ziet de minister inmiddels als de meest gewenste uitkomst van de Brexit-onderhandelingen, hoe realistisch acht hij die wens en hoe bereidt het kabinet zich voor op minder gewenste scenario’s?

In een iets verder buitenland bevinden zich grootmachten als China en de Verenigde Staten, die beide nadrukkelijk Europese aandacht vragen, maar er beter bij liggen dan een jaar geleden. Toch is het al jarenlang wereldwijd bestaande fundamentele tekort aan risicodragend vermogen en daarnaast de overmaat aan vreemd vermogen, deels in de vorm van publieke schuld, deels in de vorm van private of inmiddels geprivatiseerde schuld, niet verdwenen. Balansverkorting is en blijft dus een veeleisende publieke en private taak. Binnen Europa is een van de meest in het oog springende voorbeelden daarvan de balans van de Europese Centrale Bank. Nu het zich laat aanzien dat de grootschalige inkoop van staatsobligaties binnenkort eindelijk wordt stopgezet, is de vervolgvraag hoe de balansverkorting van de ECB gerealiseerd kan worden zonder onwenselijke neveneffecten. Hoe kijkt de minister aan tegen de conjunctuurrisico’s van die verkorting en de dan te verwachten rentestijging, en hoe zouden die met vermijding van monetaire staatsfinanciering gemitigeerd kunnen worden?

Ook in Nederland zijn de balansen lang, tot op het niveau van vele Nederlandse huishoudingen waar hoge hypotheekschulden staan tegen substantiële pensioenrechten. Het is die combinatie die onze economie extra volatiel maakt. Mijn fractie steunt de voortgaande hypotheekhervormingen, al maken wij ons bijvoorbeeld wel zorgen over de toegang tot de woningmarkt voor jonge tweeverdieners, en ziet uit naar het vervolg van de discussie over de pensioenhervorming die meer ruimte zou moeten creëren om de geleidelijke opbouw van een pensioenvoorziening te combineren met de geleidelijke afbouw van een hypothecaire schuld. Waar het gaat om de balansen van de Nederlandse ondernemingen maakt het kabinet een welkom begin door de fiscale voorkeursbehandeling van vreemd vermogen boven eigen vermogen aan bescheiden banden te leggen. Hoe stelt de minister zich voor het effect van laatstgenoemde beleidswijziging in kaart te gaan brengen en hoeveel ruimte ziet hij nog voor verdere aanscherping?

Voorzitter,
De inspectie en reparatie van het dak van een huis kan het beste uitgevoerd worden tussen twee regenbuien in. Nu de zon weer zo feestelijk schijnt boven de Nederlandse economie is dat een extra reden om terug te kijken naar het achter ons liggende noodweer van de financiële crisis en ons voor te bereiden op de bui die ooit weer gaat vallen.

Met de Raad van State deelt mijn fractie de zorg dat het kabinet de komende jaren wel tot aan de rand gaat van wat prudent begrotingsbeleid zou verlangen. Er is heel weinig ruimte om onvoorziene tegenvallers op te vangen, en in dat licht laat de geraamde jaarlijkse uitgavenstijging van 2% zich, in het altijd ingetogen taalgebruik van de Raad van State, inderdaad alleen maar kwalificeren als “fors”. Nu al zo lang door velen van onverdachte huize wordt aangedrongen op een flinke reële loonstijging dreigt er nog een extra opgave te belanden op het bord van de minister die tenslotte ook de overheidswerkgever financiert. Voor als hij zich straks nogmaals verdedigt tegen het verwijt van al te expansief beleid – en ik zie daar naar uit – vraag ik ook nog eens, net als bij zijn voorganger, aandacht voor de onnodige ingewikkeldheid van het Europese structurele tekortbegrip. Ik hoop in ieder geval dat Nederland niet nogmaals met een plotselinge verslechtering van perspectief zal worden geconfronteerd tijdens zijn regime. Wij hebben daar allemaal slechte herinneringen aan.

