In Memoriam – Hanno van der Does

(3 februari 1933 – 22 november 2021)

Ons bereikte het droevige bericht dat Hanno van der Does op de leeftijd van 88 jaar is overleden. Hanno was trouw lid vanaf 1979.

Ons bereikte het droevige bericht dat Hanno van der Does op de leeftijd van 88 jaar is overleden. Hanno was trouw lid vanaf 1979.

Hij was van huis uit jurist. Vanaf 1 oktober 1981 was Van der Does als eerste D66-er lid van de Raad van State. Hij bleef dat tot 1 juli 2001 waarna hij tot staatsraad in buitengewone dienst werd benoemd, wat hij bleef tot 2003.

Binnen de Raad van State was hij onder meer voorzitter van de toenmalige Hoger beroep-kamer. Hij stond bekend als een markante man, gezaghebbend, kundig en een warme persoonlijkheid.

Onze gedachten zijn bij de familie en dierbaren.

Lenigheid in Rome

Portret Marcel Beukeboom

Marcel Beukeboom is sinds augustus van dit jaar Nederlands permanent vertegenwoordiger bij drie organisaties van de Verenigde Naties die gevestigd zijn in Rome. Voorheen klimaatgezant en met functies op ambassades in Washington en Pretoria is Beukeboom een ervaren diplomaat. Hij is de geschikte persoon om de Nederlandse stem te laten horen op verschillende complexe dossiers die in Rome op tafel liggen. Democraat sprak met Beukeboom over zijn eerste maanden op zijn nieuwe post.

tekst Jan Vincent Meertens foto Jacq Bus
Dit stuk verscheen in Democraat (editie november 2021).

Marcel Beukeboom - Beeld: Jacq Bus

In Rome zijn drie VN-instellingen die zich bezighouden met voedsel en landbouw. Dat zijn de FAO, de voedsel en landbouworganisatie van de VN; het WFP, het wereldvoedselprogramma; en IFAD, het fonds voor internationale landbouwontwikkeling. Zoals bij alle VN-instellingen is Nederland, als medeoprichter van de VN, overal vertegenwoordigd. Aan het hoofd van zo’n diplomatieke missie staat een ambassadeur, de permanent vertegenwoordiger genoemd. In Rome is dat Marcel Beukeboom.

“Ik, en leden van mijn team, gaan naar die organisaties toe om mee te praten over het beleid, de besteding van de middelen, de samenwerking en de organisatie. Soms zijn het lopende zaken zoals bij IFAD, een organisatie die heel actief is in de allerarmste landen om daar kleine boeren en landbouworganisaties te helpen ontwikkelen. Nederland geeft geld aan het IFAD om hun en onze beleidsdoelen te realiseren. Gaat het goed, haal je de resultaten, is er voldoende geld?” De FAO is niet echt een uitvoeringsorganisatie, maar ook een kennisinstelling, en een organisatie die normen stelt, bijvoorbeeld op het gebied van zaden, kunstmest en veeteelt. “Nederland is een belangrijk land als het gaat om kennis op het gebied van landbouw en voedsel. En we zijn een belangrijke exporteur,” zegt Beukeboom. “Maar we zijn ook een land dat bijvoorbeeld via de Europese Unie thema’s als klimaat en biodiversiteit hoog op de agenda wil krijgen. Dat zijn allemaal belangen die behartigd moeten worden bij de FAO, en daar ben ik een soort spil in.”

“Veel mensen zeiden al: wat goed dat jij hier bent, dat klimaatdenken is hier nog lang niet goed geworteld”

Multidisciplinaire kijk

Er zijn verschillende aspecten aan voedsel en landbouw, zoals veiligheid, gezondheid, handel, klimaat en duurzaamheid. Dat betekent betrokkenheid van veel verschillende Nederlandse partijen. “Als er bijvoorbeeld een FAO-conferentie is, dan is onze minister van Landbouw uitgenodigd en ben ik plaatsvervangend bij haar afwezigheid. Het Wereldvoedselprogramma is in essentie een humanitaire organisatie, die voedsel brengt naar gebieden in crisis. Dan heb ik te maken met de minister voor Ontwikkelingssamenwerking, net als voor IFAD, een ontwikkelingsorganisatie,” legt Beukeboom uit. Bij klimaat is dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. En er is veiligheid, een belangrijk aspect van voedselsystemen. “We hebben ons in de VN Veiligheidsraad hard gemaakt voor resolutie 2417 die het gebruik van honger als wapen in conflict moet voorkomen. Dan gaat het over humanitaire zaken en ook over veiligheid en stabiliteit, en dat betreft de minister van Buitenlandse Zaken. Het ministerie van VWS, tenslotte, komt in beeld bij voedsel en gezondheid. Voedsel en landbouw vergt een multidisciplinaire aanpak vanuit verschillende politieke verantwoordelijkheden. Dat vergt wel enige politieke lenigheid,” zegt Beukeboom met enig eufemisme.

Niet toekomstbestendig

Voedsel en klimaat verhouden zich sterk tot elkaar. Beukeboom zijn achtergrond als klimaatgezant is bijzonder nuttig in Rome. Landbouw en voedselproductie heeft enorm te lijden onder klimaatverandering. “Dat is de ene kant van het verhaal. De andere kant is dat de landbouwsector voor 34% verantwoordelijk is voor de uitstoot van broeikasgassen. Het is zowel probleem als oplossing,” stelt Beukeboom. “De landbouw zoals we die nu georganiseerd hebben is niet toekomstbestendig. Ik zie het als een heel belangrijk deel van mijn opdracht om daar verandering in te brengen. In de eerst weken nadat ik aantrad zeiden veel mensen al: wat goed dat jij hier bent, dat klimaatdenken is hier nog lang niet goed geworteld.”

In zijn functie als Hoofd Voedselzekerheid bij het ministerie van Buitenlandse Zaken was Beukeboom lid van de Milano Group, een groepje internationale experts dat een visie schreef voor het mondiale voedselsysteem. “Dat is met terugwerkende kracht de basis geweest voor de World Food Systems Summit die onlangs is gehouden. Op deze top werd het voedselsysteem wederom geanalyseerd, nu in het licht van de pandemie en van de huidige voortgang van de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de VN.”

“Je kan vol op die groene doelstellingen aansturen, maar als je daarbij vergeet dat het ook om mensen en samenlevingen gaat dan ga je beide niet realiseren”

Systeemdenken

Het is de rode draad in het CV van Beukeboom: landbouw, duurzaamheid en klimaat. Ook het systeemdenken past daarin. Steeds tracht hij verschillende dossiers aan elkaar te koppelen. Maar het is de snelheid waarin hij voortgang kan maken die soms frustreert. “Wat ik ook in mijn vorige baan al constateerde: het gaat allemaal veel te langzaam. Ik ben altijd degene die roept dat het sneller moet en anders. Ook als klimaatgezant constateerde ik al dat er een mismatch was tussen hetgeen nodig is en waarvoor we al afspraken op papier hebben staan enerzijds, zoals het Parijsakkoord en de SDG’s, en de praktijk anderzijds. Dat geldt voor de hele wereld, we gaan collectief veel te langzaam. We rennen op die klif af. Je hebt mensen nodig zoals ik die binnen het systeem duwen en trekken, en mensen buiten het systeem, zoals extinction rebellion en wetenschappers die het steeds nadrukkelijker signaleren. Iedereen speelt zijn rol daarin. Ik probeer binnen mijn invloedssfeer anderen te inspireren en te stimuleren om er zo de vaart in te houden.”

D66

Beukeboom ziet een duidelijke kans voor een sociaal-liberale aanpak van deze grote thema’s. De Doughnut Economics van Kate Raworth inspireren hem. Hij probeert in zijn werk de balans tussen sociaaleconomische en ecologische doelen te vinden. “Ik ben niet voor niets actief geworden bij D66. Je kan vol op die groene doelstellingen aansturen, maar als je daarbij vergeet dat het ook om mensen en samenlevingen gaat dan ga je beide niet realiseren. We moeten oog hebben voor beide.”

Uit het zicht is niet uit het hart. Beukeboom wil, waar het kan, binnen de partij actief meedenken over klimaatbeleid. “Onlangs ben ik vanuit hier betrokken geweest bij de werkgroep energie en klimaat. Mijn inzet is om systeemdenken te bevorderen, door allerlei beleidsterreinen te koppelen, zeker op het gebied van klimaat.”

