Blijf op de hoogte!

Door uw mailadres in te vullen en op "verstuur" te klikken geeft u ons toestemming om uw mailadres op te slaan. Dit gebruiken wij om u regelmatig updates te sturen. Hier kunt u meer vinden over hoe wij omgaan met uw persoonsgegevens.

Steun ons en help Nederland vooruit

zaterdag 3 maart 2018

Toespraak Alexander Pechtold op Congres 107

Toespraak Alexander Pechtold op Congres 107

Vandaag is het 107de D66 Congres in De Doelen in Rotterdam. Lees hier de toespraak van fractievoorzitter Alexander Pechtold terug.

Democraten,
1994. Dat was het jaar waarin mijn politieke loopbaan begon, en die van Ruud Lubbers eindigde. De politicus Lubbers handelde vanuit het besef dat je vanuit het midden de beste resultaten boekt. Hij schaamde zich niet voor het compromis. Hij durfde ‘ja’ te zeggen tegen politieke tegenstanders. En schrok niet terug voor impopulaire maatregelen. Lubbers was geen bange politicus. En zijn geschiedenis laat zien dat moed kan lonen in de politiek.

Lubbers was een Rotterdammer. Trots op deze stad, zijn stad. Dat ben ik ook. Want Rotterdam is ook mijn stad. Een stad waar één houding telt. Handen uit de mouwen, iedereen doet mee. In deze stad hebben de Leefbaren van Pim Fortuyn de verhoudingen op scherp gezet. Maar tot nu toe wel binnen de lijnen van het acceptabele. Maar nu dreigen Wilders en de lange arm van Baudet de gemeenschap te ontwrichten. Niet alleen aan de Coolsingel maar ook in de wijken. En je hoort hier inmiddels op straat: Hoor ik er straks nog wel bij? Is mijn stad straks nog wel een stad voor iedereen? Eén boodschap moet daarom helder zijn: in ons Rotterdam is en blijft iedereen welkom.

Democraten,
In Den Haag zijn onze bewindslieden fris uit de startblokken gekomen. En dat moest ook. Voor onze ministers is dit een tijd van doen. Van doorzetten. En moed tonen. Vier maanden geleden, in Leeuwarden, presenteerde ik met trots deze mensen hier op de eerste rij. Maar het moest nog maar blijken of die trots gerechtvaardigd was. En ik moet zeggen: het valt niet tegen.

Congres, we leggen de lat hoog, maar ik neem aan dat jullie het met me eens zijn. Of het nu Ingrid is, die het collegegeld verlaagt voor de eerstejaars student. Of Menno, die brievenbusfirma’s eindelijk een blauwe envelop onder de neus schuift. Tot woede van de beroepsgroep in kwestie. Menno, ik citeer, mijn favoriete uitspraak: ‘aan sommige tegenliggers herkent men de juiste weg.’ Of Stientje, die met nieuwe treinverbindingen en fietspaden een écht alternatief voor de auto biedt. Wouter, die zes weken betaald verlof regelt voor moeders én vaders. Of Sigrid, die eerder dan ze misschien had gedacht weer terug is bij de Verenigde Naties. Met haar diplomatieke gaven zij waardig en effectief het Nederlands belang. En last but not least, vicepremier Kajsa, die in één lezing Baudet ontmaskert en hem daarmee al weken op de kast jaagt. Kortom, onze bewindslieden maken indruk. Maar eerlijk is eerlijk: de hele ploeg gaat lekker van start.

Hier op de eerste rijen zitten ook mijn achttien collega’s. Het is alweer bijna een jaar geleden dat we aantraden. Dat geldt niet voor álle achttien. Ons geheime wapen zit alweer acht jaar in de Kamer. Pia, ik zie je nog zo zitten in 2010. Op gesprek voor een plek op de lijst. Jij bloednerveus. Ik vele malen nerveuzer, want daar zat tegenover mij de jeugdliefde van een hele generatie journaalkijkers. Zelden kwam ik iemand tegen met zoveel moed en motivatie. Iemand die geen politicus wilde worden, maar de politiek wel in moest om iets te bereiken. Want dát wilde je. Nu al acht jaar lang heb je laten zien wat politiek kan betekenen. Dat het werkt. Hoe mooi het ambacht kan zijn. Acht jaar lang sleutelen, balanceren, doorzetten en vooral samenwerken. Draagvlak winnen en behouden in een complexe ethische discussie. Inschikken waar nodig. Toegeven waar gepast, zonder de kern van het idee te beschadigen. Partijgenoten, het is gelukt. Nederland krijgt een rechtvaardiger systeem van orgaandonatie. Een systeem dat levens redt. In de gevleugelde woorden van Erben Wennemars: ‘Fuck het schaatsen, dit gaat écht ergens over.’ En Pia, ik ken jou. De volgende klus ligt alweer op je te wachten. Jouw politieke leven is nog niet voltooid.