En wat te doen als dat toch gebeurt? De achter ons liggende crisis leverde ook een wereldwijde confrontatie op tussen monetaire en fiscale crisisbestrijding. Hoe beoordeelt de minister achteraf het relatieve succes van beide? Wat leren we van het relatief snelle Amerikaanse crisisherstel? En wat wordt de Nederlandse receptuur als de nood weer aan de man is en de rentestand dan nog steeds schommelt tussen de 1 en 2%?

Voorzitter,
De Eerste Kamer wijdt gewoonlijk weinig tijd aan de departementale begrotingen zelf. Dat maakt de verleiding groot om hier nu maar de aandacht te vragen voor een paar zorgwekkende onderdelen daarvan zoals de onverdiende doelmatigheidskorting bij het onderwijs, de onbedoelde bezuiniging op het groene onderwijs en de onvoorspelde tegenvaller voor de publieke omroep. Zou een restje onderuitputting de minister nog kunnen verleiden tot een royaal gebaar op de valreep van het jaar? Ik hoop het. Maar ik wil tot slot vooral zijn aandacht vragen voor een laatste, fundamentelere kwestie.

Voorzitter,
De economische prestaties van een land zijn het product van participatie en productiviteit. De eerste ontwikkelt zich voor Nederland gunstig, maar de laatste, lange tijd de parel in onze kroon, stijgt de laatste jaren nauwelijks tot niet, en dat is des te opmerkelijker nu de mobiele telefoon de persoonlijke productiviteit van alle hier aanwezigen tot zelfs op dit moment toe sterk aan het verhogen is. Ook de al zo lang voorziene robotisering is nog niet in de productiviteitscijfers terug te vinden, terwijl juist productiviteitsstijging in industrie en dienstensector ruimte zou moeten scheppen om de kennisintensiteit van onze economie verder te verhogen. In 1961 werd de Commissie Opvoering Productiviteit opgericht, die jaren lang onder de hoede van de SER zegenrijk werk heeft verricht. Heeft de minister een verklaring voor de stagnatie en wordt het tijd de COP een wederopstanding te gunnen?

Ook – of juist – in een tijd van hoogconjunctuur is er op Financiën genoeg te doen. Ik zie uit naar de interactie met de twee nieuwe bewindslieden!

Deel Joris Bakcer over Belastingplan

Voorzitter,
Namens dezelfde fractie neem ik het estafettestokje over en daarmee ook de reeds uitgesproken woorden van welkom aan de Bewindslieden Hoekstra en Snel. Wij verwachten dat afzonderlijk en tezamen in de beste traditie zullen handelen van de grote staatslieden die hen op het departement van Financiën voorgingen. Ik denk dan, voorzitter, vanwege de onderwerpen waar ik over zal spreken, in het bijzonder aan Willem Treub. Als maatschappelijk gedreven sociaal-liberaal verankerde hij het beginsel van het progressieve tarief in de Wet op de Inkomstenbelasting 1914 (IB). Een andere tijd, maar niet rustiger dan anno 2017. Het is de moeite waard  om de Handelingen in dit huis er op na te slaan. Treub overwon de tegenstand op zeer eloquente en vastberaden wijze. Hij heeft ook de grondslag gelegd voor veel andere belastingwetten, waaronder de dividendbelasting.

Voorzitter,
Over nu naar het pakket voorstellen dat vandaag ter behandeling voorligt. Dank aan de bewindslieden voor de Nota naar aanleiding van het verslag die wij jl. vrijdag mochten ontvangen en dank aan hun ambtelijke staf (ook voor de technische briefing). Uit Tabel 1 – die op verzoek van de fractie van D66 werd aangeleverd – worden de keuzes van het nieuwe kabinet duidelijk die nog in dit pakket voor 2018 en 2019 konden worden meegenomen. Het kabinet kiest in het Regeerakkoord Vertrouwen in de Toekomst voor een fiscale vergroeningsagenda en lastenverlaging op arbeid, een richting die wij al langer hebben bepleit. De verhoging van het lage btw – tarief en de afschaffing van de dividendbelasting komen pas in de loop van 2018 hier in wetgevingsoverleg aan de orde dus daarover ga ik nu geen exegese geven.

