Blijf op de hoogte van D66

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang de laatste nieuwsberichten op basis van jouw interesses.

Door je e-mailadres in te vullen en op "aanmelden" te klikken geef je ons toestemming om je e-mailadres op te slaan. Dit gebruiken wij om je regelmatig updates te sturen. Hier kun je meer lezen over hoe we omgaan met jouw persoonsgegevens. Hier kun je alle voorkeuren wijzigen.

Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 21 juni 2018

Inbreng Rens Raemakers bij debat over de evaluatie van de Jeugdwet

Vandaag debatteerde de Tweede Kamer over de evaluatie van de Jeugdwet. Lees de inbreng van Kamerlid Rens Raemakers hier terug.

Is het glas halfvol of halfleeg? De eerste zin van de evaluatie luidt: ‘‘Deze evaluatie laat zien dat de doelen van de Jeugdwet nog niet zijn gerealiseerd.’’ Wat waren die doelen? We wilden jongeren meer thuis helpen, en minder in instellingen. We wilden jongeren eerder helpen, en niet als het te laat is. We wilden jongeren vooral beter helpen, door meer samenwerking tussen professionals. Volgens sommigen zou de decentralisatie van de jeugdhulp van het Rijk en de Provincies naar de gemeenten uitdraaien op een grote catastrofe. Die is – gelukkig – uitgebleven. De meeste gemeenten hebben de jeugdhulp als nieuwe taak goed ingebed. De meeste kinderen en ouders zijn ook tevreden over de geboden hulp. Hier en daar zien we al echte vernieuwingen in het zorgaanbod. Maar, de transformatiedoelen zijn niet gerealiseerd. Althans, nog niet, zo stelt de evaluatie.

Er maken meer jongeren gebruik van jeugdhulp. Er worden meer jongeren in gesloten instellingen geplaatst. De wachtlijsten voor specialistische hulp nemen niet af, maar komen steeds weer in het nieuws. Net als vòòr de decentralisatie. En de kinderen én gezinnen die de hulp het hardst nodig hebben, weten de weg tot de hulp het lastigst te vinden. En dat is wel reden tot zorg. Ik vraag de minister of hij dit beeld van een halfvol glas herkent. Hoe gaan we het glas helemaal vol krijgen? Ik wil vandaag kijken naar drie zaken: (1) De toegang via het wijkteam; (2) Continuïteit van de hulp; (3)De kinder- en jeugdpsychiatrie.

De toegang via het wijkteam

De minister stelt voor om op zoek te gaan naar geschikte basiscriteria voor de wijkteams, om te zorgen dat helder is wat je van een lokaal team mag verwachten. D66 steunt dat van harte. Want uit de evaluatie blijkt dat bijna de helft van de wijkteams professionals inzet die niet geregistreerd staan in het Kwaliteitsregister Jeugd. Hoe weten we dan dat zij wel zeker goede kwaliteit leveren? Ook voor medewerkers zelf kan dit lastig zijn. Voelen ze zich dan wel voldoende beschermd bij het uitoefenen van hun beroep? Tegelijkertijd we horen geluiden dat gemeenten het moeilijk vinden geschikt personeel te vinden voor de lokale teams. Dus we willen gemeenten en de wijkteams ook niet in de problemen brengen. Is de minister bereid te onderzoeken hoe de aansluiting van medewerkers in het wijkteam op dit Kwaliteitsregister kan worden verbeterd? En hoe gaat de minister zorgen dat én de kwaliteit op orde is, én er ook voldoende professionals voor wijkteams kunnen worden aangetrokken?

Continuïteit van de hulp

Hulpverleners van een jongere wisselen te vaak, kinderen en hun ouders hebben het gevoel steeds opnieuw hun verhaal te moeten doen, van het kastje naar de muur, het zou allemaal opgelost worden met de nieuwe Jeugdwet, maar dát blijkt vooralsnog een droombeeld. Dat merkt een jongere goed als hij of zij 18 jaar wordt. Dan stopt de jeugdhulp in veel gemeenten ineens, terwijl de meeste jongeren wel nog gewoon een hulpvraag hebben. De minister komt in het najaar met zijn plan om dit op te lossen. Waarom dán pas?

Verlengde jeugdhulp geldt nu al gewoon tot 23 jaar, zie artikel 1.1 van de Jeugdwet. Als de hulp is begonnen voordat de jongere 18 is, en voortzetting van de hulp nodig is, dan is een gemeente daar op basis van de jeugdhulpplicht gewoon toe verplicht. Gemeenten ontvangen jaarlijks 300 miljoen euro (geen gering bedrag) voor 18+-jongeren. Waar blijft al dat geld? Wordt het wel goed gebruikt? En gaat de minister de gemeenten achter de broek zitten om gewoon allemaal snel die verlengde jeugdhulp te leveren?

De kinder- en jeugdpsychiatrie

De positie van de kinder- en jeugdpsychatrie is in deze evaluatie niet speciaal onderzocht. Dat was wél afgesproken, op voorspraak van D66. Het lukt niet om grip te krijgen op wachtlijsten in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Psychiaters klagen over de administratieve lasten, waardoor ze te weinig tijd hebben voor de behandeling van een kind. En de toegang via het wijkteam of via de huisarts verloopt ook lang niet overal goed. Dit staat los van de vele goede voorbeelden die we inmiddels ook kennen, van gemeenten waar er een mooie samenwerking ontstaan is tussen wijkteam, praktijkondersteuner huisarts en de jeugd-GGZ. Maar we krijgen nu steeds meer geluiden dat kinderpsychiaters stoppen en overstappen naar de volwassen-GGZ. Daar ben je niet afhankelijk van een goede of slechte gemeente. Ik hoop dat de minister vandaag kan toezeggen dat hij het functioneren van de jeugd-GGZ, alsnog gaat onderzoeken.

Dat zou bijvoorbeeld kunnen met een zogenaamd ‘actie-onderzoek’, waarbij we direct de knelpunten opsporen én oplossen. De sector zelf verzoekt dit binnen het kennisontwikkelingsprogramma van Zon-Mw te gaan doen. Laat Zon-Mw nu net ook de evaluatie op de Jeugdwet hebben gedaan. Dat zou dus prima passen. Wil de minister de sector tegemoet komen en samen met de kinderpsychiaters en psychologen een onderzoeksopdracht uitwerken? En daarbij ook ouders en jongeren te betrekken?

Mijn glas is nog steeds halfvol. Maar dat van de psychiaters lijkt soms halfleeg. Minister: grijp deze kans en onderzoek de kwaliteit van het bronwater. In het belang van onze kinderen en jongeren.

In de reactie tijdens het debat heeft minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan D66 toegezegd alsnog een apart onderzoek jeugd-GGZ te gaan doen en samen met de sector en de ouders/jongeren een opzet daartoe voor te bereiden.