Marktstad mixt met werelderfgoed

Verkiezingen in Purmerend en Beemster

Het verkiezingsprogramma is af en de campagneposters liggen klaar. Op 24 november vinden er herindelingsverkiezingen plaats. Mark Intres, fractieleider en lijsttrekker van D66 Purmerend, en Astrud Wildschut, raadslid en campagneleider van D66 Purmerend, zijn er al sinds begin dit jaar druk mee. Mark Intres: ‘Er staat wat op het spel. Dit wordt een graadmeter voor de nationale gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022.’

tekst Leonie Sellies  foto’s Franciska van Eekelen-Prins
Dit stuk verscheen in Democraat (editie november 2021).

Het team van D66 Purmerend. - Beeld: Francisca van Eekelen – Prins

Per 1 januari 2022 fuseren gemeente Purmerend en gemeente Beemster. Daarom vinden dit jaar de gemeenteraadsverkiezingen in Purmerend en Beemster – en in nog negen andere gemeentes waar herindelingen komen – plaats in november. Met nog een kleine maand te gaan beginnen de verkiezingscampagnes nu echt op stoom te komen. Astrud: “Je voelt aan de toon en scherpte in de debatten dat dit de laatste fase voor de verkiezingen is.”

Hoe verschillen deze herindelingsverkiezingen van reguliere gemeenteraadsverkiezingen?

Mark: “We gaan met deze herindelingsverkiezingen de toon zetten. Dit is de eerste graadmeter sinds de Tweede Kamerverkiezingen in maart dit jaar. Daar zijn we ons goed van bewust.”
Astrud: “Je voelt een verantwoordelijkheid. Er wordt naar je gekeken.”
Mark: “We zijn er klaar voor. We hebben een goed programma en een sterke kandidatenlijst, maar je voelt dat het oog van het land op je gericht is. Daarnaast voelen we die druk sowieso al, omdat we in Purmerend al jaren de grootste landelijke partij in de raad zijn. Die positie willen we minimaal vasthouden of liever nog uitbouwen.”

En daarnaast voeren jullie dit keer ook campagne in zowel Beemster als Purmerend. Wat is de neerslag daarvan op de verkiezingen?

Mark: “De stedelijke gemeente Purmerend fuseert met een plattelandsgemeente. Dat verandert de hele dynamiek. In Beemster heb je met hele andere belangen te maken. De economie drijft daar op de agrarische sector. En Beemster als droogmakerij is ook werelderfgoed. De Stelling van Amsterdam, ook een werelderfgoed, loopt voor een deel door de Beemster. Het is een unieke combinatie van twee werelderfgoederen, die een verantwoordelijkheid met zich meebrengt.”
Astrud: “Er zijn ook wel zorgen in Beemster over wat een samenvoeging met een stad als Purmerend teweeg gaat brengen. In Purmerend is veel woningnood en in Beemster willen ze de dorpskernen niet volbouwen, omdat ze het dorpse karakter willen behouden. Daar moet je aandacht voor hebben.”
Mark: “Purmerend heeft 80.000 inwoners en Beemster 10.000. Normaliter zou de focus in de campagne toch naar Purmerend gaan, omdat daar het grootste deel van het potentiële electoraat zit. Bij deze herindelingsverkiezingen gaat er toch iets meer aandacht naar Beemster dan naar Purmerend, omdat je de zorgen die daar leven serieus wilt nemen.”

Hoe gaan jullie met die verschillende belangen en zorgen om?

Astrud: “We proberen veel werkbezoeken af te leggen in de Beemster. Bijvoorbeeld bij de agrariërs, maar ook bij bezorgde bewonersgroepen. Van de week zijn we nog bij de stichting Beemster Vanzelfsprekend geweest. Een groep betrokken burgers die hun zorgen ergens kwijt willen. Daar zijn we meteen langs gegaan. Gelukkig hebben we al jaren goede contacten met de D66-fracties van de omliggende gemeentes – waaronder D66 Beemster – met wie we elke acht weken een regiovergadering hebben. Dus we weten wat er speelt.”

Is de samenvoeging van gemeente Beemster en Purmerend met die verschillende belangen wel logisch?

Mark: “Inwoners van Beemster en Purmerend maken al jaren van elkaars voorzieningen gebruik. Persoonlijk maak ik ook wekelijks gebruik van de rust en stilte in de Beemster. In het complementaire van de twee gemeentes liggen ook allerlei kansen. Purmerend van oudsher marktstad, Beemster van oudsher de graanschuur van Amsterdam. Het vermarkten van wat er allemaal gemaakt wordt in de Beemster, daar valt op het gebied van handel en onderwijs een combinatie van te maken.”
Astrud: “Iedereen zag aankomen dat Beemster het zelfstandig niet ging redden om de gemeente draaiende te houden. Maar vanuit Beemster moet er wel genoeg vertrouwen zijn om zo’n proces aan te gaan.”
Mark: “Als Purmerend hebben we er altijd voor opengestaan, maar als grotere gemeente moet je je daar bescheiden in opstellen. Vanuit kleinere gemeentes is er wel koudwatervrees of zo’n grote gemeente hen niet gaat opslokken. In het proces met Beemster, en daar zijn we best trots op, hebben we laten zien hoe het ook kan. Het is op een hele harmonieuze manier gegaan, waardoor we nu tot een redelijk geruisloze fusie zijn gekomen.”

De laatste jaren neemt het aantal gemeentes gestaag af. In 1995 waren er nog 633 gemeentes en nu zijn dat er nog 352. Hoe kijken jullie naar deze trend?

Mark: “Ik heb jarenlang voor de gemeente Zaanstad gewerkt. Die gemeente is in 1974 ontstaan uit de samenvoeging van Zaandam en zes kleinere gemeenten. Alle inwoners voelen zich nog steeds verbonden met hun eigen kern – Assendelft, Krommenie, etc – terwijl ze zich ook verbonden voelen met de Zaanstreek. Zolang die eigen identiteit niet verloren gaat, zie ik alleen maar voordelen van een grotere schaal. Vooral voor de bestuurskracht.”
Astrud: “Er moet geen drang achter zitten. Dan wordt het vervelend. Gelukkig is daar hier helemaal geen sprake van.”

Lijsttrekker Mark Intres en campagneleider Astrud Wildschut (Purmerend). - Beeld: Francisca van Eekelen – Prins

Het klinkt alsof jullie de herindelingsverkiezingen met vertrouwen tegemoet gaan.

Mark: “Zeker. We zijn er klaar voor. Eigenlijk begon de campagne al op het moment dat we de eerste letters van het verkiezingsprogramma op papier gingen zetten en dat was in januari 2021. Ik kan nu niet wachten op de echte debatten net voor de verkiezingen. Het is natuurlijk ook heel fijn dat we dankzij minder strikte coronamaatregelen weer bijeenkomsten kunnen organiseren in de campagne en kiezers makkelijker op straat kunnen aanspreken.”
Astrud: “We krijgen in deze fase ook alle steun en aandacht van het landelijk bureau. In november doet D66 in drie herindelingsverkiezingen mee, dus daar is nu ook volop ruimte voor.”
Mark: “De opkomst bij herindelingsverkiezingen is altijd al flink lager dan bij reguliere gemeenteraadsverkiezingen. En bij reguliere gemeenteraadsverkiezingen gaat het bij ons al ongeveer om maar 50%. Het laatste weekend voor de verkiezingen komen hopelijk ook enkele landelijke kopstukken hier naartoe om een bijdrage te leveren aan de campagne. De korte lijntjes met landelijk zijn natuurlijk heel fijn. De Tweede Kamerleden begrijpen heel goed dat de ogen op ons gericht zijn en willen daar een bijdrage aan leveren. Dat is ontzettend prettig om te merken.”

Cultureel erfgoed in Beemster - Beeld: Nanette de Jong

Victor Everhardt verkozen tot voorzitter D66

Twee weken lang konden de leden van D66 stemmen over het partijvoorzitterschap. Meer dan 4000 leden hebben van zich laten horen. Zaterdag draagt Anne-Marie Spierings de voorzittershamer over aan Victor Everhardt.

Victor Everhardt neemt de voorzittershamer over van Anne-Marie Spierings. - Beeld: Jeroen Mooijman

Uitslag vastgesteld

De Landelijke Verkiezingscommissie heeft de uitslag vastgesteld. Het volledige proces-verbaal lees je hier. Ik wil hen bedanken voor het vele werk bij het organiseren van deze verkiezing. Zaterdag tijdens het congres kun je stemmen over andere bestuursfuncties.