 

Ik concentreer mijn bijdrage verder op het laatste onderdeel van tabel 1, de Hillen – discussie, omdat dat voornemen veel mensen bezorgd gemaakt. Wv no. 34819, de Wijziging van de Wet Inkomstenbelasting 2001 tot het geleidelijk uitfaseren van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld. Drie aspecten: Waar gaat het voorstel over; Waarom wordt dit voorstel gedaan; Waarom wordt hier zo heftig op gereageerd.

Om met dit laatste te beginnen: dat kan mijn fractie alleen maar verklaren uit het gegeven dat alles rond het eigen huis extra gevoelig ligt. Fiscale regelingen zoals die van de hypotheekrenteaftrek (HRA) hebben in privé lange termijn vermogensrechtelijke- en fiscale gevolgen. Wat mogen belastingplichtigen redelijkerwijze verwachten? Het is verstandig het om in dit politieke domein geen onbezonnen uitspraken te doen. En zeker geen ongerechtvaardigde verwachtingen te wekken Wie wind zaait zal storm oogsten, zo luidt een oud gezegde, en dat geldt zeker ook voor de politiek. De bewindslieden resp. lijsttrekkers Van Agt, Wiegel, Lubbers, Kok wilden lange tijd niet aan de hypotheekrenteaftrek (HRA) tornen. Twee opeenvolgende lijsttrekkers Balkenende (CDA) en Rutte (VVD), beide later premier geworden, hebben – niet lang geleden nog – elke aantasting van de HRA onbespreekbaar genoemd en bij verkiezingen beloofd dat er niets zou veranderen. Tegen die achtergrond is het verklaarbaar dat in 2003 een voorstel als dat van Hillen  (overgenomen door het Kabinet Balkenende II) op brede parlementaire steun kon rekenen. Maar niet die van de fracties in dit huis van de PvdA, GL en de SP, die tegen het voorstel stemden.

Waar gaat het voorstel over? Het Kabinet Rutte III laat met dit voorstel geleidelijk (in 30 jaar) de situatie herleven van vóór het invoeren van het fiscale voordeel van de Hillen- regeling. Het is voor mijn fractie dan ook onbegrijpelijk waarom de PvdA en de SP nu tegen de afschaffing ageren, terwijl zij toen tegen invoering waren. Circa twee derde van het voordeel onder deze regeling komt terecht bij de helft van de mensen die het meest verdienen. Na eerdere kleinere aanpassingen (maximale termijn c.a) is sinds 2013 beperking van de HRA als fiscale bonus op eigen woningbezit een feit. Wie voor aftrek in aanmerking wil komen heeft de verplichting om een hypotheek te nemen, waarvan annuïtaire aflossing van de onderliggende lening ten minste binnen 360 maanden plaats vindt. Wetgeving die – terzijde – het gevolg is van het Lenteakkoord met de Constructieve Oppositie in 2012. Dit voorstel past in de richting die in 2012 is ingezet. Uit het debat in de media over het voorliggende kabinetsvoorstel zou men zomaar gaan denken dat hypothecaire leningen uitsluitend worden (of werden) afgelost vanwege een fiscale prikkel. Dat is te simpel. Vrijwillig aflossen kon natuurlijk al. Er zijn tal van particuliere redenen voor verminderen van de afhankelijkheid van de bank, netto besteedbaar inkomen stijgt, er waren doel gebonden schenkingen etc.

Waarom wordt het voorstel gedaan? De Raad van State kan de uitfasering billijken en heeft er in zijn advies bij dit wetsvoorstel op gewezen dat deze Hillen- regeling een oneigenlijke figuur is geworden in het huidige stelsel. De rechtmatigheidsvraag is voor mijn fractie mede daarom in positieve zin beantwoord. Wetgeving technisch gezien is het voorstel tot uitfaseren uiterst beknopt en overzichtelijk. Intussen wordt vanaf 2020 het EWF van 0,75% verlaagd naar 0,6% ten gunste van de eigen woning bezitter, wat “de pijn” een beetje verzacht. Was die ingreep ingegeven door de koopkracht uitkomsten, vraag ik de Staatssecretaris?