Ik kan nog veel van Pia leren. Na tien jaar werken voor de kruimels, werk ik nu voor de hele maaltijd. In een nieuwe rol. En ik moet toegeven: in die rol is het soms nog zoeken naar vaste grond. In aanloop naar het aftreden van Halbe Zijlstra had ik last van wat Lubach noemde, een ‘coalitie-koala’. Instinctief schoot ik in de verdediging. Ik identificeerde mij met een medeonderhandelaar. Een politicus waarmee ik het vaak oneens was, maar die ik van dichtbij leerde kennen als een betrouwbaar mens. Ja, en ook als een minister die zich de afgelopen maanden verrassenderwijs had ontdaan van zijn conservatieve harnas. Zijlstra zag dat hij niet langer met gezag kon functioneren. Hij was mij en anderen voor. En daar heb ik van geleerd. Maar de wissel leidde wel tot een unicum… Al is het misschien een korte stage: Nederland heeft voor het eerst een vrouwelijke Minister van Buitenlandse Zaken.

Kortom, we zijn goed op weg. Maar ik besef: daar kon je de afgelopen weken misschien ook anders over denken. Ik heb over het fenomeen referendum veel kritiek gehoord. Maar ook veel onzin. Wat ik vooral verwarrend vond was dat men sprak over ‘het’ referendum. Ja, we nemen afscheid van het raadgevend referendum. Dat bleek een schijnoplossing. Ontoereikend, verwarrend en vals in gebruik. Het Oekraïne-referendum liet het zien. Verwarrend, omdat de initiatiefnemers toegaven dat hun doel eigenlijk het ondermijnen was van de Europese Unie. Ontoereikend, omdat de uitslag niet voor alle 27 landen gold. Met het aankomend raadgevende referendum dreigt hetzelfde gevaar. Lilian Marijnissen roept nu al: Stem tegen de inlichtingenwet, en daarmee vóór het referendum. Dat snapt niemand. En daar doen wij niet aan mee. Maar even voor de duidelijkheid. Jullie, wij, ik zijn voorstander van het échte referendum. Het correctieve referendum waarvoor de Grondwet gewijzigd moet worden. Dat referendum is als een noodrem in de trein. We hebben vertrouwen in de machinist, maar als we denken dat de trein op hol slaat, trekken we aan de rem. Het correctieve referendum, die noodrem, heeft al effect zonder dat het gehouden wordt. Omdat de machinist, de wetgever dus, weet dat mensen er in uiterste nood altijd aan kunnen trekken. Voor dát referendum blijven wij ons inzetten.

Democraten,
ook in een coalitie blijven we alert. De premier sprak gisteren in Berlijn. Over Europa. Hij ontvouwde een visie. Ik dank de opticien waar hij geweest moet zijn. Want dit keer sprak hij eens niet alleen over onze Unie als banenmachine, maar ook als waardengemeenschap. Maar hoewel hij zijn zicht terug lijkt te hebben, lukt het hem nog niet een vergezicht te schetsen. Hij sprak over financiële discipline, maar niet over economische solidariteit. Hij sprak over defensiesamenwerking, maar niet over een krijgsmacht van Europeanen. Hij sprak, kortom, over samenwerking, maar niet over een steeds hechtere unie. Daarmee zeilt hij langs de kern van onze problemen en uitdagingen heen. Ook Rutte begrijpt: voor de grote vraagstukken van deze tijd liggen de oplossingen in Europa. Klimaat, migratie, terrorisme, defensie, belastingontduiking, energie: allemaal vereisen ze een Europese aanpak. Een Europese soevereiniteit die onze nationale belangen beschermt. Ware soevereiniteit, échte grip, op een wereld die gevaarlijk beweegt. We staan op een kruispunt. Gaan we samen vooruit? Gaan we mee in de kopgroep? Of laten we Merkel en Macron demarreren? Zoeken we elkaar op? Of laten we elkaar los in de sluimerende storm van nationalistisch egoïsme?