13.11.2021

Tijdens het congres droeg Anne-Marie Spierings de voorzittershamer over aan Victor Everhardt. Victor sprak ook voor het eerst de leden van D66 toe. Daarnaast werden twee nieuwe bestuursleden verkozen. Nadia Arsieni is onze nieuwe politiek secretaris. Maartje Jansen gaat aan de slag als internationaal secretaris.

Anne-Marie Spierings:

“Graag wil ik ook Janarthanan Sundaram bedanken voor zijn sterke kandidatuur. Hij heeft een zichtbare campagne gevoerd die veel leden aansprak. Het is mooi dat leden de keuze hadden uit twee zeer gemotiveerde kandidaten. Ik feliciteer Victor van harte met zijn verkiezing en wens hem heel veel succes bij zijn werk als voorzitter voor de partij.”

Victor Everhardt:

“Met groot enthousiasme heb ik mijzelf gekandideerd en wat fantastisch dat de leden mij hebben verkozen! Ik wil iedereen die op mij heeft gestemd zeer bedanken voor de steun. Dank ook aan Janarthanan voor een mooie campagne! Ik zal er alles aan doen om de vereniging de komende jaren nog sterker en krachtiger te laten zijn en ik zet me ervoor in dat nog meer mensen zich thuis voelen bij D66. Dat kan ik uiteraard niet alleen, dat doe ik samen met mijn mede-bestuursleden en natuurlijk met al onze 30.000 leden. Jullie kunnen op mij rekenen en ik zie ernaar uit jullie zo snel mogelijk te ontmoeten.”

Sigrid Kaag:

“Ik feliciteer Victor van harte en verwelkom hem als nieuwe voorzitter van onze mooie partij. Ik heb Victor leren kennen als een verenigingsmens in hart en nieren. Ik zie ernaar uit om – ieder vanuit onze eigen rol – de komende jaren met hem samen te werken. Mijn respect en complimenten gaan ook uit naar Janarthanan. Als zeer betrokken D66’er heeft hij zich in de strijd geworpen en een indrukwekkende campagne gevoerd. Janarthanan laat de kracht van onze partij zien.”

D66-congres afgelast

Het landelijk bestuur van D66 heeft zojuist aan de leden laten weten dat het congres van aanstaande zaterdag is afgelast met het oog op de corona-situatie. Hieronder vind je de toelichting van het bestuur aan de leden:

Zaterdag had de dag moeten zijn waarop we met 3000 D66’ers samen zouden komen in ’s-Hertogenbosch. Voor het eerst in twee jaar zou het weer mogelijk zijn elkaar te ontmoeten, fysiek te stemmen en nieuwe ideeën op te doen tijdens de grootste D66-bijeenkomst ooit.
 
Helaas hebben we vandaag het besluit genomen het congres niet door te laten gaan. Met pijn in het hart. Het kabinet maakt komende vrijdagavondbekend of en zo ja welke nieuwe maatregelen nodig zijn om verspreiding van het coronavirus in te dammen. Wij kunnen daar niet op wachten met het nemen van een besluit over of het grootste congres ooit de volgende ochtend kan beginnen. Daarom nemen we dat besluit nu. 
 
En dat kon voor ons uiteindelijk alleen maar het besluit zijn om het congres af te gelasten. Met het oog op de snel stijgende besmettingen, de situatie in de ziekenhuizen en de aanhoudende onzekerheid over eventueel striktere coronamaatregelen is dat voor ons de meest verantwoorde keuze.  Zodat jij weet waar je aan toe bent. Zodat wij kunnen werken aan alternatieven.
 
Wij willen alle leden bedanken voor het indienen van voorstellen en het organiseren van subsessies. En voor het enthousiasme dat vele leden de afgelopen weken met ons deelden om naar ’s-Hertogenbosch te komen. Natuurlijk willen we ook de medewerkers bedanken die al weken heel hard werken om van deze dag een succes te maken.

Alternatief programma

De partij werkt nu aan een alternatief programma. Donderdag en vrijdag zal de online ALV plaatsvinden. Zaterdag is er een korte online ledenbijeenkomst met onder andere Sigrid Kaag, Rob Jetten, Jan Terlouw en de nieuw gekozen partijvoorzitter.

Vrijheid behouden door corona-toegangsbewijs uit te breiden

Terwijl de ziekenhuizen steeds voller liggen met coronapatiënten neemt het kabinet maatregelen. D66 vindt deze maatregelen terecht, maar vraagt het kabinet: “Wat gaan we doen als de ziekenhuizen verder volstromen?” D66-Kamerlid Jan Paternotte wil lockdownacties niet terug en kiest liever voor toegang voor degene die beschermd zijn tegen corona.

Daarover ging het coronadebat in de Tweede Kamer. Hieronder lees je de inbreng van Jan Paternotte.

Vollere ziekenhuizen, dus maatregelen zijn nodig

Van de week stuurde mijn broer mij een foto van een stapel plastic zakken. Mijn broer werkt in een ziekenhuis in Utrecht. Hij brengt maaltijden, afval, was van A naar B. Op de foto een paar grote karren vol met hermetisch afgesloten plastic zakken. Het is het afval en de was van de coronapatiënten.  

Een maandje terug was er bijna niets meer. Inmiddels wordt de stapel elke dag hoger. Net als zijn collega’s is hij helemaal klaar met corona. En ik denk ook aan al die mensen die er nu liggen in de ziekenhuizen, inmiddels ruim 1300.  

Uitstel hartoperaties en kankerbehandelingen

Want krijg je corona , dan loop je de kans om maar liefst 14 dagen op de IC te liggen met een infuus in je arm, katheter in je blaas en een buis in je luchtpijp. Die kans kan je tot 97% terugschroeven met een simpele vaccinatie, die zo gezet is. Het kan leed besparen. Ook voor de volksgezondheid.

Want omdat 14 dagen op een IC een lange tijd is, worden nu hartoperaties en kankerbehandelingen uitgesteld. De vraag is vaak: tot wanneer? Ik ontvang talloze berichten van mensen die zich zorgen maken. Of er voor hen nog plek is in het ziekenhuis. Zo las ik in de Volkskrant een ingrijpende column over een 55-jarige hartpatiënt.

Zijn kritieke operatie moest vanwege plaatsgebrek worden uitgesteld. Dus ja, maatregelen zijn hard nodig. Veel partijen zeggen: onzin!  Weg met deze maatregelen. Van hen hoor ik heel graag vandaag: wat dan wel? Wat zou uw partij doen?

Slinger de vaccinatiecampagne weer aan

Dát we nu opnieuw maatregelen moeten nemen is een enorme stap terug. Een hard gelag voor alle ondernemers die anders hadden gehoopt. Voor zorgverleners die weer een loodzware winter voor zich zien. Voor alle gevaccineerden die vrijheid was beloofd. 

We weten waarom het is zoals het is. De vaccinatiegraad is. Gewoon. Nog. Te laag. Terwijl de bereidheid er wel is bij veel meer mensen. Dus vraag ik de minister: slinger de motor van de vaccinatiecampagne weer aan!

Zonder taboes

De huisartsen zijn hier de helden. Voor de gezondheid van hun patiënten zien we ze prikken op de markt in Rotterdam. Bij mensen thuis in Staphorst of op Urk. Dus laten we die huisartsen gaan helpen, met alle taboes aan de kant. Zeker waar de vaccinatiegraad laag is.

Kunnen we de wet aanpassen, waardoor de GGD de huisartsen kan vertellen welke patiënten gevaccineerd zijn? Zodat ze de 50-plussers in hun praktijk die de prik nog niet hebben kunnen bellen? Kunnen we huisartsenposten openstellen om dáár te prikken? Of zoals in Friesland bij de apotheek vaccineren op afroep?

Bedreiging van huisartsen

En aan de minister van J&V: sommige huisartsen bekopen hun goede werk met bedreigingen. In Leiden: een kogel door de ruit. Wat is uw boodschap voor de veiligheid van zorgverleners? 

Alles op alles om alles open te houden: handhaven

Voorlopig geen freedom day. Toch ben ik blij dat het kabinet kiest voor maatregelen waardoor wel álles open blijft. Dat je met test, vaccinatie of bewijs van immuniteit gewoon overal naartoe kan.

Maar! Willen we dit behouden, dan moet de vrijblijvendheid er wel echt vanaf. Dat zegt ook het OMT: het werkt alleen als er gehandhaafd wordt. Nogal logisch! Dus kijk ik naar deze minister.

