Woordvoering LHBTQIA+-monitor

Beeld: D66

Voorzitter, op 9 november jl. nam de raad breed de motie ‘Een Groningse LHBTQIA+ monitor’ aan. Hiermee riepen mijn partij en Student & Stad en Partij voor de Dieren  het college op om te onderzoeken hoe het gesteld is met de acceptatie en veiligheid van deze groep Groningers. Onderzoek helpt ons een beter beeld te krijgen van de stand van zaken en het inzichtelijk maken van de effecten van ons regenboogbeleid. De wethouder heeft hierbij aangegeven eerst bestaand onderzoek en informatie te willen bundelen, alvorens vorm te geven aan het onderzoek. Wat D66 betreft een logische eerste stap in het opzetten van gedegen onderzoek.

In het schriftelijke antwoord op de motie geeft het College echter aan verder onderzoek niet nodig te vinden. Deze reactie bevreemdt mijn fractie. Wat D66 betreft, voorzitter, laat de collegebrief bij uitstek zien waarom het gevraagde onderzoek wel degelijk een meerwaarde heeft. Het bestaand onderzoek blijkt gedateerd te zijn en schetst bovendien een fragmentarisch beeld. Ook baseert het college haar conclusie op vermoedens, terwijl het doel van het onderzoek juist is om vermoedens te bevestigen, dan wel te ontkrachten. Mijn fractie vraagt zich dan ook af waaruit volgens het college blijkt dat de situatie in Groningen rooskleuriger zou zijn dan elders.

Ook licht ik graag de aangehaalde cijfers van het meldpunt discriminatie uit. In het algemeen zien we lage cijfers. Deels schrijft het college dit toe aan de meldingsbereidheid. Ik durf dan ook met enige zekerheid te stellen dat deze cijfers slechts het topje van de ijsberg zijn. Desalniettemin betreft ruim een derde van de meldingen bij het meldpunt discriminatie gevallen die te maken hebben met gender- en seksuele diversiteit. 

Dan, voorzitter, de interpretatie van de motie. Het college interpreteert de invulling van de motie anders dan de indienende fracties. Met het aannemen van de motie heeft de raad de wens voor een onderzoek uitgesproken. De beantwoording van het college verandert hieraan wat D66 betreft niets. Bovendien is er in de motie sprake van een dekking vanuit de algemene reserve. Het is dan ook een valse tegenstelling om de indruk te wekken dat het onderzoek ten koste zou gaan van het bestaande regenboogbeleid. Immers, we maken hiervoor geld vrij op de reserve. Een monitor zoals wij die voorstaan helpt bovendien om in de toekomst gerichter nieuw beleid te kunnen maken en de effectiviteit van dit beleid te wegen. Als het college echt het verschil wil maken, is het toch ondenkbaar om niet te weten waar je begint. 

Voorzitter, wat mijn fractie betreft maken we dan ook nu een volgende stap waarin we invulling gaan geven aan het onderzoek. Hierbij zien wij graag een combinatie van kwalitatief onderzoek, waarbij we in gesprek kunnen gaan met de doelgroep en kwantitatief onderzoek, bijvoorbeeld via het bestaande stadspanel. Want pas wanneer we een duidelijk beeld hebben van de huidige stand van zaken, kunnen we constructief vooruit kijken.