Je kunt wel met een boodschappenlijstje aan losse ingrediënten aankomen, maar dat maakt nog geen maaltijd. Je moet het mensen eerlijk vertellen: onze munt brengt ons grote welvaart. Staat symbool voor de genezing van de wond die de Koude Oorlog sloeg. Ter zekering van het fundament van de euro is het nu zoeken naar de juiste balans. Tussen discipline en solidariteit. En ja, Europa behoeft meer slagkracht. Dat betekent niet automatisch meer belastinggeld. Maar je kunt het niet uitsluiten. En natuurlijk, het kan efficiënter. De Europese begroting verdient hervormingen. Het moet wendbaarder. Actueler.

Ik roep het al jaren: van koeien naar kennis. En nu voeg ik daaraan toe: van kippen naar klimaat. De urgentie van dit moment vereist moed. Politieke moed van ons allemaal. De moed om Europa te blijven zien voor wat het is: de belangrijkste bron en waarborg van onze vrede, veiligheid en welvaart. De moed om, tegen de stroom van opgehitst vooroordeel in, onze Unie te verdedigen en te versterken. De moed om niet angstig op de rem te staan, maar te gaan zitten aan het Europese stuur. Dát is de morele moed die een generatie oudere Europeanen nog kent uit de tijd van Lubbers. Dat is de morele moed waar een generatie jonge Europeanen naar snakt. Dat is morele moed in het gezond, eigen Nederlands belang.

Democraten,
dit is de maand van de lokale verkiezingen. Nog 18 dagen. Wat staat er op het spel? In iedere afzonderlijke gemeente wordt een eigen accent gelegd, maar de basisvragen zijn gelijk. Welk signaal geven wij af? Blijft de stad, blijft het dorp, een plek waar mensen voor elkaar zorgen? Een plek waar ieder mens met recht kan zeggen: ‘hier ben ik thuis’? Een plek met goed onderwijs, goed werk, goed klimaat, goede zorg? Zo simpel: dát staat er op het spel. En wat is ons doel? Alle progressieve kiezers naar de stembus krijgen. De grootste blijven. En waar we het niet zijn, natuurlijk proberen de grootste te worden.

Dit is een cruciaal meetmoment. De vraag is of mensen samenwerking in het politieke midden waarderen. Samenwerking tussen partijen die geen natuurlijke partners zijn. Wil de kiezer dat die samenwerking voortduurt, of kiest ze voor verdere polarisatie? Of de getuigenispolitiek van schone handen en vlekkeloze dromen? Wij kunnen nu laten zien dat het mogelijk is compromissen te sluiten en toch verkiezingen te winnen. Door resultaten te boeken. Niet zetels te bezetten, maar zetels te benutten. Het is zonde dat het woord ‘compromis’ in onze taal nogal eens een negatieve klank heeft. In het Spaans wordt het woord ‘compromiso’ gebruikt voor een mooi resultaat. En mooie resultaten hebben wij geboekt.

In 2014 beloofden we minder lasten. Inmiddels wijst onderzoek uit dat de huizenbezitter het beste af is bij D66. In 2014 beloofden we meer banen. Vooruit, de conjunctuur hielp ook een beetje. We beloofden ook lokaal  klimaatverandering tegen te gaan. Alleen al in het afgelopen jaar nam de productie van duurzame energie met 10 procent toe. We beloofden beter onderwijs. En van de MBO-aanpak in Amsterdam tot de aanwas van excellente scholen in Den Haag: Onze onderwijswethouders kregen het voor elkaar. 

D66 kreeg het voor elkaar. Onze leden die lokaal actief zijn weten dat dit niet vanzelf is gegaan. We zijn de afgelopen jaren getest op al die plekken waar we besturen. Wie denkt D66 wel dat ze is? Zomaar de grootste worden in Amsterdam. In Den Haag. In Utrecht. In bijna 40 gemeenten. Conservatieve krachten kwamen in het geweer. De gevestigde orde verloor haar positie. De traditionele machtspartijen waren dat niet gewend. Maar het was hoog nodig. Verfrissend. Wij laten zien dat de kracht komt vanuit het midden. Dat moed vanuit het midden kan groeien. Dát moeten wij de kiezer laten zien.

Wij kunnen óók het populisme verslaan. Dat hebben we vorig jaar bewezen. We hebben dus een grote opdracht. Het gedachtegoed van de rechts-radicalen woekert voort. Het tast het weefsel van onze samenleving aan. Het vreet aan onderling vertrouwen en geloof in vooruitgang. Met gebogen hoofd wachten totdat de discriminatie en het geschreeuw overwaaien is een teken van zwakte. Van een gebrek aan moed.