Toen het toegangsbewijs werd ingevoerd was er meteen het beeld van: waarom zou ik het doen als er toch niet op gehandhaafd wordt?  Eén derde van de horecaondernemers controleert niet. Sommige burgemeesters treden stevig op, maar in meerdere grote gemeenten zijn nauwelijks boetes uitgedeeld of plekken gesloten.

Hoe gaat de minister dit een topprioriteit maken? Hoe helpt hij de burgemeesters? Wordt er wederom extra geld vrijgemaakt voor handhaving? En wat is met het eerste bedrag gebeurd? Is het al op? Heeft het geholpen? Zijn er extra mystery guests ingezet?  Hebben we horeca voldoende ondersteund met een extra iemand bij de ingang? Veel vragen dus.

En die zijn er ook bij de buitensport bij amateur verenigingen. Burgermeesters geven aan dat dit lastig uitvoerbaar is. Ik hoor graag hoe het kabinet er tegen aankijkt.

Geen lockdownacties terug; liever toegang voor wie beschermd is

Die maatregelen. Is het genoeg? Het OMT waarschuwt ons: als de trend niet keert, adviseren ze zwaardere maatregelen”

Ik vraag nu precies hetzelfde als bij het vorige debat: Wat gaan we doen als de ziekenhuizen verder volstromen? Wat gaan we dan doen? Wat is dan nog rechtvaardig richting iedereen die wel beschermd is tegen corona? 

In het OMT-advies lees ik ideeën als: gedeeltelijke of volledige sluiting van sectoren, maximum groepsgroottes, en verplicht anderhalve meter. Je moet er niet aan denken. Wij willen dit soort lockdownacties niet terug. 

Dan liever: alleen toegang voor degene die beschermd zijn tegen corona: genezen of gevaccineerd. 

Boosterprik, zo snel mogelijk

De boosterprik voor 60-plus en kwetsbaren die ook de griepprik krijgen. Hoe snel kunnen ze deze krijgen? Eerder gaf de minister al aan dat de GGD paraat stond, dus ik ga ervan uit dat dit heel snel kan. Want alle beetjes helpen.

En hoe minder persconferenties we deze winter hebben, hoe beter.
Dank u wel!

Nieuwe Democraat: “Geachte Voorzitter,..”  – Vera Bergkamp.

Hoe stuur je samen met de Griffie van de Tweede Kamer een organisatie aan van zeshonderd mensen? Vera Bergkamp maakt vlieguren als nieuwe Tweede Kamervoorzitter en vertelt openhartig over haar eervolle en passende rol. Deze nieuwe editie van het ledenmagazine van D66 ligt begin november op de deurmat.

Vera Bergkamp - Foto: Martijn Beekman – D66 - Beeld: Martijn Beekman

Afdelingen in het land maken zich op voor de gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart 2022. Twaalf lijsttrekkers delen de kansen die zij zien in hun gemeente voor een sociaal-liberaal geluid.

Verder spreken we Marcel Beukeboom op klimaatmissie in Rome waar hij vanuit een post binnen de Verenigde Naties zich bezighoudt met voedsel en landbouw. Als permanent vertegenwoordiger van de FAO probeert hij binnen zijn invloedsfeer anderen te stimuleren vooral de vaart erin te houden.

En verder in deze najaarseditie:

  • Fonda Sahla, nieuw tijdelijk Tweede Kamerlid, deelt haar tips in Lezen | kijken | luisteren. 
  • Gesprek met Anneke Goudsmit, Minne Dijkstra en Erwin Nypels die samen met vier anderen als eerste fractie van D66 in 1967 het politieke landschap binnenvielen. 
  • Herindelingsverkiezingen in Purmerend en Beemster. Campagneleider Astrud Wildschut en Mark Intres van D66 Purmerend vertellen waar de toon wordt gezet.
  • Drie cultuurprofessionals delen hun inzichten voor het herstel en de herwaardering van de kunst- en cultuur sector, de aanjager voor individuele en maatschappelijke ontwikkeling. 
  • Interview met Stientje van Veldhoven na elf jaar politiek. Haar vertrek uit de Tweede Kamer betekent niet dat ze stopt met werken aan een betere wereld, het was tijd voor een schaalvergroting. 
  • En meer,..

In Memoriam – Elida Tuinstra

(26 oktober 1931 – 28 oktober 2021)

“Een mens is niet alleen op de wereld. Zij leeft in een samenleving met anderen, in een sociale context, met haar normen en waarden”
– Elida Tuinstra

Elida Tuinstra, Jan Terlouw, Laurens Jan Brinkhorst en Joop den Uyl - V.l.n.r Elida Tuinstra, Jan Terlouw en Laurens Jan Brinkhorst en Joop den Uyl - Beeld: Nationaal Archief Fotocollectie Anefo Tweede Kamer 25 juni 1980

Initiatiefwetsvoorstel om euthanasie wettelijk te regelen

Ons bereikte het droevige bericht dat Elida Tuinstra op de leeftijd van 90 jaar is overleden. Zij was een markant politica en een van onze trouwste leden, en tot het laatste zeer betrokken bij de partij. Elida was lid van D66 vanaf 1967 en werd in 1970 lijsttrekker voor de Provincie Zuid- Holland bij de Provinciale Staten Verkiezingen. In de Tweede Kamer, waar ze vanaf 1977 tot 1986 als Kamerlid namens D66 was verkozen, had ze onder meer een belangrijke rol bij debatten over de legalisering van abortus en euthanasie.

Al in 1984 diende ze als Tweede Kamerlid namens D66 een initiatiefwetsvoorstel in om euthanasie wettelijk te regelen. Haar werk voor het zelfbeschikkingsrecht – het recht van de mens op erkenning en eerbiediging van eigen lichamelijke en geestelijke integriteit – zette destijds de bakens uit voor latere wetgeving om euthanasie te legaliseren. Nederland was in 2002 het eerste land ter wereld waar euthanasie bij wet geregeld is; een mijlpaal in de strijd voor meer zelfbeschikking.

Laurens-Jan Brinkhorst sprak tijdens de uitvaart

Laurens-Jan Brinkhorst zat samen met Tuinstra in de Tweede Kamer. Hij sprak tijdens de uitvaart op dinsdag 2 november namens D66.

“Ik heb Elida leren kennen toen wij in 1977 beiden lid werden van de nieuwe D66-fractie, die onder de bezielende leiding van Jan Terlouw een eigen onafhankelijke, maar duidelijk progressieve koers inzette tegenover het Kabinet van Agt-Wiegel. Elida is bijna 18 jaar een actief Kamerlid geweest, eerst in de Tweede Kamer tot 1986 en daarna in de Eerste Kamer van 1991 tot 1999.

Voordien was zij ook nog een aantal jaren D66-fractievoorzitter in de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Zij heeft zelfs twee D66-afdelingen opgericht: in Voorburg en Oegstgeest.

Elida had een strijdbaar karakter. Zij behoorde tot de eerste generatie vrouwen die geëmancipeerd waren door professionele activiteiten fulltime uit te oefenen. Mede daardoor is zij voor D66 van grote betekenis geweest. Zij werd na een kortstondig lidmaatschap van de PvdA in 1967 lid van D66. Haar toenmalige man, Hans Wessel, was zelfs één van de 37 oprichters van D66. Zij had thuis een ingelijst exemplaar van de oudste editie van het Appèl. Velen zullen zich haar blijven herinneren als één van de trouwste leden van de partij. 

Elida heeft in de jaren zeventig grote bekendheid verworven door haar strijd voor de liberalisering van de abortus- en euthanasiewetgeving. Over beide onderwerpen diende zij initiatiefvoorstellen in, die later de basis zijn geweest van het parlementaire werk van Jacob Kohnstamm en Roger van Boxtel. Uiteindelijk is dat uitgemond in de euthanasiewetgeving van Els Borst als minister van Volksgezondheid. Nederland werd daarmee het eerste land ter wereld waar euthanasie wettelijke geregeld is. Vrijzinnig en eigenzinnig: een D66-mijlpaal in de strijd om meer zelfbeschikking voor man en vrouw. 

Maar Elida heeft ook in bredere zin profiel gegeven aan D66 als progressieve sociaal-liberale partij. Twintig jaar voordat D66 op een partijcongres die titel als richtsnoer aanvaardde, schreef zij in een baanbrekend artikel dat dit de koers van de partij moest worden. Zij heeft dat pad nooit verlaten. Haar politieke erfenis mag daarom terecht gezien worden als richtinggevend voor dat ideaal. 