Met alle aandacht voor de effecten voor de belastingplichtige zouden wij bijna het belang van een duurzame  Rijksbegroting vergeten. Een aftrek (HRA en Hillen) is een grondslagversmalling en dus derving van belastinginkomsten. Bij ongewijzigd beleid zou het bedrag dat met de bestaande Hillen-regeling is gemoeid elk jaar groeien. Immers ook de nieuwe woningeigenaren, die onder de regeling van 2013 al aflossen, kwalificeren zich hiervoor. Dat wat in voorzien in 2003 niet voorzien.   Ooit, namelijk bij het debat in 2003 in dit huis, was een budgettair beslag van ca. 250 mln. per jaar voorzien! Tot 2048 zou dat bedrag oplopen tot 1,1 mld.   Het is in de Nota helder in kaart gebracht. De impact van de HRA op de totale Rijksbegroting weegt natuurlijk mee in de afweging van de fractie van D66 bij het beoordelen van de voorstellen. Bovendien gaat het ons bij de kritische beoordeling van de HRA ook om solidariteit tussen de generaties. Het is goed om ons te realiseren dat generaties woningeigenaren voordeel hebben gehad bij de substantiële fiscale ondersteuning die jarenlang vanuit de rijksbegroting wordt geleverd aan het eigen woningbezit. Dat blijkt uit de samenstelling van degenen die voordeel hebben van de regeling, in de Nota maar ook in andere tabellen. Toekomstige generaties zijn de outsiders, zij gaan daar veel minder van profiteren dan de generatie insiders die soms al een leven lang van deze voordelen geniet.

Tenslotte, voor het overige acht mijn fractie het voorstel uitvoerbaar en handhaafbaar, rekening houdend met de timing van de Belastingdienst. De Tweede Kamer heeft bovendien een Motie-Snels c.s. (34819 no 17) aanvaard waarin opgeroepen te monitoren welke onvoorziene en onwenselijke consequenties voor groepen mensen zouden kunnen ontstaan. Mijn fractie zou de Staatssecretaris wel nadrukkelijk willen uitnodigen om goede voorlichting te geven over dit onderwerp aan bezorgde burgers.

Voorzitter,
Een vraag over het wv 34 786 onderdeel V: er is onrust ontstaan in de grensstreken over de wijziging van de systematiek van de heffingskorting. Men vreest een negatief effect op de arbeidsmobiliteit. De toelichting op het voorstel heeft mijn fractie nog niet overtuigd van het nut en de noodzaak van deze maatregel. Graag uitleg.

Tot slot, wie terugkijkt naar 1914 moet ook vooruit kijken. Naar een fenomeen waar het kabinet nog niet aan toe gekomen is, maar dat mij en vele anderen intrigeert: zijn er in de snel opkomende bitcoin – economie transacties of activa die fiscaal relevant zijn en zo ja, wat zou dat kunnen betekenen voor de toekomstige rijksbegroting? Graag verneem ik de opvattingen van het kabinet. De fractie van D66 ziet met belangstelling uit naar de antwoorden van het kabinet.

 

Thema

Werk, inkomen & financiën

D66 wil bouwen aan het nieuwe verdienmodel van Nederland. Aan verduurzaming van onze economie, aan een eerlijke en open arbeidsmarkt en aan een dienstbare financiële sector. Aan een land dat onderneemt en bloeit en na stilstand weer vooruit gaat.

Nieuwe welvaart vraagt om groei van onze economie. Dat is de beste manier om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Groei zorgt voor nieuwe banen. Groei zorgt voor innovatie en vernieuwing. En duurzame groei is de sleutel naar een welvarende toekomst. Allereerst moet de overheid zijn financiën op orde brengen, tegelijkertijd kan zij ruimte maken en gericht investeren. D66 heeft een groeiagenda om deze kansen te pakken.

Lees meer