Al meer dan een decennium dienen wij de populisten van repliek. Wij verdedigen de pijlers van onze democratie. Wij zijn niet tegen Wilders. Wij zijn niet tegen Baudet. Wij zijn vóór beschaving. En die was er eerder dan beide heren. Wij zijn voor verdraagzaamheid. Voor tolerantie. En voor gelijke kansen. In onze steden is de Nederlands-Turkse groenteboer net zo welkom als de Nederlands-Rotterdamse. Is de homoseksuele leraar veilig op zijn werk, ook als hij lesgeeft op een christelijke school. Wij zijn tegen discriminatie. Niet voor niets gaat onze vicepremier over de Grondwet. En die begint met Artikel 1.

Democraten, alle politiek is lokaal. Dat is een ijzeren politieke wet. Je hebt niet lokale politiek, landelijke politiek of Europese politiek. Je hebt politiek. Politiek in lagen en schalen die worstelen met dezelfde fundamentele vragen. Lagen die bovendien onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De lokale laag is de sterkste spier in het democratisch lichaam. De breedste verdieping in het huis van Thorbecke. Het hart pompt inspiratie en ideeën naar de Europese benen en het Haagse hoofd. Zonder het hart valt het lichaam stil. De politiek in de gemeente is direct, menselijk, aansprekend en toegankelijk. Je kunt met iedereen praten over de aanleg van nieuwe fietspaden. Het gebrek aan woningen in de middenhuur. Het opknappen van cultureel erfgoed. De aanpak van overlast in de wijk. Die toegankelijkheid maakt dat je het elastiek van samenwerking heel ver kan oprekken.

En dat gebeurt ook. In Amsterdam werkt D66 samen met SP én VVD. In Zwolle met PvdA, VVD én ChristenUnie. Jaloersmakend vind ik die lokale mentaliteit. En dat in het verdeelde huis van de Nederlandse democratie. Daar kunnen de collega’s op het Binnenhof nog wat van leren. Onze lokale politici trekken namelijk alles uit de kast om hun gemeente te dienen.

Maar voor bestendige bloei is meer nodig. De gemeenten, en vooral raadsleden, krijgen steeds meer op hun bord. De controlerende taak komt onder druk. Misschien heeft dat iets te maken met de scheve verhouding tussen werk, ondersteuning en vergoeding. Heel veel mensen maken zich zorgen over de Balkenende-norm. En terecht. Maar mogen we het de komende jaren ook eens hebben over de Balkenende-bodem? En dan bedoel ik: hoe waarderen, hoe ondersteunen wij onze lokale politici? De mensen die de moed hebben ons in het hart van de democratie te vertegenwoordigen? Gelukkig is onder ons de Minister van Binnenlandse Zaken. Wij verwachten iets van haar.

Mensen zullen onze lokale kandidaten bij deze verkiezingen ook beoordelen op dat wat we in Den Haag doen.Ik kom uit de lokale politiek: dat weet ik als geen ander. Jullie zullen nog vaak horen: Wat levert dat dan op, die kabinetsdeelname? Dat samenwerken? Nou, dat kan ik je vertellen: Een kabinet dat het onderwijs het best bedeelt. Een kabinet dat, met bijsturing van D66, koers houdt in Europa. Dat nieuwkomers in dit land vanaf dag één onze taal leert. Een kabinet dat hervormt om mensen weer kans te geven op een vaste baan, op een goed pensioen. Een coalitie die de klimaatdoelen van Parijs gaat halen. Dát is het resultaat van samenwerken. Dát is wat wij de kiezer gaan vertellen. Jullie voorop, en ik doe mee. Maar ik realiseer me: kiezers zijn misschien nog meer geïnteresseerd in de toekomst dan in behaalde resultaten. 

En daarom zeg ik jullie dit:Mensen kunnen ervan op aan dat wij onze idealen koesteren. Onze rug recht houden. Dat wij ons houden aan onze belofte om tegenstellingen te overbruggen. In de samenleving én in de politiek. Dat wij niet terugschrikken voor het compromis. Dat wij nooit zullen zwelgen in het onaantastbare eigen gelijk. Maar ook de lijn trekken als dat moet. Ik ben ervan overtuigd dat mensen deze houding inmiddels van ons gewend zijn en waarderen. Dit kabinet was niet onze eerste liefde. Maar wél een liefde die uitzicht biedt op een duurzame relatie. Niet onze eerste keus. Wel de juiste keus. ‘If you can’t be with the one you love. Love the one you’re with.’ Wij zien in dit kabinet ruimte onze ambities te verwezenlijken.

Wij zijn de enige progressieve partij die niet alleen roept maar doet. Dat nuchtere idealisme is het fundament voor het succes van onze partij. De kiezer weet dat zij op ons kan rekenen. Kan rekenen op een partij die de moed heeft om ‘ja’ te zeggen.