Tot slot haar levensmotto. zoals verwoord in een bijdrage van de Canon van het Sociaal-liberalisme: “Een mens is niet alleen op de wereld. Hij leeft in een samenleving met anderen, in een sociale context, met zijn normen en waarden.” Dat is Elida ten voeten uit!”

Jan Glastra van Loon-penning

Van 1977 tot 1986 was Tuinstra Tweede Kamerlid voor D66. Van 1991 tot 1999 was ze namens D66 lid van de Eerste Kamer. Op 16 oktober 2016 ontving Elida Tuinstra de Jan Glastra van Loon-penning uit handen van toenmalig partijvoorzitter Letty Demmers en partijleider Alexander Pechtold.

D66 als moderne liberale partij

Elida Tuinstra schreef onder meer een richtinggevend artikel over D66 als moderne liberale partij in 1980. Het is hier te downloaden.

Elida Tuinstra, Letty Demmers en Alexander Pechtold - Tijdens Congres 103, waar Elida Tuinstra de Glastra van Loon-penning kreeg uitgereikt door Letty Demmers en Alexander Pechtold. - Beeld: Jeroen Mooijman

Bij hoge gasprijzen mensen helpen die anders in de kou komen

De stijging van de energierekening raakt iedereen. Maar de armste Nederlanders worden extra hard geraakt. Zij dreigen te moeten kiezen tussen een verwarmd huis en brood op de plank. Dat mag niet gebeuren.

Niemand laten vallen

Het kabinet heeft eerder al een voorstel gedaan om de hoge energierekening voor iedereen deels te compenseren. Dat is een belangrijke stap, want dat verlicht de problemen voor veel mensen.

Toch dreigen nog steeds mensen in de knel te komen. Mensen met een inkomen tot iets meer dan het minimumloon zouden nog steeds een forse stijging van de energiekosten krijgen. Als we niks doen, zouden deze mensen komende winter moeten kiezen tussen een verwarmd huis of brood op de plank.

Dat kan niet. Daarom willen wij dat er ook gerichte compensatie komt. Zodat we Nederlanders op en rond de armoedegrens, de mensen die de compensatie het hardst nodig hebben, extra helpen. Zij krijgen ongeveer 250 euro extra.

Op verzoek van ons Kamerlid Alexander Hammelburg gaat Staatssecretaris Vijlbrief (financiën, D66) daarmee aan de slag.

Huizen isoleren blijft belangrijk

Vaak zijn (sociale) huurwoningen niet goed geïsoleerd. Daardoor is meer energie nodig om het huis te verwarmen. Dat is slecht voor de portemonnee, maar ook voor de gezondheid van mensen. Het is daarom zaak dat deze huizen zo snel mogelijk beter geïsoleerd worden. Daarmee gaat de energierekening omlaag, en wordt het huis comfortabeler.

Boris Dittrich spreekt Dales Lezing uit

D66-senator Boris Dittrich sprak de Dales Lezing 2021 uit. Deze jaarlijkse lezing staat stil bij Artikel 1 van de Grondwet. Politici als Alexander Pechtold, Femke Halsema, Jan Pronk, Kajsa Ollongren en Gerdi Verbeet gingen Dittrich voor. Hij stond stil bij de opdracht van de politiek en de samenleving als geheel om tegenstellingen te overbruggen: “Want dat kleurt artikel 1 van de Grondwet in”.

08.10.2021

Lees de hele tekst die Boris Dittrich uitsprak op 8 oktober

Het is een grote eer om deze lezing te mogen houden. Ien Dales is ‘larger than life’.  Ze staat voor vastberadenheid, no-nonsense, integriteit, opkomen voor de zwakkeren in de samenleving, gelijkberechtiging en zo kan ik nog wel even doorgaan. 
Terecht dat er jaarlijks een lezing in haar naam wordt gehouden, toegespitst op het belang van artikel 1 van de Grondwet. 

Eigen beeld - Beeld: Boris Dittrich

Artikel 1 van de Grondwet

Ondanks de versoepelingen leven we ook dit jaar onder het juk van het Corona-virus en de bestrijding ervan. 
De Grondwet kwam onverwacht en misschien ook wel ongewenst de afgelopen tijd enorm in de belangstelling te staan, zelfs in demonstraties op straat.

En dat roept meteen de vraag op hoeveel de mooie woorden uit de Grondwet waard zijn in tijden van een pandemie.
Artikel 1 van de Grondwet regelt de gelijke behandeling en de non-discriminatie: 

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’ 

Maar hoe pakt dat uit in een tijd van pandemie? 
Vaak wordt aan artikel 1 gerefereerd als aan het gelijkheidsbeginsel. Laat ik vooropstellen dat ik met die term niet zo veel op heb. 
Mensen zijn heel verschillend van elkaar. Ieder vult in de loop van zijn leven zijn eigen rugzak. Het enige wat we gemeenschappelijk hebben is dat we allemaal doodgaan. En zelfs dat staat deze eeuw ter discussie nu mensenlevens steeds meer verlengd kunnen worden. Zo zijn de Google oprichters met hun bedrijf Calico aan het onderzoeken hoe de dood voor altijd vooruit te schuiven. 

Maar goed, we zijn dus allemaal verschillend van elkaar. De meeste mensen die gelijkheid willen, willen gelijk zijn aan diegenen die beter af zijn dan zijzelf. Logisch, want als zij dat niet zouden willen, dan zou het gelijkheidsideaal de mensheid naar beneden trekken. 

Ik spreek dan ook liever over artikel 1 als het artikel van gelijke rechten, gelijke behandeling en gelijkwaardigheid. Die definitie biedt ruimte om verschillend te zijn en die verschillen ook te vieren, tenzij ze natuurlijk uitmonden in onterechte discriminatie. Ik kom daar later nog op terug.

Pandemie en Grondwet

Maar goed, eerst de pandemie en de Grondwet. 
Artikel 22 geeft de overheid een opdracht:
De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid. 

Helaas zagen we tijdens de Covid-19-pandemie dat de reguliere gezondheidszorg in ziekenhuizen werd verdrongen. Operaties en behandelingen van reguliere patiënten werden uitgesteld omdat het alle hens aan dek was op de Intensive-Care afdelingen, waar de Corona-patiënten met honderden tegelijk werden opgenomen. Per dag lagen er op het hoogtepunt, of beter gezegd het dieptepunt, eind December 2020 600 Corona-patiënten op de IC’s. Gemiddeld sterven er 100 Corona-patiënten per dag. 

Het is moeilijk vol te houden dat er sprake was van bevordering van de volksgezondheid voor niet-Corona-patiënten tijdens de pandemie. 

In woonzorgcentra zagen we dat het bewoners werd verboden om naar buiten te gaan of bezoek te ontvangen. We kennen allemaal de dramatische verhalen van ouderen die alleen stierven, zonder hun naasten om hen heen, en dat allemaal om verdere besmettingen tegen te gaan. 

De maatregelen die de overheid trof schuurden langs de randen van artikel 22 dat de overheid opdraagt maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid te treffen. Want het recht op gezinsleven, persoonlijke levenssfeer, vrijheid van beweging en andere grondrechten werd ingeperkt. 

De keuze werd gemaakt om voorrang te geven aan de gezondheid van Corona-patiënten. Het is een politieke en maatschappelijke keuze geweest. Het is begrijpelijk, maar tevens is het een dilemma. In tijden van schaarste moet je keuzes maken. Wat je tijdens een pandemie ook kiest, er vallen doden. 

Indirecte gevolgen van de corona-pandemie

De Corona-pandemie waar we ons in 2020 en 2021 in bevinden, heeft ook indirect gevolgen voor de volksgezondheid. We weten uit onderzoek dat de basisregels van thuis blijven werken, thuis blijven als je verkoudheidsklachten hebt, het sluiten van de schooldeuren om besmettingen tegen te gaan ervoor hebben gezorgd dat sommige mensen gevaar lopen. 

Want thuis is niet altijd een veilige plek.

Vooral vrouwen en kinderen zijn het slachtoffer geworden van huiselijk geweld. Uit cijfers van de EU blijkt dat het aantal meldingen in sommige landen schrikbarend is gestegen, in Belgie bijvoorbeeld met 70 %. Het is dan weer een plicht van de overheid om ervoor te zorgen dat er voldoende opvangmogelijkheden zijn om dit soort huiselijke crises te bestrijden, naast de mogelijkheden die het strafrecht biedt om geweldenaren aan te pakken. 

