Blijf op de hoogte!

Steun ons en help Nederland vooruit

Oekraïne referendum

Op 6 april was het referendum over het Associatieakkoord tussen de Europese Unie (EU) en Oekraïne. Anders dan kabinetspartijen VVD en PvdA heeft D66 volop campagne voor het verdrag gevoerd maar desondanks was de uitslag teleurstellend: 61% Nee en 39% Ja.

D66 heeft vanaf het begin gezegd dit raadgevend referendum zeer serieus te nemen en de uitslag zwaar te laten wegen. Wat je ook vindt van het referendum en de campagne, er moet inhoudelijk recht gedaan worden aan de bezwaren van de Nee-stemmers. Niet luisteren naar de bevolking is geen optie. De belangrijkste bezwaren, die in de campagne keer op keer terug kwamen, waren: de vermeende opstap naar een EU-lidmaatschap van Oekraïne; de vrees dat er extra geld naar Oekraïne zou gaan; de zorg dat Oekraïense werknemers toegang zouden krijgen tot de Europese arbeidsmarkt en de (reikwijdte van de) verdragsartikelen over de militaire samenwerking en veiligheid. Aan deze bezwaren moet het kabinet tegemoet komen.

Op basis van de referendumwet had D66 daarom het liefst gezien dat het kabinet zo spoedig mogelijk na het referendum een intrekkingswet naar het parlement had gestuurd om daarna in overleg te treden met het Nee-kamp en de andere 27 lidstaten van de Europese Unie. Voor D66 was een spoedige intrekkingswet dus niet het eindpunt maar juist het beginpunt van het proces richting een inhoudelijke oplossing. Niet ratificeren om vervolgens geen stap meer te zetten richting een oplossing is voor D66 nooit een gewenste aanpak geweest. D66 heeft dit alles destijds naar voren gebracht tijdens het Kamerdebat over de referendumuitslag op 13 april. Echter, gesteund door een Kamermeerderheid van VVD en PvdA heeft het kabinet er voor gekozen geen intrekkingswet te sturen maar wel in overleg te treden met de Europese Unie.

Inmiddels treuzelt Rutte al zeven maanden om met een oplossing te komen en hij geeft nu aan nog meer tijd nodig te hebben. Het liefst hadden we nu een antwoord gezien, maar als hij kansen ziet om tot een goede oplossing te komen dan geven wij hem die tijd. Nogmaals, voor D66 zijn twee zaken van cruciaal belang. Enerzijds moet het kabinet inhoudelijk tegemoet komen aan de zorgen van de nee-stem. Het is heel belangrijk dat de Europese Unie zorgen van Nederlanders serieus neemt. Anderzijds moet Europa niet uit elkaar gespeeld worden en mogen we Poetin niet de mogelijkheid geven Oekraïne te destabiliseren en de veiligheid aan de grenzen van Europa in gevaar te brengen.

Daarom is D66 bereid premier Rutte de ruimte te geven om alsnog tot een afspraak te komen met de andere 27 landen, die tegemoet komt aan deze twee voorwaarden van D66. Dit alles laat onverlet dat het beter was geweest als Rutte actief campagne had gevoerd en toen voor alle Nederlanders de gevolgen van een nee-stem had geschetst.

Laatst gewijzigd op 13 juni 2017