Thuis is ook een plek waar je met al die overheidsrestricties om Corona-besmettingen te voorkomen, enorm eenzaam kon zijn. Het aantal verwarde mensen was toegenomen. Ook dat is een gevolg van de keuzes die gemaakt zijn om in quarantaine te gaan, bezoek te beperken, groepsgrootte in te dammen, reizen alleen toe te staan als ze dringend noodzakelijk zijn.

Artikel 1 van de Grondwet geldt ook voor de overheid

Het belang van de Grondwet kwam in 2020 en in 2021 niet alleen tot uitdrukking door de Cornona-pandemie. Ook de Nederlandse rechtsstaat schudde op haar grondvesten. 

In December 2020 publiceerde de Tweede Kamer-onderzoekscommissie van Dam het rapport ‘Ongekend Onrecht’ over de Kinderopvangtoeslagenaffaire bij de Belastingdienst. Het oordeel van commissie was snoeihard. 

Bewindslieden, Tweede Kamerleden, rechters, ambtenaren, allemaal negeerden ze de noodkreten van ouders die om hulp vroegen toen ze gedwongen werden kinderopvangtoeslagen terug te betalen. Ouders werden willens en wetens als fraudeurs aangemerkt en door de overheid in de ellende ondergedompeld. 

Ouders werden geselecteerd op grond van hun buitenlandse achternaam, op grond van dubbele nationaliteit, of omdat ze hoorden bij een kinderopvangbedrijf van iemand met een biculturele achtergrond.

Allemaal redenen die indruisen tegen artikel 1 van de Grondwet.
De Grondwet, artikel 1 voorop, geldt ook voor de overheid. De overheid moet het goede voorbeeld geven. Maar jaren achtereen heeft zij dat niet gedaan. De regels van de rechtsstaat werden met voeten getreden. Ouders verloren hun vertrouwen in de eerlijkheid en redelijkheid van de overheid. Na publicatie van het rapport heeft de regering financiele compensatie in het vooruitzicht gesteld om ouders die slachtoffer van de overheid zijn geworden, uit de brand te helpen. Dat is een stap in de goede richting. Het hele kabinet is afgetreden. Maar het vertrouwen in de rechtsstaat is daarmee nog niet hersteld. Daar is meer voor nodig, onder andere het geloof dat de politici, rechters en ambtenaren leren van de gemaakte fouten. Dat zij lessen trekken voor de toekomst en dat zo’n grove schending van burgerrechten niet nog eens zal voorkomen. Dat geloof wordt op de proef gesteld, nu de compensatie van de slachtoffers pijnlijk traag verloopt.

Toen ik het rapport ‘Ongekend Onrecht’ las, moest ik aan Ien Dales en haar handtas denken. Ze gebruikte die om journalisten van zich af te meppen en riep: ‘Laat mij er eens door, verdikkeme!’ Ik weet zeker dat als Ien Dales minister was geweest ten tijde van de Toeslagenaffaire, zij niet had weggekeken en niet haar handen had opgeheven en geroepen: ‘Sorry, ik heb het niet gezien, ik wist het niet.’

Ze had vast haar handtas gebruikt om het onrecht dat ouders door de overheid werd aangedaan, van zich af te meppen. Ongetwijfeld had zij politieke verantwoordelijkheid genomen en was ze afgetreden om aan de samenleving te laten zien dat een zo groot onrecht, door de overheid moedwillig aan burgers berokkend, niet zonder politieke gevolgen kon blijven. 

Maar Ien Dales stond natuurlijk om veel meer bekend. 

Homoseksualiteit in de Grondwet

Gloedvol verdedigde ze in de Tweede en de Eerste Kamer de Wet op de Gelijke Behandeling. Daarin nam zij ferm het standpunt in dat scholen niet aan leraren zouden mogen vragen naar hun seksuele gerichtheid. Homoseksualiteit mocht geen reden tot uitsluiting zijn. 
Hoe aktueel is dat onderwerp gebleken. 

In 2020 moest minister Slob bakzeil halen. Eerst had hij in de Tweede Kamer beweerd dat de vrijheid van godsdienst het mogelijk maakte dat reformatorische scholen aan ouders van leerlingen mogen vragen om een verklaring te ondertekenen dat zij de homoseksuele leefwijze afwijzen. Zowel Tweede Kamer-leden als ministers in de ministerraad protesteerden hevig. Minister Slob ging om en stelde vervolgens dat het ouders vragen zo’n verklaring te ondertekenen, ‘natuurlijk een brug te ver’ was. Artikel 23, de vrijheid van godsdienst, staat hen dat niet toe.

Terecht. Het belang van artikel 1 van de Grondwet is dat iedereen zich zelf moet kunnen zijn en niet gedwongen kan worden zichzelf te veranderen omdat een schoolbestuur dat wil.

Overigens bevreemdde het mij dat het Openbaar Ministerie heeft aangekondigd de uitlatingen van minister Slob te onderzoeken op strafwaardigheid. De minister heeft zijn uitspraken gedaan in het politieke debat. Daar moet je een grote vrijheid hebben om denkbeelden naar voren te brengen. Of je het nu met die denkbeelden eens bent of niet. De dreiging van een strafzaak belemmert die vrijheid en het debat.

In een vorige Ien Dales-lezing werd gesteld dat Ien Dales lesbisch was. Ook in veel nieuwsberichten komt haar beweerdelijke seksuele orientatie terug. Zelf heeft zij er, voorzover ik heb kunnen nagaan, in het openbaar niets over gezegd. Zij vond dat ze recht had op haar prive-leven. 

Dat wil ik graag respecteren. 

Ook na de dood hebben mensen er recht op die persoonlijke vrijheid af te bakenen van het publieke domein. Ik vind het ook niet relevant of Ien Dales lesbisch was of niet. Waar het om gaat is dat zij aan de goede kant stond waar het ging om de gelijkberechtiging, de gelijke behandeling en de gelijkwaardigheid van homo’s en lesbiennes, of breder genomen de LHBTI-ers. 

Om met de filosofe Hanna Arendt te spreken: ‘Gelijke behandeling is het resultaat van menselijke organisatie, we worden niet als gelijken geboren.’ Ien Dales begreep dat en zette zich met de Wet op de Gelijke Behandeling in om de waarden uit artikel 1 van de Grondwet te organiseren en handen en voeten te geven.

Kracht van persoonlijke verhalen

Daarbij is artikel 1 van de Grondwet geen abstractie, maar de emotionele binding ermee komt pas goed tot leven wanneer we kennis nemen van persoonlijke verhalen van mensen die juist
geen gelijke behandeling ondergaan, geen gelijke rechten hebben en niet als gelijkwaardig worden beschouwd. 

De normstelling van artikel 1 is met bloed, zweet en tranen tot stand gekomen. Minderheidsgroepen hebben hun plek onder de constitutionele zon moeten bevechten.

Zelf heb ik mogen bijdragen aan de uitbouw van artikel 1 van de Grondwet door de beperking van het huwelijksrecht tot alleen paren van verschillend geslacht in de Tweede Kamer ter discussie te stellen. Met andere woorden, ook homo’s en lesbo’s moesten met elkaar kunnen trouwen en dezelfde rechtsgevolgen krijgen.
Het persoonlijk verhaal daarachter: In de jaren ’80 was ik advocaat in Amsterdam. Ik woonde met toen mijn vriend, nu mijn man, samen. In mijn clientenkring had ik nogal wat homo’s. Het werden duistere jaren. Er brak een pandemie uit, AIDS genaamd. Duizenden mensen, veelal jonge homomannen, vielen ten prooi aan deze ziekte. Er was geen medicijn. En Big Pharma liep niet bijzonder hard om er een te ontwikkelen. 

Je zag de slachtoffers vermageren, en een ellendige dood sterven. AIDS maakte, net als Corona nu, geen onderscheid tussen wit en zwart, arm of rijk. In alle lagen van de bevolking gingen mensen dood aan AIDS. Helaas duurde het iets van 12 jaar voordat er een effectieve behandeling met remmers op de markt kwam, waardoor HIV nu een chronische ziekte is geworden zonder verkorting van de levensverwachting. Wat zijn de farmaceutische bedrijven dan snel geweest met het ontwikkelen van een vaccin tegen Covid-19!
Overigens stierven er wereldwijd nog 690.000 mensen aan AIDS in 2019. Tien jaar daarvoor waren het er nog 1,1 miljoen. 

Als advocaat heb ik gezien hoe slecht het in Nederland met relatierechten voor paren van gelijk geslacht gesteld was. Ik had clienten die huilend voor mijn kantoor aan de Prinsengracht op de stoep stonden. Hun partner met wie ze samenwoonden was overleden en de familie van de overledene zette ze pardoes het huis uit. Als je niet samen het huurcontract had ondertekend, had je geen poot om op te staan. En kon je door de verhuurder of de familie op straat gezet worden.

Die onrechtvaardigheid maakte me woedend. En dus stelde ik in 1994 voor, ik was dat jaar voor het eerst in de Tweede Kamer gekozen, om het huwelijk open te stellen voor paren van gelijk geslacht. 
Aanvankelijk bekritiseerde the COC mijn visie dat ook paren van gelijk geslacht het recht zouden moeten krijgen om te trouwen en daarmee in een klap al die wettelijke gevolgen zouden moeten kunnen genieten. 

‘Waar ben je nou mee bezig,’ zei het toenmalige COC-bestuur tegen mij. 

‘Hebben we eindelijk een openlijke homo in de Tweede Kamer die ook homozaken en familierecht in zijn portefeuille heeft en dan gaat ie openstelling van het huwelijk voor homo’s en lesbo’s bepleiten! Het huwelijk is een hetero-normatief instituut dat de leefwijze van homo’s onderdrukt. We moeten juist van het huwelijk af.’ 

Ik werkte nauw samen met collega’s van VVD en PvdA. Het waren de jaren van ‘Paars’ in de politiek. Ons argument daartegen was dat paren van gelijk geslacht eerst dezelfde rechten moesten krijgen. Iedereen kon dan zelf besluiten of hij of zij wilde trouwen of niet. Gelukkig ging het COC een tijd later om en werd in 2001 het burgerlijk huwelijk opengesteld voor paren van gelijk geslacht. We hebben er al met al in de politiek 7 jaar over gedaan om de gelijke behandelingsnorm uit artikel 1 van de Grondwet in het huwelijksrecht tot uitdrukking te laten komen.

Ien Dales en Elizabeth Schmitz

Het is een bijzondere geschiedenis, ook in zekere zin in relatie tot Ien Dales. Haar hartsvriendin Elizabeth Schmitz was namelijk staatssecretaris van Justitie geworden in de periode 1994-1998. In de Tweede Kamer vonden er heftige debatten plaats over relatierechten. Elizabeth Schmitz voerde de wet op het geregistreerd partnerschap in. Maar over openstelling huwelijk was zij niet echt uitgesproken, eerder aarzelend.
 
Ik herinner me nog goed haar woorden: ‘We moeten niet te ver voor de troepen uitlopen.’ In 1998 bij de vorming van het tweede Paarse kabinet werd de openstelling van het huwelijk door PvdA, VVD en D66 tijdens de besprekingen voor een nieuw regeerakkoord op mijn verzoek afgezegend. 

Anno 2021 zijn we nu twintig jaar verder. Ik zou willen zeggen: soms is het goed juist ver voor de troepen uit te lopen als je ergens in gelooft. Als je iets wilt bereiken. Artikel 1 van de Grondwet gaf de voorstanders van het homohuwelijk die kracht, die inspiratie.
Zwitserland werd het dertigste land waar het homohuwelijk werd goedgekeurd, waarbij 64 % van de bevolking de aangenomen wet in een referendum van September 2021 bevestigde. In de parlementaire debatten daar, maar ook in die van landen als Nieuw-Zeeland, Argentinië, Zuid-Afrika, Costa Rica, en in rechterlijke beslissingen in de Verenigde Staten en Colombia, werd de Nederlandse wet als voorbeeld gesteld.

In die 30 landen wonen meer dan 1 miljard mensen. Dus 1 op de 7 mensen op aarde leeft nu in een land waar paren van gelijk geslacht dezelfde huwelijksrechten hebben. 

Toch mooi dat we daar hier in Nederland mee begonnen zijn. En dat de troepen ons hebben gevolgd.

Ontwikkeling internationale rechtsorde in de Grondwet

We hebben ook in onze Grondwet in artikel 90 staan dat we de ontwikkeling van de internationale rechtsorde willen bevorderen. Dat artikel garandeert dat we de blik ook naar buiten gericht moeten hebben. En dat we ook in de rest van de wereld willen bevorderen dat rechtvaardigheid en onafhankelijke rechtspraak leidend zijn. 

Ik ben er dan ook een groot voorstander van dat opeenvolgende Nederlandse regeringen inzetten op een sterke EU en een sterke VN. 

Nederland is ook een van de initiatiefnemende landen van de Equal Rights Coalition. Gelijkgestemde landen (nu 42 zijn er lid van) en maatschappelijke organisaties proberen andere landen te overtuigen dat ze de strafbaarstelling van homoseksueel gedrag moeten schrappen uit hun wetboeken. Van de 193 landen in de wereld die lid zijn van de VN, zijn er maar liefst 72 die die strafbaarstelling nog in hun wetboek hebben staan, waarvan zeker 6 landen de doodstraf op homoseksueel gedrag nog ten uitvoer leggen.

Ook in Nederland nog veel werk aan de winkel

De landen van die Equal Rights Coalition spreken niet alleen andere landen aan, maar ook elkaar op tekortkomingen in eigen land. Want we moeten niet denken dat als je de wetgeving in je eigen land min of meer op orde hebt, er geen discriminatie of ongelijke behandeling plaats vindt.

Ook in Nederland kun je in elkaar worden geslagen als twee mannen of vrouwen hand in hand op straat lopen.

Ook in Nederland kun je je huis uit getreiterd worden door de buren.
Ook in Nederland sturen sommige ouders hun kinderen naar een zogenaamde therapeut om de seksuele identiteit van het kind te veranderen en hetero te maken, de zogenaamde conversietherapie.
Ook in Nederland is het zelfmoordpercentage onder LHBT-jongeren tot wel vijf keer zo hoog als onder andere leeftijdgenoten.

Ook in Nederland is een aanmerkelijk deel van jonge daklozen LHBTI en zijn zij het huis uit gezet door hun ouders of soms de straat op gevlucht om discriminatie te ontlopen.

Ook in Nederland zijn sommige LHBT-senioren weer in de kast gekropen uit angst voor medebewoners of discriminerend verzorgend personeel in hun woon/zorgcentrum.

Kortom, het is een permanent proces om aan de norm van artikel 1 van de Grondwet te voldoen. Het artikel is gekleurd door de vaak pijnlijke ervaringen van minderheidsgroepen.

Beeld: D66

Identiteitspolitiek

Maar laat ik meteen een schaduwzijde van emancipatie van minderheidsgroepen noemen die een goede werking van artikel 1 van de Grondwet in de weg kan staan. En dat is de kwestie van een bepaald soort identiteitspolitiek die de laatste jaren opgeld doet.
Als je kijkt naar de geschiedenis van de emancipatie van groepen die waren achtergesteld in de samenleving dan zie je dat het streven naar gelijkberechtiging begon bij groepsvorming. Gelijkgestemden vonden elkaar, deelden hun verhalen en stimuleerden elkaar om hun gemeenschappelijk doel te bereiken. Vaak hadden ze een inspirerende leider nodig om hen voor te gaan.

Denk aan Aletta Jacobs en de vrouwen die ruim honderd jaar geleden kiesrecht wilden.

Of aan zwarten die door Martin Luther King in de VS geinspireerd raakten gelijke burgerrechten te eisen.

Of aan Harvey Milk die homo’s en lesbo’s in de jaren zeventig in San Francisco op de been wist te brengen om te laten zien dat discriminatie op grond van homoseksualiteit aan de orde van de dag was.

Laten we naar de huidige tijd overspringen.

Black Lives Matter stelt etnisch profileren en discriminatie in de samenleving aan de kaak. Bijvoorbeeld door de politie op straat en de marechaussee bij grenscontroles. Of op de arbeidsmarkt.

Of kijk naar de transgender-beweging die verlangt dat de laatste resten van discriminerende wetten in Nederland worden aangepast, zodat ze op basis van hun eigen verklaring en niet meer op grond van die van een erkende psychiater hun geslacht in hun officiele documenten kunnen laten veranderen.

Elke groep die gelijke rechten, gelijke behandeling en gelijkwaardigheid uit artikel 1 van de Grondwet nastreeft, doet dat vanuit eigen kracht.

Door verhalen met elkaar te delen over achterstelling en discriminatie scherpt men de eigen identiteit aan. Dat is een fase in de emancipatie van de groep.

In tijden als de onze waarin social media dominant zijn en de koker vormen waardoor veel mensen naar de buitenwereld kijken, kan die groepsvorming ook vernauwend werken. In Whatsapp-groepen delen gelijkgestemden informatie met elkaar, Facebook-groepen en Instagram selecteren alleen die berichten die bij je passen, geholpen door Artificial Intelligence, Kunstmatige Intelligentie, aangedreven door een pervers verdienmodel. Hoe meer reuring, hoe meer mensen reclameboodschappen aanklikken, hoe meer Google of Facebook verdienen.

Het gevaar ontstaat dat je denkt dat de wereld nogal simpel in elkaar zit, precies zoals jij en je mede-gebruikers denken en voorgeschoteld krijgen. En dat kan leiden tot uitsluiting in plaats van inclusie. Andersdenkenden worden de vijand die bestreden moet worden. Complottheorieen worden als waarheden gezien.

Laat me een voorbeeld geven van onbesuisde identiteitspolitiek uit mijn eigen wereld, die van schrijver van romans en thrillers.
Heinrich Heine zei al: ‘Waar ze boeken verbranden, gaan ze later mensen verbranden.’

In Amerika wordt een cultuurdebat gevoerd waarbij minderheidsgroepen elkaar bevechten in plaats van het grotere doel- gelijke rechten, gelijke behandeling, gelijkwaardigheid- in het vizier te houden.

Zo had een witte schrijver een hoofdpersoon in zijn roman genomen die zwart was. Een zwarte schrijver, Kosoko Jackson, begon daar een actie tegen. Hij verweet de witte schrijver aan ‘culturele appropriation’ te doen, culturele toe-eigening. Een witte schrijver zou de pijn van discriminatie die zwarten moeten ondergaan, niet goed kunnen aanvoelen. Het is aan zwarte schrijvers om over zwart leed te schrijven. Hij vroeg de uitgever het boek van zijn witte collega niet uit te geven. De uitgever, bang voor boycotacties, besloot het boek inderdaad niet uit te brengen.

Nu kreeg deze situatie nog een bizar staartje. Kosoko Jackson, de zwarte schrijver, wilde een boek publiceren over de oorlog in Kosovo, A place for Wolves geheten. Maar toen kreeg hij het deksel op zijn neus. Een groep moslims in Amerika maakte bezwaar. Zij zeiden: de zwarte schrijver heeft een moslim als hoofdpersoon in zijn boek genomen. Wij als moslims kunnen het beste over discriminatie op basis van ons geloof praten en de oorlog in voormalig Joegoslavie beschrijven. Die pijnlijke positie kan een zwarte Amerikaanse schrijver zich niet toeeigenen. Jacksons uitgever schrok van deze moslim-actie en besloot ‘A Place for Wolves’ niet uit te geven.

In de literaire wereld heeft deze ontwikkeling van identiteitspolitiek voor onrust gezorgd. Sommige schrijvers voelen zich niet vrij meer om in de huid van een ander te kruipen buiten hun comfortzone, uit angst op iemands tenen te trappen. Zelfcensuur ligt op de loer en dat is dood in de pot voor literatuur.

Ik vind dit een pijnlijk voorbeeld. Weliswaar kunnen de groepen die deze acties voeren, hun eigen identiteit helder afbakenen en hun eigen identiteit extra benadrukken, maar het einddoel namelijk gelijkwaardig en gelijk behandeld te worden komt niet echt dichterbij. Het lijkt eerder op een krabbenmand.

Onbezonnen identiteitspolitiek leidt tot de cancel-cultuur van andere groepen. Je ziet het op social media. Daar is het makkelijk. Ben je het niet met iemand eens, dan negeer je die persoon, je blokkeert hem of je roept op tot actie die persoon te boycotten. Je kunt gecancelled worden en zie dan nog maar eens op een ongeschonden manier deel uit te blijven maken van diezelfde social media.

Maar in de fysieke wereld gebeurt hetzelfde. Een cis-gender actrice (Scarlett Johansson) wordt bestookt omdat ze het gewaagd heeft de filmrol van een transgender personage te accepteren. Transgender groepen stelden zich tegen haar te weer. Ze gaf haar rol terug en verexcuseerde zich in het openbaar voor haar ‘ongevoeligheid’. Een transgender acteur moest de rol maar vervullen, ze wilde die plek niet innemen.

Mag Gal Gadot een Israelische actrice die Wonder Woman speelde in Hollywood-films, de rol van Cleopatra aannemen of zou alleen een Arabische actrice dat mogen?

Onderlinge solidariteit om gemeenschappelijk een hoger doel te bereiken: alle minderheidsgroepen moeten een vuist maken tegen de onderdrukkende meerderheid verdwijnt achter de horizon.
Ik keer me dan ook tegen onbesuisde identiteitspolitiek, tegen de cancel-cultuur, waarbij anderen worden genegeerd of geboycot, en pleit voor onderlinge solidariteit en verdraagzaamheid.

Ik vind dan ook dat in het literatuur-identiteitsdebat een zwarte schrijver over een witte hoofdpersoon mag schrijven of andersom, een man over een vrouw en vice versa, een hetero mag een homo portreteren en andersom. Het verrijkt de literatuur en het gesprek erover, het vergroot de identificatiemogelijkheden met andere minderheidsgroepen. Als we allemaal in onze eigen bubbel blijven zitten, kunnen we geen vuist maken tegen onrecht dat meerdere minderheidsgroepen treft.

Buiten de literatuur zien we identiteitspolitiek en de cancel-cultuur oprukken bij bijvoorbeeld de nieuwe beeldenstorm. In het buitenland, waar beelden van hun sokkel worden getrokken. Maar ook in Nederland is er die discussie. Beelden van Piet Hein, Jan Pieterszoon Coen, Peter Stuyvesant en Jo van Heutsz etc. moeten het ontgelden. Het Witte de With-museum krijgt een nieuwe naam. Associaties met het slavernijverleden worden doorgeknipt. Begrijp me niet verkeerd: ik vind het belangrijk dat Nederland zich bewust wordt van de kwalijke kanten van ons slavernijverleden. Er moet meer aandacht voor komen, bijvoorbeeld in het onderwijs. Maar om beelden uit het straatbeeld te verwijderen, gaat me te ver. Geef ze een bepaalde context, plaats er uitleg bij met historische feiten.

Wat ik met deze voorbeelden aan wil geven is dat identiteitspolitiek te ver doorgevoerd kan worden. Het wordt dan het verdedigen van de eigen groep en gaat ten koste van solidariteit met andere groepen en brengt de boodschap uit artikel 1 van de Grondwet niet dichterbij.

De zogenaamde intersectionele solidariteit

LHBTI’ers zouden solidariteit moeten kunnen betonen met joden die te lijden hebben onder anti-semitisme. Joden zouden solidariteit moeten kunnen tonen met zwarten die het slachtoffer zijn geworden van racisme. Zwarten zouden solidariteit moeten kunnen laten zien met gediscrimineerde moslims. En ga zo maar door. Het tonen van solidariteit geldt uiteraard ook in Nederland voor de witte meerderheid.

Wat van belang is is dat men zich in de ander weet te verplaatsen. De ander dat ben jij. Dat ben ik.

En het onrecht dat die ander wordt aangedaan, doorvoelt en mee gaat bestrijden.

Dus over de muren van de eigen groep heen kijken.

Helaas werken de Big Tech bedrijven met een ander verdienmodel. Zij duwen degenen die veel op social media zitten, terug in hun eigen bubbel, waardoor de onderlinge solidariteit bemoeilijkt wordt. Het versterkt fragmentatie en het niet met elkaar kunnen samenwerken.
Ik zie het als een opdracht voor de politiek om de tegenstellingen in de samenleving te overbruggen en te zoeken naar wat wij mensen als gemeenschappelijke deler hebben en dat te versterken.
Want dat kleurt artikel 1 van de Grondwet in. Dat helpt de samenleving vooruit. Dat is ook het belang dat Ien Dales in artikel 1 van de Grondwet zag.

Maar het is niet alleen een opdracht voor de politiek. Dat is te makkelijk. Het is een opdracht voor ons allemaal. Want de samenleving dat zijn wij. We kunnen dus allemaal bijdragen aan een betere samenleving.

De toekomst ligt niet voor ons, maar in onszelf.